Donderdag 7 april: op weg naar Polignano a Mare

Bari Airport. De aankomst ging soepeltjes en we liepen zo door naar Alamo Car Rental , waar als het goed was een ingeboekte Renault voor ons klaarstond. De beloofde Clio bleek een stahlhelm grijze Skoda Fabia te zijn. Op de vraag aan de Autoleggio Ragazzo waarom we bijna geen Italiaanse Macchinas zagen rijden (dat viel ons lopend naar de parkeerplaats nogal op) gaf hij hoofdschuddend antwoord. Ik verstond er geen klap van dus ik lachte het dommig weg en dacht direct aan een afspraak met de Cosa Nostra. Dat hadden de VAG-jongens weer goed geregeld. Ik bedoel: wie checkt hier de milieunorm?

WTF!

OK dan, ook goed. Fabio klonk helemaal goed als een Italiaanse naam met de belofte om samen met mijn lieve vriendin Lilian een weekje het wonderschone Puglia te laten ontdekken. De jongen van de Autoleggio liep een rondje om de auto en merkte tussen neus en lippen op dat we krassen onder de 5 centimeter niet hoefden te melden. Dat beloofde wat! Maar eerst Bari uit. Vanuit de lucht zagen we de bui al hangen: aan de kust zag Bari er schattig uit maar even buiten het centrum had het noodlot keihard toegeslagen. Wat was dit voor een flauwe dump? Het zag er niet uit en het on-mediteraanse weertje hielp niet mee aan enige glans of iets van uitstraling. Snel weg van hier! TomTom uit de koffer, Polignano a Mare intikken en wegwezen.

Eerst starten: fukkaduk, een eencilinder… (om een idee te krijgen van Fabio vond ik deze review van CAR voor je. Die had ik beter vooraf kunnen lezen. Maar ja, er was ons dan ook een pittige Clio beloofd. Wisten wij veel.) Met nul koppel zwoegde Fabio zich in beweging. Met nul temperament voegde onze slappe Tsjeg zich bij het onstuimige Italiaanse verkeer dat koste wat het kost van rappestein de stad uit wou. Avondspits, ook dat nog. Wij snapten het wel. Want wat heeft wie hier in godesnaam in Bari te zoeken? De ‘lucky few’ verlekkerden zich waarschijnlijk aan een terras ergens in het havenkwartier. De rest reed met lak aan alle regelgeving ASAP de stad uit.

De eerste rotonde was al meteen een beproeving. Met een vette vaart stoof een blauwe Fiat op de haaientanden af. “Stoppuh” was mijn eerste impuls. “Oh nee, wij hebben voorrang”, en we spoorde Fabio met alle macht aan zich over de rotonde voort te bewegen. Moeizaam en met knipperend grootlicht in de achteruitkijkspiegel rolden we voorts de Ring van Bari over. Richting kust en weg van dit Manicomio. Stijlvol in driebaans, dat dan weer wel. Terwijl ik de laatste stand van de VAG-techniek doornam en via het hoofdscherm alle functies van ons Skodaatje doorliep, stierf Lilian duizend doden.

Autostrada terror

Van links en met minstens het dubbele van de toegestane snelheid werden we gepaseerd door doodgewoon uitziende Opeltjes en Fiatjes, terwijl we rechts duizend jaar oude vrachtautootjes passeerden, waar door de vele butsen en deuken de oorsprong werkelijk niet te meer te achterhalen viel. De middelste baan en 90 km/h leek mij de veiligste optie.

Pas echt leuk werd het toen de mix van achteropkomende heetgebakerde Alfa’s, Panda’s uit het Wijnjaar Nul en de uit 8 kleuren wit bestaande bestelbusjes massaal besloten ons met hoge snelheid te naderen en nog vóór ons uit te voegen. Na deze passeeracties – inclusief krappe afsnee – vertraagden de auto’s (inmiddels rechts van ons) in 2 tellen van 90-ish naar zo goed als stilstand om vervolgens aan te sluiten in een rij van hier tot aan het aangegeven Centro van een schitterend klinkende edoch ongetwijfeld net zo troosteloos als de buitenwijken van Bari ogende Suburbano. Holy Mother Mary, wij waren over 23 kilometer ook aan de beurt.

