“Agile is like playing jazz music.”

December 2020 – Amsterdam, herfst 1993. Ik verhuis naar een ruime etage in Zuid en ben ’s avonds afgepeigerd van een dag klussen en dozen sjouwen. De suggestie om een jamsessie te bezoeken en letterlijk en figuurlijk uit te blazen neem ik dankbaar aan. Met een bevriende jazzdrummer spreek ik af en fiets gewapend met saxofoon naar De Heeren Van Aemstel aan het Thorbeckeplein.

Met een bezorgd gezicht begroet mijn maat me: “Loet van der Lee, Benjamin Herman en een monster van een Argentijnse drummer. No way dat ik vanavond mee doe.”

Ik begrijp hem niet. Dit is een jamsessie en geen concert. Wij zijn jazzmuzikanten. Het is de bedoeling dat lokale jazzcats elkaar hier ontmoeten om samen muziek met elkaar maken. Kom op: ik ben hier niet gekomen om te luisteren naar Ben en Loet en doe mee. Punt.

Loet van der Lee ken ik op dat moment nog niet. Enkele maanden later vraagt saxofonist, kunstenaar en bandleider Armando Cairo me voor zijn bigband. Loet valt daar regelmatig in, vanwege een chronisch tekort aan trompettisten. Hij blijkt een regionale held en een waanzinnige blazer. Al snel koop ik zijn albums. Ben Herman is een bekende naam uit het clubcircuit. Ik zag ‘m op Rotterdamse en Haagse podia. Yup, he’s good.

Tijdens een biertje of twee genieten we van de American Songbook standards die in razend up tempo voorbij komen. Zo snel kan ik niet spelen. Maar ach, ik ken de tunes wel. Ik ken het jazz jargon. What could possibly go wrong? In Delft, Den Haag en Rotterdam was ik OK op jamsessies, dus waarom hier en nu niet? Ik schroef mijn Meyer mondstuk op mijn Yanagisawa altsax en bevochtig een dik Vandoren Traditional riet. Kom maar op.

“There is no try just do.” – Yoda, Star Wars character

“Ken je Night in Tunisia?”, vraagt Loet me vriendelijk. “OK, Our Man in Paris graag.” De original van Dizzy Gillespie is meteen de enige standard die ik enigszins ongeschonden doorkom. Zonder aankondiging fluistert Ben een volgende tune, kijkt de drummer aan en trapt af. Ik volg. Volkomen outside worstel ik me melodisch door onbekende akkoordenschema’s van legendarisch repertoire, dat ik uiteraard van beroemde en beruchte opnamen ken.

Het is duidelijk dat ik die avond geen geschiedenis schrijf. Na een half uurtje wordt ik stilzwijgend als een held ontvangen door de bibberende groep bier nippende collega amateur musici die het schouwspel op veilige aanraakafstand gadesloegen. “Volgende keer jullie ook”, knipoogde ik. Van binnen bibber ik minstens zo hard, leg mijn sax in de koffer en rook buiten een sigaret. “Tering…”

Tot midden 2001 sla ik bijna geen wekelijkse jamsessie over. In de Baccarat, met de legendarische Truus Engels (de zus van…) op drums. Op het podium van het krappe Geveltje, waar een sigaartjes rokende Herman de Wit (Herbie White) me aanspoort ‘een hele grote te worden’ terwijl hij stiekem Gitanes uit mijn sigarettendoosje steelt. Op de gezellige zolder van De Badcuyp, waar een waanzinnige versie van Jean-Pierre me nog helder voor de geest staat. Het oude Bimhuis, met Arnold Dooyeweerd, De Engelbewaarder, voor de vrijere geluiden, café Alto

Ik heb genoten van Amsterdam en Amsterdam genoot van mij. Met vallen en opstaan ploeg ik me ‘fail forward’ door jazz-standards en speel met honderden musici, van beginnende amateurs tot doorgewinterde profs. Ik neem demo’s op met eigen kwintet, wordt opgenomen in de Jazzmania bigband van wijlen Peter Guidi en speel in binnen- en buitenland op festivals als LowLands en North Sea Jazz, in het Concertgebouw en iets mindere zalen. Genietend kom ik verder.

