Duurzaam is lang met je spullen doen

Juli 2017 – Ben ik voor: lang met je spullen doen. De generatie van mijn ouders geven het goede voorbeeld. Geboren in de oorlog en opgegroeid in de schrale jaren ’50 is duurzaamheid voor hen vanzelfsprekend. De Grote Groei en De Overbodige Overdaad van de decennia later knabbelen aan die houding maar wie interieurs en huisraad van ouders en grootouders bekijkt, ziet veel oud spul dat maar niet kapot wil. Prima?

Tja, waarom zou ‘nieuw’ ook ‘beter’ zijn? Ik – bouwjaar 1967 – groeide zeker niet op in de kapitalistische weelde van nu. Ik schets mijn jaren ’70: vaders heeft een baan voor het leven bij de overheid (denkt hij naïef), jonge gezinnen kopen een huis in een hippe VINEX om oud in te worden, ik draag spijkerbroeken van een verre neef omdat ze nog lang niet versleten zijn en ik rijd een onverwoestbare Gazelle fiets die inderdaad pas na ruim 20 jaar trouwe dienst de geest geeft. Het exemplaar dat mijn vader in 1981 koopt, staat nu in mijn berging voor een maandelijkse rit.

De wereld van mijn jeugd ziet er heel anders uit dan de wereld van de jeugd van nu. We deden lang met onze spulletjes. We waren er zuinig op. Ik denk: iets is maar even nieuw. Koester dat.

Tuurlijk baal ik als kritische tiener van die gebruikte broeken. Wrangler Jeans met wijde pijpen zijn in 1984 best wel ‘uit’ en zwart-wit televisie kijken kan dan eigenlijk niet meer. Ons gezin woont in een huurflatje van 60 m2 terwijl steeds meer klasgenootjes verhuizen naar ruime koophuizen in de fris gebouwde Delftse uitbreidingswijk Tanthof. Rijtjeshuizen, klaar om vol gezet te worden met de spullen van de moderne tijd.

De huizencrisis (1979 tot 1983) en de bevroren ambtenarensalarissen weerhouden mijn ouders ervan te verhuizen uit Delft-Zuid. En ze zijn niet de enigen. Misschien maar goed ook. De VINEX-voorbode blijkt al snel nog saaier dan de langzaam maar zeker levendiger en kleuriger wordende Delftse flattenwijken. Tot eind jaren ’80 heb ik het er best naar m’n zin.

Gewoontedieren

Elke dinsdagavond is zwemavond. Mijn moeder wordt keurig afgezet bij mijn in Rotterdam-West wonende familie: opa en oma in Spangen, naast Het Kasteel van Sparta en even verderop oma in de Gijsingstraat. Even later trek ik samen met mijn vader en mijn broer baantjes in het 50-meterbad van Rotterdam West. Na het zwemmen drinken we thee in het typische jaren ’50 interieur van mijn grootouders. De tuttigheid staat in schril contrast met mijn hippe tienerleven.

Wat bevalt me dan zo? De oude meubels die nog prima voldoen ook al hebben ze een leven vol herinneringen achter de rug. De donkere tinten geven me een gevoel van warmte en behaaglijkheid. De traagheid en de behoudendheid om alles zo te laten, zetten de tijd even stil. Dat laatste druist uiteraard rigoureus in tegen alles wat ik dan als 16-jarige wil en doe. Maar het voelt prima. Een gevoel van ‘er hoeft even niets anders dan het nu is’.

Het woord bij de daad

In 1990 verlaat ik mijn ouderlijk huis en betrek een Delftse HAT-eenheid die ik volzet met gebruikte (Pastoe) meubels van oma. Op m’n 25e verhuis ik naar Amsterdam en ook daar bestaat de huisraad niet uit de allernieuwste spullen: jaren ’50 caféstoelen uit Parijs, een kast uit naoorlogs België en diverse afdankertjes worden gemengd met IKEA en ander goedkoop spul. Mijn kapotte Gazelle verkoop ik aan een handige student en ik schaf een opgeknapt model uit 1973 aan. In feite een omgebouwde racefiets met terugtrap rem.

In De Gouden Jaren ’90 koop ik veel nieuw omdat het kan – ik verdien lekker, daar ga je al… – en in 2002 wordt er een eengezinshuis opgetut met spic & span Eigen Huis & Interieur meubilair, een strakke designkeuken en wederom IKEA-spul. Niet mijn keus. Na scheiding volgen 18 maanden van dakloosheid en in de herfst van 2013 richt ik mijn tijdelijke woning in met Kringloopspul en gekregen afdankertjes. Het levert een gezellig huisje op waar VINEX-papa’s maar al te graag een borreltje komen drinken.

En nu? De eens duur gekochte merkkleding wil me maar niet van het lijf slijten. Sommige van mijn overhemden van meer dan twintig jaar gooi ik niet weg: ik geef weg aan wie ze wil hebben. De iMac anno 2008 doet het nog, al lukken updates sinds 2012 niet meer. Boeien. Met mijn Honda Civic rij ik 16 jaar tot ik ‘m in Zuid-Engeland TL rij. Doodzonde want het dappere Hondaatje rolt tot het moment van impact nog perfect en is spotgoedkoop in het onderhoud.

In 2011 schaf ik een Fiat Punto spaardiesel aan die ik in 2019 met 225.000 forenskilometers verkoop. De 19 ct / km – inclusief alles, dus ook parkeervergunning – brengen me niet in de verleiding om naar iets anders uit te zien. Sinds 2017 rijden mijn vriendin en ik een Alfa Romeo uit 2006. En die rijden we op.

Ik bel (in 2017) met een Samsung 3S, loop 3 jaar op Adidas sneakers en minstens 8 jaar op keurige Van Liertjes. Mijn muziek komt uit een 25 jaar jonge Teac / Tannoy combi, de TomTom wijst me na 7 jaar nog steeds keurig (door heel Europa) de weg en mijn degelijke Italiaanse kwaliteitsbril wil ook maar niet stuk. Mijn saxofoons zijn respectievelijk uit 1926 en 1986. Mijn eerste iMac uit 2002 (het beroemde bolletje) doet dienst op de eettafel: muziek tijdens het eten. And the list goes on.

Weggooien is zonde en duurzaam is lang met je spullen doen. Zolang je tevreden bent – en dat ligt echt aan jezelf – is het niet nodig om iets te kopen dat Speciaal Voor Jou Gemaakt Is. En als je denkt van wel, vraag je dan af waarom.

Tips

  • Koop goeie spullen en wees er zuinig op, weersta de verleiding van nieuw – waar laat je het? – en denk na voordat je materie aanschaft: heb je het echt nodig of wil je het?
  • Kijk eens bij Kringloopwinkels en laat je verrassen. Het is ongelofelijk wat mensen wegdoen en afdanken. Naast de talloze Marktplaatsen (ook op Facebook!) en eBay is de lokale Kringloopwinkel een schatkamer die je niet mag overslaan als je op zoek bent naar… eigenlijk van alles. Op deze webpagina staan alle kringloopwinkels van Nederland. 

Met dank aan mijn opvoeding!

Credits beeld:
– © AlbertMensingaCreative.nl
– © Pinterest Delft
– © AlbertMensingaCreative.nl