Dat ik in alle hectiek de cruise-controlknop had gevonden hielp allemaal niet echt mee. Heel fijn dat de verbruiksmeter nog geen 5 liters peut op de 100 kileumeuters aangaf, de gasrespons vervormde en de ‘triple’ afkneep naar vooroorlogse Tjechische waarden. Het duurde hele tellen voordat de boordpjoeter doorkreeg dat met een trap op het gas de cruisecontrol ‘Aus’ moest. Vol op het gas roste de eencilinder ons onder de minuut van 90 naar 100. Ben Fatto. Met een angstzweetdruppel onder de neus zwoegden we dapper voorwaarts en we hoopten samen dat Polignano a Mare zich zou aandienen voordat we in dit wilde verkeer het onderspit zouden delven.

Bend the rules

Lilian genoot van het landschap, wees naar voorbij vliegende auto’s en probeerde de standen van de stoel uit. Van alles wat ze tegen me zei heb ik alleen de volgende tegelwijsheid onthouden: “Albert pas je aan man, Italianen houden er niet van zich aan de regels te houden.” Die onthou ik voor op een T-shirt.

Van de Ring waren we op een echte snelweg belandt en we ontdekten al snel dat daarmee de snelheidsverschillen nog iets verder in extremen opgerekt werden. Terwijl de toerenteller 3500 aanwees rolden we met een comfortabele 110 kmh voorwaarts. Het landschap veranderde aangenaam: links het oosten en dus de Adriatische kust, rechts de binnenlanden en… iets met bebouwing, troosteloosheid en weinig verheffend groen. Nou ja, iets dat ongetwijfeld eens weer groen ging worden. Op internet zag het er allemaal veel mooier uit.

Ik was na zo’n enkele kilometers rijden best tevreden over Fabio. De moteur – of wat ervoor doorging – hoorde je niet, de stoelen zaten eigenlijk best goed en de controls waren Pünktlich und Gründlich en waarschijnlijk uit een VW Polo. Maar dat schijnt Italiaans voor kip te zijn dus ik begrijp dat verhuurder Alamo voor de VAG Fabio koos. Daarnaast (las je de pittige reviews?) kun je je afvragen wie er zitten te wachten op een handige mini-station met een motortje dat de auto amper in beweging krijgt. Mijn broer bleek achteraf eenzelfde Fabia-ervaring te hebben gehad. Ergens in de binnenlanden van Spanje moest hij het afleggen tegen dikke Seat diesels die wel in een hoge versnelling de hoogteverschillen aankonden. VAG moest deze autootjes toch ergens afzetten dus waarom niet in Verre Europeesche Uithoeken aan budget autoverhuurders. Slim en ook wij trapten erin.

Skoda gedoe

Enfin. On With the Show. Terwijl links van ons de snelheden opliepen tot waarden die ik niet eens van de Autobahn ken viel me op rechts op dat het aantal afslagen afnam, tot bijna geen. Tom gaf aan dat Pogliano a Mare nog 3 kilometer was dus de volgende afslag was vast de onze. Ik vloekte op z’n Gordon Ramsays en schakelde alvast terug naar vier. Je kunt maar beter voorbereid zijn op dreigend onheil. Niet dat ik er iets van terughoorde trouwens. De motor bleek ingepakt onder dikke lage isolatie en ik merkte weinig tot geen verschil in geluid. Ook bij Skoda was de Bentley-norm doorgedrongen, stelde ik me zo voor. Gelukkig gaf het display duidelijk aan dat gang 4 was ingeschakeld. En yes, daar was ie dan, afslag Pogliano a Mare. Met een uitloop van zeker 200 meter dus ik hoefde niet eens af te remmen. Die Bremsen bleken overigens prima Duits en dus zonder enig gevoel en prettig vertragend. Qua bediening was ik over de schakelpook best tevree: Scatola Del Cambio is Italiaans voor versnellingsbak. Ik ga Italiaanse les nemen, denk ik.

Coastend en met een gangetje van 50 rolden we een industrïele cybergame in. Hoge halfronde betonnen wanden deden ons vermoeden beland te zijn in een aanvoerbuis van een graansilo of een open riool. Geen van beide bleek het geval want binnen no-time openbaarde zich een gezellig Italiaans kustplaatsje voor ons. Het kon dus wel.

Met deze verbetering van het landschap bleek ook de onrust van de lokale bevolking verdwenen en ook Fabio voelde zich duidelijk beter in zijn element. Dit slakketempo kon ie wel aan. Misschien moesten we er zelf een voorbeeld aan nemen. We stopten even voordat we Our First AirBnB zouden aandoen en we parkeerde Fabio zoals Italianen dat doen: achteloos. Het maakt niet uit wat er op de weg geverfd is – ook al is het een zebrapad! – er staat wel een auto ge.. plaatst. Want parkeren kun je het niet noemen.

