Puglia & Basilicata: op weg naar Polignano a Mare

Donderdag 17 april 2016 – Bari Airport. De aankomst gaat soepeltjes en we lopen zo door naar Alamo Car Rental, waar als het goed is een ingeboekte Renault voor ons klaarstaat. De beloofde Clio blijkt een stahlhelm grijze Skoda Fabia te zijn. Op de vraag aan de Autoleggio Ragazzo waarom we op de parkeerplaats bijna geen Italiaanse Macchinas zien rijden, geeft hij hoofdschuddend antwoord. Ik versta er geen klap van dus ik lach het dommig weg en denk direct aan een afspraak met de Cosa Nostra. Dat hadden de VAG-jongens weer goed geregeld. Ik bedoel: wie checkt in deze uithoek van Europa de milieunormen?

WTF!

OK dan, ook goed. We dopen Fabia om in Fabio en zijn klaar om een weekje het wonderschone Puglia te ontdekken. De jongen van de Autoleggio loopt ter inspectie een rondje om onze auto en merkt tussen neus en lippen op dat we krassen onder de 5 centimeter niet hoeven te melden. Right!

Maar eerst Bari uit. Vanuit het vliegtuig zagen we de bui al hangen: aan de kust ziet Bari er schattig uit maar even buiten het centrum slaat het noodlot keihard toe. Wat is dit voor een flauwe dump? Het ziet er niet uit zoals ‘in de folder’ en het on-mediteraanse weertje helpt niet mee aan versterking van enige glans of iets van uitstraling. Snel weg van hier! TomTom uit de koffer, Polignano a Mare intikken en wegwezen.

Eerst starten: fukkaduk, een eencilinder… (om een idee te krijgen van Fabio vond ik deze review van CAR voor je. Die had ik beter vooraf kunnen lezen. Maar ja, er was ons dan ook een pittige Clio beloofd. Wisten wij veel.) Met nul koppel zwoegt Fabio zich in beweging. Met nul temperament voegt onze slappe Tsjeg zich bij het onstuimige Italiaanse verkeer dat koste wat het kost van rappestein de stad uit wil.

Avondspits, ook dat nog. Wij snappen het wel. Want wie heeft hier in godesnaam iets te zoeken? De ‘lucky few’ verlekkeren zich waarschijnlijk as we speak aan een terras ergens in het havenkwartier. De rest racet met lak aan alle regelgeving ASAP de stad uit.

De eerste rotonde is al meteen een beproeving. Met een vette vaart stuift een blauwe Fiat op de haaientanden af. “Stoppuh dan” is mijn eerste impuls. “Oh nee, wij hebben voorrang”, en we sporen Fabio met alle macht aan zich over de rotonde voort te bewegen. Moeizaam en met knipperend grootlicht in de achteruitkijkspiegel rollen we voort de Razende Ring van Bari over. Richting kust en weg van dit Manicomio. Stijlvol in driebaans, dat dan weer wel. Terwijl ik met kruissnelheid de laatste stand van de VAG-techniek doorneem en via het hoofdscherm alle functies van ons Skodaatje bekijk, sterft Lilian duizend doden. Ogen dicht, adem in en God zegene de greep!

Autostrada terror

Van links, en met minstens het dubbele van de toegestane snelheid, worden we gepasseerd door doodgewoon uitziende Opeltjes en Fiatjes, terwijl we rechts duizend jaar oude vrachtautootjes passeren. Exemplaren waar door de vele butsen en deuken de oorsprong werkelijk niet te meer te achterhalen valt. De middelste baan en 90 km/h lijkt mij voor nu de meest veilige optie.

Pas echt leuk wordt het als de mix van achterop komende en heetgebakerde Alfa’s, Panda’s uit het Wijnjaar Nul en uit 8 kleuren wit bestaande bestelbusjes massaal besluiten ons met hoge snelheid te naderen, links of rechts te passeren en toch nog vóór ons uit te voegen. Na zo’n passeeractie – inclusief krappe afsnee – vertragen de ‘auto’s’ (inmiddels rechts van ons, uiteraard op aanraakafstand) in 2 tellen van 90-ish naar zo goed als stilstand om vervolgens aan te sluiten in een rij van hier tot aan het aangegeven Centro van een schitterend klinkende edoch ongetwijfeld net zo troosteloos als de buitenwijken van Bari ogende Suburbano. Holy Mother Mary, wij zijn over 23 kilometer ook aan de beurt.

Dat ik in alle hectiek de cruise-control knop vind, helpt allemaal niet echt mee. Heel fijn dat de verbruiksmeter nog geen 5 liters peut op 100 kilometers aangeeft, maar de gasrespons ontwijkt elke vorm van acceleratie en knijpt de ‘triple’ af naar vooroorlogse Tjechische waarden. Het duurt hele tellen voordat de boordpjoeter doorkrijgt dat met een diepe trap op het gas de cruisecontrol ‘Aus’ moet. Met een angstzweetdruppel onder de neus zwoegen we dapper voorwaarts en hopen (bidden) we samen dat Polignano a Mare zich aandient voordat we in dit wilde verkeer het onderspit delven.

Bend the rules

Lilian geniet van het landschap, wijst naar voorbij vliegende auto’s en probeert alle standen van haar stoel uit. Van wat ze tegen me zegt, onthou ik alleen de volgende tegelwijsheid: “Albert, pas je aan man. Italianen houden er niet van zich aan de regels te houden.” Binnenkort op een T-shirt near you.

