Vertel een verhaal met je beelden: tips voor het maken van een goede foto

Vroeger was alles anders. Niet beter of zo. Neem fotografie. Dat gepiel met rolletjes. 36 opnamen? Pfffft. Nu pak je je smartphone, je mikt en je kadert uit. Klik. Klaar om te delen met de wereld! Beter? Het is vooral makkelijker. Een kind kan de was doen. En dat gebeurt dan ook. SnapChat en Instagram staan nokvol beeld. Een beeldenstorm. Bedrijven kunnen er een voorbeeld aan nemen. Want beeld spreekt aan.

Een beeld zegt nog steeds meer dan 1000 woorden
Een goed beeld zegt net zoveel als een slecht beeld. Een beeld kan vragen beantwoorden en vragen oproepen. Een beeld vertelt een verhaal. Altijd. Het is aan jou welk verhaal. Neem mijn openingsbeeld: ik ken het verhaal erachter. Kijk er maar even goed naar en vertel me het verhaal dat jij erin ziet.

Maak je foto’s voor je bedrijf?
Ik snap dat je voor specials een vakkundige fotograaf inhuurt. Bijvoorbeeld als het om een reportage, productfotografie of een portret gaat. Maar je kunt ook veel zelf. Bijvoorbeeld ‘from the hip’-verslaglegging voor je nieuwsbrief of zomaar een kiekje in de productiestraat van de fabriek of een verjaardag in de kantine. Authentiek. Zie SnapChat, Facebook en Instagram. Zo laat je zien wie je bent. En waarom.

Maak je een goede foto?
Even Googelen en je vindt 1001 Tips & Tricks over fotografie. Leuk en aardig. Wat je echt verder helpt om betere foto’s te maken is proberen en nog eens proberen. En een beetje weten. Toepassing van kennis geeft inzicht.

Gewoon doen dus. Proberen bestaat eigenlijk niet. Meesterbassist Jaco Pastorius zei: “Don’t forget to make music while you practise music.” Check deze anderhalf uur durende Masterclass clip. Oefenen en altijd proberen een zo goed mogelijke foto te maken.

Ook als je niet van basgitaar of jazzmuziek houdt is dit een mega-inspirerende uitleg over concepten en ideeën en met name over de uitvoering ervan. Belangrijke eigenschappen: niet snel tevreden zijn met je resultaat en een gezonde portie discipline. En passie, niet te vergeten. Lekker aan de slag gaan.
Dat geldt voor fotografie en alle andere scheppende kunsten. Als je weet wat je doet, wat je wil en wat er kan heb je al snel bevredigende resultaten van je inspanningen. Ik geef je een paar ‘basic guidelines’ en wat inspiratie waar je mee aan de slag kunt. Aan de hand van voorbeelden van De Grote Meesters.

Jij en je apparaat
Ik ben een dissident. Mijn omgeving weet dat. Ik daag uit en geef inspiratie maar ben zeker geen schoolvoorbeeld ‘van hoe het moet’. Eigenlijk zeg ik: “Het kan altijd anders. Zoek zelf je eigen weg.”
Die zoektocht, daar gaat het mij om. Zelf ben ik verslaafd aan ‘de beperking’ en kwel mezelf met de mogelijkheden van mijn apparatuur. Dat is mijn ‘weg’. Mijn trouwe 2005 Olympus E300 (Tweakers-review uit 2005) gaat niet met pensioen voordat ie helemaal op is. Ook al zijn de CF-kaarten en de batterijen niet meer verkrijgbaar, ik fotografeer met mijn E300 en schep er genoegen in fotografen met veel geavanceerdere (duurdere, modernere) apparatuur te laten zien dat ‘less, more’ kan zijn. Tja, dat is mijn manier.

Een goede camera is heerlijk. Maar al die knopjes en mogelijkheden… ik word er zenuwachtig van. Ergens midden jaren 80 zag ik op TV meesterfotograaf Carl De Keyzer aan de interviewtafel van Regine Clauwaert*.
Wat ik me herinner was zijn boodschap:
Ik wilde India op een reportage-achtige manier fotografisch vastleggen. Ik fixeerde de instellingen van mijn (analoge) middenformaat(film) camera en ging aan de slag. De resultaten bevielen me.”