OK dan, aan die ongehoorzaamheid wilde ik me wel houden en ik schoof de Tjech tussen een onduidelijk rijtje lokale Macchinas. Kanone, start-stop en de eenpitter slaat uit. Lilian roept wijs dat er op mijn Punto een knop zit om met dat ongerief korte metten te maken. Maar nee, de VAG Cosa Nostra dacht daar heel anders over. Met tot bijna nul gereduceerde uitstootgegevens op de bril voorzag de Capo Di Tutti Capi dat er van zo een knop absoluut geen sprake kon zijn.

Wat een uitzicht en wat een bijzonder aangename verpozing. Even de stelten strekken en de 727 uit de spieren lopen. Dit was het wel. Geen toerist in zicht en vooral veel relaxt ogende Italiani, vanaf de parking te zien veertien ijssalons en minstens evenzoveel Ristoranti di Pesce, klotsende zee tegen de goudgele klifjes, zonnetje d’r op: kom maar op met die AirBnb. Dat bleek nog even een dingetje.

Krap

“Hier A Destra”, wees Lilian en ik draaide Fabio met een onmogelijke bocht een nog onmogelijker straatje in. Wat zullen we nu krijgen? Op 3 centimeter afstand van vervaarlijk uitstekende zijspiegels kroop ik rechts voorbij een rij bumper aan bumper gestalde auto’s en links langs een hoge stoep de Via Nogwat in. “Hier is het ergens”, hoor ik een paar keer terwijl de TomTom intussen in een soort videospelletje was veranderd. Het scherm ververste bij iedere kruising en als ik A Sinistra moest stond er toch duidelijk met een groot bord aangegeven dat dat de bedoeling niet kon zijn. Intussen maakt de eerste versnelling overuren, want in z’n twee sloeg de brommert bijna af. Het waren vast de hoogteverschillen die Fabio parten speelden.

“We parkeren gewoon hiero”, besloot Lilian en met een soepele beweging stond Fabio op een plekkie. Nou ja, met drie soepele bewegingen. Ik begon al aan het karretje te wennen. Uitpakken en wegwezen, straatnaam onthouden en… ergens ‘daar’ naartoe. Zo groot was het buurtje nu ook weer niet. Mio Dio wat is het hiero Bello. Overal barretjes en mensen aan de Alcoholico. Ik geloof dat we hier wel aan kunnen wennen.

OK dan, na enkele minuten stonden we op een geweldig Piazza en we hadden pas aan drie locals gevraagt naar de Via Della Dinges. Werkelijk niemand had ook maar enig idee waar of dat kon zijn. B&B-eigenaresse Clodia bellen dan maar. Eenmaal aan de lijn vroeg ze me vijfmaal hetzelfde en ik gaf haar vijfmaal hetzelfde antwoord – je kunt niet zeker genoeg zijn. Ze vroeg ons even te wachten, ons appartementje was enkele minuten lopen van deze Piazza Fulvia.

Na een andere ‘Clodia’ allervriendelijkst te hebben begroet, uitgebreid onze bevindingen van het afgelopen half uur te hebben uitgelegd en vervolgens onze welgemeende excuses te hebben aangeboden kwam de echte Clodia aangetrippelt. Ze sprak verstaanbaar Engels wat in deze contreien een wonder mag heten. Enthousiast was ze ook nog eens. Als een echte Gentiluomo nam ik alle bagage op me en wandelde achter de twee babbelende dames aan.

AirBnB hemel

Van het ene heerlijke plein (uitgebreide horecaf) naar het andere (minder horecaf en meer ruimte, omzoomd met vrolijke palmbomen, bankjes, zwerfkatten) liepen we zo ons onvindbare straatje in. De AirBnB bleek een paradijsje (linky). Clodia legde in een paar tellen uit wat we in een oogopslag al zagen: dit gingen een paar geweldige dagen worden. Superefficïent ingericht en zo leeg mogelijk om ons alle ruimte te geven niet tegen elkaaraan te botsen. In Italia weten ze hoe ze stelletjes een fijn verblijf gunnen. Door alle avonturen waren we uiteraard helemaal vergeten waar we Fabio hadden achtergelaten.

Uit eten

Wat een leuke plek was dit appartement! Een sfeervolle mix van oud en nieuw. Een perfect begin van onze week en de gedroomde ontstressplek na onze dolle rit op de Autostrada. Lounge-bank centraal, ruime slaaphoek met harde bedden (Grazie A Dio!), ruime en slim ingerichte kasten en onze universele stekker paste in de Italiaanse stopcontacten. De 3G uit de lucht kwam soepeltjes door, de keuken was gaaf (met het afdruiprek boven de gootsteen, wat een uitvinding) en het water werd zelfs warm en heet: wat wil een mens nog meer? Lekker eten natuurlijk. En dat hadden we al in diverse soorten en smaken voorbij zien komen. Snel naar buiten voor een ontdekkingstocht.

