Oorsprong van de Italiaanse auto-industrie

16 maart 2020 – Negen rijke Italiaanse mannen-met-een-missie kopen in 1899 het autofabriekje van Giovanni Battista Ceirano (1860-1912) en richten vervolgens het bedrijf FIAT (Fabbrica Italiana Automobili Torino) op. The rest is history.

De eerste FIAT automobiel is een doorontwikkeling van een Ceirano-prototype en komt als Type 4 HP op de markt met een 697 cc 4,2 pk motor. Hoe het FIAT verder verging mag je zelf nalezen. Misschien is de geschiedenis van een van de oudste automerken wel bekend. Net als de oorsprong van Ferrari en wellicht Lancia. Om de start van Maserati en Alfa Romeo te achterhalen is al meer graafwerk nodig. Voor merken als Itala, Diatto, SPA, SCAT en VALT moet je echt afdalen in de krochten van de Italiaanse autogeschiedenis. Niet nodig. Ik zocht voor je uit wat de Ceirano brothers uitspookten, met recht the godfathers van de italiaanse auto-industrie.

Giovanni Battista Ceirano

Ceirano, het begin

De in Cuneo, Piemonte geboren Giovanni Battista staat aan de wieg van de Italiaanse auto-industrie, die rond de eeuwwisseling zijn oorsprong vind in en om Turijn. Samen met zijn twee jongere broers Giovanni (1865-1948) en Matteo (1870-1941) maakt hij vanaf 1888 fietsen. Hij huurt een fabriek van Giovanni Lancia, de vader van Vincenzo (1881-1937) die in 1906 zijn eigen beroemde automerk start. De Ceirano broers zijn succesvol met hun ‘Well-Eyes’ en ontwikkelen hun rijwielen door tot lichte motorfietsen.

Turijn is in die tijd een welvarende stad. Giovanni Battista heeft oog voor de luxe Europese trend uit Engeland, Duitsland en Frankrijk: het automobiel. Zijn ondernemersinstinct laat hem weer niet in de steek als hij de regionale markt verkend en in 1898 rijp acht voor accomandita (geen BV maar een CV) Ceirano GB & C. In de zomer van 1899 ziet zijn eerste automobiel het levenslicht, de koetsachtige tweezitter Well-Eyes 3½ HP met een lichte tweecilinder motor. Ceirano is daarmee samen met fabrikanten Lanza en Ricordi de producent van de eerste Italiaanse auto’s.

Nog datzelfde jaar koopt Giovanni Agnelli (1866-1945) de rechten van Ceirano’s ontwerp. Hij spijkert iets later het FIAT-logo op de fabriek en brengt de auto uit onder de naam FIAT 4 HP. Agnelli stelt Giovanni Battista aan als agent van FIAT, een functie waar hij na een jaar genoeg van heeft en hij begint weer voor zichzelf. Schot voor de boeg: wie de Italiaanse autogeschiedenis kent, weet dat uiteindelijk elk Italiaans automerk in de mand van FIAT belandt.

Itala

Tussen 1903 en 1905 bouwen de Ceirano’s auto’s onder de naam Fratelli (gebroeders) Ceirano. Giovanni Battista houdt het daarna voor gezien, gaat met pensioen en overlijdt in 1912. Giovanni en Matteo gaan wel door. Eerst onder de naam ‘Ceirano Matteo & C.’ en een jaar later als Itala.

Itala, foto copyright Bonhams

Het merk is voornamelijk bekend vanwege deelname aan de bekende races van voor de Eerste Wereldoorlog: Mille Miglia, Targa Florio, de illustere Vanderbilt Cup en de winst tijdens Peking-Parijs (12.872 km in 62 dagen) in 1907 door graaf Prins Luigi Marcantonio Francesco Rodolfo Scipione Borghese (1871-1927). Broer Matteo wint in 1904 zelf de Moncenisio-Susa heuvelklim voor lichte automobielen in een Itala 24 HP en daarmee is de toon van het merk gezet.

Vanderbilt Cup 1906, Maurice Fabry reed zijn Itala naar een 12e plek.

Tussen 1904 en 1933 rollen er schitterende en bijzondere Itala’s uit de werkplaats annex fabriek in Turijn. Aanvankelijk betreft het chassis’ met 18 HP, 24 HP en 50 HP motor. De racemodellen zijn uitgerust met bizar grote krachtbronnen, zoals het type met 14,8 liter vijfcilinder waarmee zowel de Coppa Florio als de Targa Florio werden gewonnen. De productiestap van grote automotoren naar vliegtuigmotoren is logisch als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Pas in 1920 brengt Itala weer een automodel uit.