“Rehearsal is the work, performance is the relaxation.” – Michael Caine, Actor

Mijn bakermat blijft de spontane ontmoeting van onbekende musici met bekend materiaal, waarbij ongeschreven wetten en afspraken de basis vormen van een vertrouwensrelatie om met elkaar voor een nieuwsgierig publiek muziek te maken die nog nooit eerder gemaakt werd en daarom altijd nieuw zal zijn. Soms een teleurstelling, meestal best aardig en af en toe waanzinnig. Zo doen jazzcats dat.

“Mistakes there are none” – Miles Davis

“A mistake may be an opportunity” – Wayne Shorter

Met deze instelling ga ik de nieuwe eeuw in. De geboorte van twee dochters noopt mij tot rustiger activiteiten en al zeker niet tijdens nachtelijke uren. Ik studeer met mate saxofoons (inmiddels zijn er een vroege zware Grassi sopraan en een bijzondere Buescher alt uit 1926 bij gekomen), kom musici tegen waarmee ik tracks en albums opneem, start een gelegenheidsbandje en speel op uitnodiging op jams met profs. Mijn vierkante en overdonderende sound maakt plaats voor een meer Paul Desmond / Lee Konitz-achtige benadering. Zo sluit ik beter aan op de wensen en mogelijkheden van anderen. Uiteindelijk gaat het om wat ‘de ander’ wil.

De vergelijking met agile werken

Een lange aanloop naar een schijnbaar heel ander onderwerp. En toch ook helemaal niet. Vandaar ‘schijnbaar’… Want hoe verhoudt jazz spelen zich met agile werken?

Tijdens mijn Amsterdamse periode, ik verhuis in 2002 naar een eengezinswoning in Leusden, bouw ik tevens verder aan de fundamenten van mijn professionele carrière. Eerst als grafisch ontwerper en gaandeweg naar projectmanager en teamleider. Alles wat ik van muziek leerde, paste ik toe in mijn dagelijkse job. En, het werkte!

Agile werken heeft kenmerken die overeenkomen met het spelen van jazzmuziek. Ik had het er in 2015 over met Tony Zambito, de grondlegger van het Buyer Persona principe in marketing. Hij kwam toen over uit Buffalo (NY) om in Amsterdam enkele masterclasses te geven.

Improviseren, elkaar vertrouwen, diepgaande kennis hebben van de materie, geen vastomlijnde oplossingen hebben maar samen op ontdekkingsreis gaan… Toevallig dronken we, na een masterclass, samen een biertje in jazzcafé Alto tijdens een optreden van Loet van der Lee. Het kan verkeren. Toeval bestaat niet.

Hoe ik agile zie en toepas:

  1. Itererend / kort-cyclisch werken.
    Je stelt een doel en werkt er naartoe, min of meer op gevoel, met eigen inzicht aangevuld met inzicht en kennis van anderen, dus door aangroeiende ervaring. In organisaties bijvoorbeeld via scrum (korte sprints) met teamleden, in de jazz via ‘oefening baart kunst’ en constante toetsing met peers en voorbeelden uit de muziekgeschiedenis. Tussentijds overleg je effectief met je collega’s in je (High Performance) team.
  2. Geen strategie.
    Je werkt naar een doel en stelt continue aannames, bevindingen en resultaten bij. In muziek oefen je bijvoorbeeld voor een uitvoering van een stuk of voor een rol in een orkest. Luisteren en leren is belangrijker dan ego. Je eigen stem gecombineerd met de stem van je teamleden mix je naar kwaliteit en resultaat, niet naar (kortdurend) effect.
  3. Extreme focus.
    Tijdens je ‘sprint’ hou je de aandacht vast op wat je doet en wat je wilt en toets je uitkomsten (niets is definitief) aan je einddoel, bijvoorbeeld een opname of uitvoering. Uiteindelijk gaat het om een mix van performance, entertainment en plezier.
  4. Taskforce.
    In professionele organisaties noemt men dit multidisciplinaire teams. Ik spreek liever van een taskforce: met grote precisie en extreme focus werken. In de muziek: de leden hebben aanvullende kennis van instrumenten, geschiedenis, opnamen en dergelijke, en komen zo op een vanzelfsprekende en natuurlijke wijze tot hun performance. Het gaat niet om weten maar om willen weten en begrijpen. In een R&D setting komt de groep stap voor stap tot een resultaat, na resultaat, na resultaat. Eindresultaat bestaat niet. Let op: perfection is the evil of good.
  5. Gezamenlijke taal.
    De jazz-lingo bestaat uit honderden stijlfiguren die horen bij de bagage van een muzikant. Per individu ontstaat een persoonlijke en individuele toepassing die leidt tot een eigen stem. Een stem die herkenbaar is voor elke jazzmuzikant, want hij/zij herkent de ingrediënten. In combinatie met de eigen achtergrond, eigen wil, discipline en specifieke aanpak leidt dit als het goed is tot een intuïtieve manier van werken. In vloeiende bewegingen is het mogelijk dat musici met verschillende achtergronden probleemloos met elkaar kunnen musiceren. In the moment: aftellen, luisteren en meedoen. Voorwaarden: improviseren en snel denken. En altijd blijven leren.
  6. Feedback.
    Jazz is een lifestyle, een mind-set. Doel is om elk moment van waarde te laten zijn. Meditatief. Spiritueel. Een uitvoering in de studio is daarbij net zo waardevol als een stadion-gig. Met of zonder toeschouwers, maakt niet uit. Het resultaat is bijna heilig maar ook weerloos, kwetsbaar en altijd klaar voor verandering en aanpassing. Iedere bijdrage telt en mag dus door elke deelnemer kritisch beschouwd worden. Opbouwende kritiek zorgt voor nog betere resultaten. Werkt dit niet? Dan hoor je niet in de groep thuis. Niet boos zijn: voor iedereen is een plek.

Alles draait om vertrouwen. Alles draait om werken in optimale condities waar je maximaal tot je recht komt. Zonder teveel druk, maar met gezonde spanning. Ik hou er van. Zo wil ik werken.

“Making the simple complicated is commonplace. Making the complicated simple, awesomely simple, that’s creative.” – Charles Mingus

Decennia keek ik naar geklungel van organisaties en gepruts binnen projecten. Sinds een jaar of tien weet ik dat werken zoals ik het fijn vind en al jaren (eigenwijs natuurlijk) uitvoer ‘agile’ heet. Wendbaar blijven en wendbaarheid geven, fouten toestaan en in een groep stap voor stap beter worden, elkaar gunnen samen door te sjouwen en met plezier te werken. Steeds meer organisaties ontdekken dat deze, voor mij natuurlijke, vorm van werken duurzaam resultaat oplevert.

Luistertip

Tot slot een luistertip. Uiteraard van een saxofonist die zich van conventies niet veel aantrok en toch een van de meest kenmerkende stemmen op zijn instrument werd. Lee Konitz overleed in april 2020. En Hein van de Geyn, die in 1977 besloot contrabas te gaan studeren en in 1980 naar de USA vertrok om daar min of meer via de jamsessie-methode jazz te leren spelen. Ook hij geldt als een van de unieke muzikanten van deze tijd. Geniet van deze track van een voor mij uiterst dierbaar album:

NB. Vele blog- en artikelschrijvers gingen mij voor en publiceerde stukken over de overeenkomst van jazzmuziek met agile werken. Zoals deze ‘Scrum is like Jazz — it works best when you play and improvise’ van Maarten Dalmijn.