Na een korte wandeling door ‘ons buurtje’ in de oude stad daalden de bloedsuikerspiegels tot onder acceptabele waarden zodat van een weloverwogen menukeuze geen sprake kon zijn. Een Expert View was niet nodig om te zien dat het Eten & Drinken in Polignano a Mare dik voorelkaar was. We zagen de locals op terrasjes smullen van keurig opgemaakte bordjes vleesch en visch en tevreden aan knapperige pizza’s knabbelen. Ook de omvang van de bellen Vino droegen onze goedkeuring. Met een korte blik op een beknopte menukaart – geen idee wat er stond maar de prijzen waren OK, was het toeristenseizoen nog niet begonnen ofzo? – kozen we een plekje op een terras aan een levendig pleintje vol Italianen en met uitzicht op twee ferme klokketorens. Die klokken lieten direct van zich horen. Acht als een smid-op-een-aambeeld luidende slagen gevolgd door een droge metalen tik die klonk alsof iemand een deuk in Fabio trapte. Kwart over acht: lekker duidelijk, elk kwartier een lel op die bel.

Wat stond er op ons menu?

Het ANWB-zakwoordenboekje bracht uitkomst en gaf vertalingen van de ene heerlijkheid na de andere. Er kwam niets voorbij dat we niet lustten. Aan tafel! Als Primi kozen we Cozza: het klinkt vies maar het is Italiaans voor mosselen. Ik koos voor peperig en Lilian voor Au Gratain. Twee deuken in Fabio later, kondigde Lilian de op ons aflopende ober aan met een welgemeend ‘kolere’. En met recht, want hij zette twee schalen met een berg Cozze voor ons neer waar ieder zichzelf respecterend Zeeuws restaurant het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Was dit een voorgerecht? Kallum an zeg.

Helaas lieten onze Doue Peroni op zich wachten tot na het afrekenen – en ik maar volhouden dat Italianen snappen hoe onkies het is om bier bij de vis te serveren. We moesten het met een diepblauwe karaf Aqua Locale doen. Ook goed. Tijd voor gang twee. Ik mocht een groot bord met een zeer dieprode entrecote soldaat maken. Een ruime hoeveelheid Porcini en wijnsaus zorgden voor een rijke en intense smaak. In de roos. Lilian pakte het iets lichter aan met filetreepjes en een flinke berg rucola. Riant voorzien van Pecorino, volgens de locals de lekkerste van Italië. We sloten af met een Caffè Americano en een Ristretto. Nog even over de pleintjes dwalen, van het zeezicht genieten en ons verbazen over de ruime sortering Gelateria. Kon het erbij?

De eerste de beste

Niet ieder ijs verdiende onze goedkeuring. Met name de entourage moest onze blik kunnen doorstaan. Nogal wat barretjes oogden behoorlijk shabby, vanwege een ongezellig TL-sfeertje of de muffige clientele. Lilian wilde per sé Melone en ik ging voor iets dat er zo chocoladerig uit moest zien dat nee-zeggen geen optie meer kon zijn. We stopten – simultaan, great minds think alike – bij een potsierlijke bonbonzaak waar het ijs er uitzag alsof Brancusi er 12 hoogtepunten uit de beeldhouwkunst had achtergelaten. In alle tinten donkerbruin tot gelig wit schreeuwden de koude sculpturen om door de ijsschep verminkt te worden en eenmaal op hoorntjes geprakt geschikt gemaakt ter onzer consumptie. We probeerden ons aan de bediening verstaanbaar te maken. Maar hoe we ook ons best deden, de dame achter al het lonkende lekkers kreeg geen idee van ons wensenpakket. De eigenaar werd erbij geroepen om in zijn beste Engels uit te leggen dat wij de eerste ijsklanten van dit seizoen waren. Hij wees naar de stapel verse kartonnen dozen die nogal detoneerden in het verder smetteloze chocoladeparadijs. Gewapend met onze volle hoorntjes wandelden we tevreden de avond in, vol verbazing over hoe weinig er te doen was. Het toeristenseizoen was inderdaad nog niet begonnen.

Verder naar Reisverslag Dag 2. Vrijdag 8 april: polignano a Mare ontdekken >>

Terug naar het overzicht