Carl gebruikte het aanwezige licht als hoofdlicht. Door in te flitsen en zijn film 1 diafragmastop onder te belichten bleef er voldoende licht over om de voorgrond op te helderen met zijn flits. Het resultaat imponeerde. Tot op de dag van vandaag. Bekijk zijn boek India (1987). 

Goede voorbeelden
Wow. Zo wilde ik fotograferen. Het licht vangen en naar mijn hand zetten. Nou ja, zo fotografeerde ik al. Maar dan zonder flits. Dat vond ik teveel gedoe. En nog steeds.
Mijn vader is een hartstochtelijk amateurfotograaf met een gave techniek die gestoeld is op de analoge fotografie en de daarbij behorende Donkere Kamer. Ik leerde van hem. En van de fotografen die in mijn ogen het goede voorbeeld gaven. Ik verslond ze.

Henri Cartier-Bresson:

William Klein:

Eugène Atget:

Dorothea Lange:

Robert Doisneau:

André Kertész:

Brassaï:

Garry Winogrand:

… en toch ook Helmut Newton:

En De Keyzer dus.
Mijn God, dat ik ze nog kan oplepelen… Go check Google. And learn. Of klik op de beelden en bekijk ze op 500 pixels. Heerlijk.

Maar voordat ik me verlies in heldenverering even terug naar de basisprincipes voor het maken van een goede foto. Nog eenmaal grootmeester Carl De Keyzer:
“Aan beginnende fotografen geef ik vooral de raad om door te zetten. Techniek leer je al doende; het komt erop aan genoeg manuren te maken en je grenzen te verleggen. De drijvende kracht moet van jezelf uitgaan.”

Helemaal eens. Lekker veel doen. Mijn lijst met korte tips:

Tip 1. Kies een camera waar je je lekker bij voelt.
Duur is niet altijd goed. Goed glas helpt. Duur is dan wel goed. Nou ja, relatief. Voor Eu 400 heb je een heel goede digitale camera. Soms is de lens niet verwisselbaar. Bij de compacte en slimme Olympus PEN kan dit weer wel (sorry, ik ben fan van Olympus: weinig knopjes). Erg handig. Bijvoorbeeld voor macrowerk (heel dichtbij) en veldsportfotografie (veraf).

Wil je een stapje hoger in kwaliteit en mogelijkheden (en altijd je lenzen kunnen verwisselen)? Kies dan voor een spiegelreflex camera. Laat je niet verleiden door onnodige extra’s en kijk naar een (robuust) basismodel van een type dat je aanstaat. In de categorie Eu 400 – 1000 is volop keuze. Een slechte koop kan ik me niet meer voorstellen. Gebruikt kopen kan… maar ik zou het niet doen. Koop naar je budget. Ik werk al meer dan 10 jaar met dezelfde spiegelrelex camera. Duurzaam is lang met je spullen doen.

Is je budget voor een camera minder dan Eu 300? Geen nood. Neem genoegen met de beperkingen van je smartphone of digitale pocketcamera en probeer er het beste uit te halen. Het kan en je kan het!

Oh ja, vergeet niet een skylight filter voor je lens te schroeven. Ik doe het voor de bescherming tegen krassen en vuil. Voor de ontspiegeling van glanzende oppervlakken en de kleurdiepte gebruik ik (als het nodig is) een polarisatiefilter. Let op: dit kost je een lichtstop of 2. Een skylightfilter heb je al voor Eu 15 en een goed (draaibaar) polarisatiefilter kost zo’n Eu 60 – 90. Aan goedkope rommel heb je niets.

Tip 2. Ga op je gevoel af.
Superbelangrijk en een niet te onderschatte factor bij het maken van een foto. Voel je je prut, ongemakkelijk of moe? Dan zie je dat terug in je foto. Voor het maken van een portret is fris en geconcentreerd zijn een basisvoorwaarde.