Targa Florio 1922

Een hoogtepunt is de Itala Tipo 61, een chique personenwagen met vierversnellingsbak, servo-remmen en zevenmaal gelagerde aluminium zescilinder tweelitermotor van 50 pk. In 1924 neemt FIAT ingenieur Giulio Cesare Cappa (1880-1955) de Itala-toko over en in 1928 wint een Tipo 61 de tweeliterklasse van Le Mans. Tot het einde van Itala blijft de Tipo 61 in licht gemodificeerde versie tot 1934 in de verkoop. In 1929 neemt vrachtwagenproducent Officine Metallurgiche de firma over, die de resten van Itala aan FIAT verkoopt. Een jaar later sluit het doek definitief.

Itala tipo 61 coupé, 1929

SPA

Wispelturigheid is de Ceirano’s niet vreemd: in 1906 verlaten Matteo en zijn chef design Alberto Ballacco het merk Itala. Matteo richt samen met ingenieur Michele Ansaldi S.P.A. (Società Piemontese Automobili) op dat na twee jaar samengaat met FLAG (Fabbrica Ligure Automobili Genova) en de naam verandert in Società Ligure Piemontese Automobili. Het SPA-hoofdkantoor is gevestigd in Genua en de productie van vier- en zescilindermodellen vindt plaats in Turijn.

Ernesto Ceirano in SPA, Targa Florio 18 mei 1908

Matteo en Ansaldi verlaten SPA in 1916 maar het merk gaat door. In de Eerste Wereldoorlog met de productie van vliegtuigmotoren en vanaf 1918 met bijvoorbeeld de 14/16 HP en 25/30 HP. In 1922 komt de 30/40 Super Sports uit. Deze geavanceerde auto heeft remmen op de voorwielen en een aluminium 4,4 liter zescilinder met dubbele bovenliggende nokkenassen, vier kleppen per cilinderkop, dubbele carburatie en dubbele ontsteking. De sportmodellen Tipo 23 t/m 25 zijn succesvol in de racerij.

SPA TM40

SPA wordt in 1926 gekocht door FIAT en produceert tot 1947 commerciële en militaire voertuigen. Een geslaagd voorbeeld is de TM40 en de Dovunque 35 (1935), die tijdens de oorlog met Ethiopië en Spaanse Burgeroorlog werd gebruikt en tot in 1950 werd ingezet. In 1947 wordt SPA samengevoegd met FIAT en verdwijnt de merknaam. 

SPA Dovunque 35, 1935

SCAT

Giovanni Battista kiest voor luxe personenauto’s, Matteo bouwt en rijdt sportwagens en Giovanni kiest al snel zijn eigen pad. Hij stapt uit de onderneming en start voor zichzelf met ‘Junior Fabbrica Torinese Automobili’. In 1906 begint Giovanni Battista S.C.A.T. (Società Ceirano Automobili Torino). Uiteraard is hij weer succesvol en wint bijvoorbeeld de Siciliaanse Targa Florio van 1911 (coureur Ernesto Ceirano), 1912 (Cyril Snipe) en 1914 (opnieuw Ernesto).

Ernesto Ceirano in SCAT, Targa Florio 1913

In de naoorlogse jaren bouwt SCAT schitterende auto’s, vaak voorzien van unieke koetswerken. Giovanni Battista verlaat de op sterven na dood zijnde fabriek, en maakt onder eigen naam auto’s. In 1929 gebeurt het onvermijdelijke en neem FIAT SCAT over. Ceirano gaat nog een decennium door als producent van auto-onderdelen en sterft in 1948.

SCAT Tourer 1907

Ceirano, het einde

De naam Ceirano die synoniem is met de oorsprong van de Italiaanse auto-industrie verdwijnt. Maar zie het in perspectief: FIAT staat in die tijd symbool voor de gemotoriseerde vooruitgang van Italië en bouwt onder leiding van Giovanni Agnelli aan een imperium geschoeid naar Amerikaans voorbeeld. Zo introduceert FIAT na Citroën productielijnen met een lopende band. De genoemde firma’s plus de merken Isotta Fraschini, Alfa Romeo en Bianchi konden daar bij lange na niet aan tippen.

Aan een vervolgblog over Diatto en VALT wordt gewerkt.

Lees meer over autogeschiedenis in Onschatbare Klassieker Magazine