Zo heb ik helemaal niets met de Tour De France. Maar in het enthousiasme van de start op het Jaarbeursplein in Utrecht – op 3 minuten lopen van mijn voordeur – liet ik me meeslepen en me verleiden (dat was de opdracht die ik mezelf gaf).
Dit portret van icoon Tony Martin bijvoorbeeld. Ik wilde èn een beeldbepalend stukje Utrecht èn een bekende renner in mijn kader. In de schaduw van het SNS-gebouw was het licht (contrast) prima om zowel de daar voorbijschietende toprenners als het door de zon felverlichtte stadskantoor (als Utrechts decor) goed uit te laten komen. In het juiste tempo (horizontaal!) meedraaien tijdens het afdrukken zorgt voor een scherp resultaat van het hoofdonderwerp en een achtergrond met bewegingsonscherpte. Speel met je sluitertijd en bekijk op je schermpje wat je goed bevalt. Onthou de waarden, of schrijf ze op!

Tip 3. Ga uit van een idee of concept. Stel jezelf een doel.
Van tevoren weten wat je gaat fotograferen is niet altijd mogelijk. Het klinkt zweverig maar het is wel zo: jouw positieve energie komt in je foto terecht. Het is aardig om een idee te hebben van de onderwerpen die je tegen gaat komen maar onbevangen zijn bevordert weer je intuïtiviteit. Ik geef mezelf graag een opdracht (of een beperking). Focus en aandacht zijn belangrijk om je een idee van resultaat te geven.

In de lente parkeerde ik mijn auto even buiten het centrum van Amersfoort en wandelde naar De Hof. Ik had m’n camera mee voor concertfotografie. Onderweg kwam ik deze twee schitterend belichte rozen tegen. Mijn idee over bloemfotografie is eenvoudig: als het licht en de vorm en de kleur mooi zijn klik ik. Meer hoef je niet te doen. Goed kijken: gebruik je zintuigen.

Tip 4. En zo komen we op misschien wel mijn allerbelangrijkste advies. Vang het licht.
Zet het naar je hand. Zonder goed licht, geen foto. Kijk goed en laat je niet verleiden door de onmogelijkheid. Dit is echt een kwestie van megavaak doen en herkennen welk licht je bevalt. Welk licht spreekt jou het meest aan? Fotograaf Pieter Vandermeer zei me (30 jaar geleden) “Never Trust Your Eyes”. En zo is het. “Better Trust Your Heart.”


Ik hou van tegenlicht, met extreem hoge contrasten dus. En van gefilterd licht. Bijvoorbeeld onder bomen. Strijklicht is ook aangenaam. Als het licht me niet bevalt heb ik geen zin om een foto te maken. Bovenstaande foto maakte ik een jaar of 7 geleden tijdens een heel zonnige Koninginnedag. Ik haat fel zonlicht maar wilde deze 2 enthousiaste en schitterende knapen vastleggen. Ineens verscheen er een wolk voor de zon en de contrasten werden behapbaar. Tja, dan grijp ik direct m’n kans: “Willen jullie even tegen de rodeostier leunen?”.

Tip 5. Bepaal een standpunt.
Klinkt heel stom dit. Mijn vader zei altijd: “Ga es door je knieën.” Niet dat dit standpunt altijd opleverde wat ik als beeld wilde. Maar toch. Ik leerde er wel van dat je soms best halsbrekende toeren mag uithalen om je foto te maken. Op de grond liggen bijvoorbeeld. Of heul gevaarlijk half op een muurtje staan en tegen een boom hangen. Of idiote geluidjes maken als je helemaal opgaat in je fotografie.

Zoals hier een foto uit de serie (Spa Six Hours 2010) ‘half over de muur hangend terwijl de raceauto’s zowat je gezicht inrijden’. Tja, ik wil dat beeld gewoon zo. En ook: ik maak er geluid bij. Na een half uur ben ik stuk. De coureurs kennen me inmiddels als ‘the guy on the wall’.
Kijk even naar het effect van een polarisatiefilter. Je kunt op deze foto ‘door’ de voorruit kijken en de chauffeur aan het werk zien. Ook dat wil ik.

Tip 6. Begrijp je onderwerp.
Het is soms best lastig om een onderwerp te doorgronden en ik vind het waanzinnig om te zien hoe goed jonge kinderen dit lukt. Mijn dochters zijn beiden heel bedreven in fotografie. Met hun smartphones natuurlijk. Tijdens een middagje rommelen in de keuken knutselde we o.a. deze chocolade-marshmallow-lollies. Benthe (11) maakte er dit beeld van. Pas toen zag ik, wat zij zag. Mij lukte het niet een bevredigend beeld te maken.

Tip 7. Techniek: belichting.
Vroeger moest je echt wel wat kennis hebben om een beetje kwalitatieve foto te kunnen maken. Sinds de jaren 80 helpt de techniek ons een handje. Alles gaat automatisch. Maak er gebruik van en maak het jezelf makkelijk. Het helpt wel heel erg veel als je een beetje weet hoe je camera het licht vangt en een beeld vastlegt.

Bovenstaande twee stadsgezichten nam ik op een stille zondagochtend in Gent, maart 2014. De uitkadering en het standpunt bepalen hier de belichting, die bij mij altijd op A staat. Ik kies een diafragma en lichtgevoeligheid. That’s it. Beetje draaien aan m’n polarisatiefilter en klikken. Tegenlicht is echt een bitch. Je camera raakt ervan in de war. Door de hoeveelheid lucht (= fel licht) te beperken en iets aan je belichtingscorrectie te draaien (overbelichten, anders zie je alleen een silhouet) krijg je een beetje beeld in zicht. Door in RAW te schieten geef ik mezelf de gelegenheid om in de postproductie met kleurtemperatuur en belichting te spelen.
Veel werk? Nee joh. Meer dan een minuut wil ik niet besteden om een beeld ‘goed’ te krijgen. Op verzoek leg ik de voordelen van RAW uit. Eenmaal RAW wil je niet meer terug naar JPG.

Tip 8. Techniek: lens.
Je lens maakt het verschil. Iedere lens reageert weer anders op een situatie. Geef jezelf voldoende speeltijd met iedere nieuwe lens die je op je camera schroeft.

Naast m’n 14-45mm zoomlens kocht ik een 35mm macrolens die zo’n goed beeld geeft dat het verslavend werkt ‘m te gebruiken. Erg onhandig want met deze matige telelens moet je alles van een afstand fotograferen. Of juist heel dichtbij dus. De foto is een van de eerste opnamen die ik ermee maakte. Je ziet: bijna geen scherptediepte. Leve de beperking!

Tip 9. Techniek: laat het los! Gebruik je hart, dat klopt altijd.

Tip 10. Druk af. Gewoon doen.
Carl De Keyzer:
“… doorzetten. Techniek leer je al doende; het komt erop aan genoeg manuren te maken en je grenzen te verleggen. De drijvende kracht moet van jezelf uitgaan.”

Zo, aan de slag nu. Veel succes ‘and don’t be a stranger’. Laat van je horen als je vragen hebt. Stuur me je foto’s waar je trots op bent. Of stuur een beeld waar je maar niet uitkomt.

Heb je vragen over fotografie? Wil je weten hoe je je beelden voor je kunt laten werken? Heb je behoefte aan inspiratie of inzicht? Bel of mail en stel je vragen!

Hartelijke groet van Albert Mensinga

Noot
* TV-interview: Kunstzaken, BRT Belgium, Regine Clauwaert, 1987, Art Agenda, India

Afbeeldingen
© AlbertMensingaCreative.nl

© www.youtube.com > Clínica do Deficiente Musical

© www.carldekeyzer.com

© Henri Cartier-Bresson / © William Klein / © Eugène Atget / © Dorothea Lange / © Robert Doisneau / © André Kertész / © Brassaï / © Garry Winogrand / © Helmut Newton / © www.carldekeyzer.com

© Olympus

© AlbertMensingaCreative.nl