Van De Ring belanden we op een echte snelweg. We ontdekken al snel dat daarmee de snelheidsverschillen nog iets verder in extremen opgerekt worden. Terwijl de toerenteller 3.500 aanwijst, rollen we met een comfortabele 110 km/u voorwaarts. Het landschap veranderd aangenaam: links het oosten en dus de Adriatische kust, rechts de binnenlanden en… iets met bebouwing, troosteloosheid en weinig verheffend groen. Nou ja, iets dat ongetwijfeld eens weer groen zal worden. Op internet zag het er allemaal veel mooier uit.

Na enkele kilometers rijden ben ik best tevreden over Fabio. De moteur – of wat ervoor doorgaat – hoor je niet, de stoelen zitten eigenlijk best goed en de controls zijn Pünktlich und Gründlich en waarschijnlijk afkomstig van een VW Polo. Polo schijnt overigens Italiaans voor kip te zijn dus wij begrijpen dat autoverhuurder Alamo voor de VAG Fabio koos.

Mijn broer blijkt achteraf eenzelfde Fabia-ervaring te hebben gehad. Ergens in de binnenlanden van Spanje moest hij het afleggen tegen dikke Seat diesels die wel in een hoge versnelling de hoogteverschillen aankonden. VAG moet deze treurige autootjes toch ergens afzetten dus waarom niet aan budget autoverhuurders in Verre Europeesche Uithoeken? Slim en ook wij trappen er weer in.

Skoda gedoe

Enfin. On With the Show. Terwijl links van ons de snelheden oplopen tot waarden die ik niet eens van de Autobahn ken, valt me rechts van ons op dat het aantal afslagen in rap tempo afneemt, tot bijna geen. Tom geeft aan dat Pogliano a Mare nog 3 kilometer is dus de volgende afslag is vast de onze. Ik vloek op z’n Gordon Ramsays en schakel alvast terug naar de vierde versnelling. Je kunt immers maar beter voorbereid zijn op dreigend onheil. Niet dat ik er iets van terug hoor trouwens. De motor lijkt wel ingepakt in dikke lage isolatie wat direct de algehele sloomheid verklaard, want gewicht. Ook bij Skoda is de Bentley-norm doorgedrongen, stel ik me zo voor.

Gelukkig geeft het display duidelijk aan dat de 4e is ingeschakeld. En yes, daar is ie dan, afslag Pogliano a Mare. Met een riante uitloop van zeker 200 meter is remmen niet eens nodig. Die Bremsen zijn overigens prima Duits en dus zonder enig gevoel en prettig vertragend.

Met een gangetje van 50 rollen we een industriële cybergame in. Hoge halfronde betonnen wanden doen ons vermoeden beland te zijn in een aanvoerbuis van een graansilo of een open riool. Geen van beide blijkt het geval want binnen no-time openbaart zich een gezellig Italiaans kustplaatsje voor ons. Het kan dus wel.

Met deze verbetering van het landschap blijkt ook de onrust van de lokale bevolking verdwenen. Zelfs Fabio voelt zich duidelijk beter in zijn element. Dit slakke tempo kan ie wel aan. Misschien moeten we er zelf een voorbeeld aan nemen. We stoppen even voordat we Our First AirBnB aandoen en we parkeren Fabio zoals Italianen dat doen: achteloos. Het maakt niet uit wat er op de weg geverfd is – ook al is het een zebrapad! – er staat wel een auto.

OK dan, aan die ongehoorzaamheid wil ik me wel houden en ik schuif de Tjech tussen een onduidelijk rijtje lokale Macchinas. Wat een uitzicht en wat een bijzonder aangename verpozing. Even de stelten strekken en de 727 uit de spieren lopen. Dit is het wel: geen toerist in zicht en vooral veel relaxt ogende Italiani, vanaf de parking te zien veertien ijssalons en minstens evenzoveel Ristoranti di Pesce, klotsende zee tegen de goudgele klifjes, zonnetje d’r op: kom maar op met die AirBnb. Dat blijkt nog even een dingetje.

Krap

“Hier A Destra is het”, wijst Lilian en ik draai Fabio met een onmogelijke bocht een nog onmogelijker straatje in. Wat zullen we nu krijgen? Op 3 centimeter afstand van bossen vervaarlijk uitstekende zijspiegels kruip ik rechts voorbij een rij bumper aan bumper gestalde auto’s en links langs een hoge stoep de Via Nogwat in. “Hier is het ergens”, hoor ik een paar keer terwijl de TomTom intussen een soort videospelletje is geworden. Het scherm ververst bij elke kruising en als ik A Sinistra rij, geeft een groot bord aan dat dat de bedoeling niet kan zijn. Intussen maakt de eerste versnelling overuren, want in z’n twee slaat de brommert bijna af. Het zijn vast de hoogteverschillen die Fabio parten spelen.

“We parkeren gewoon hier”, besluit Lilian en met een soepele beweging zet ik Fabio op een plekkie. Nou ja, met drie soepele bewegingen. Ik begin al aan het karretje te wennen. Uitpakken en wegwezen, straatnaam onthouden en… ergens ‘daar’ naartoe. Zo groot is het buurtje nu ook weer niet. Mio Dio wat is het hiero Bello. Overal barretjes en mensen aan de Alcoholico. Ik geloof dat we hier wel aan kunnen wennen.

OK dan, na enkele minuten staan we op een geweldig Piazza en hebben we pas aan drie locals gevraagd naar de Via Della Dinges. Werkelijk niemand heeft ook maar enig idee waar of dat kan zijn. B&B-eigenaresse Clodia bellen dan maar. Eenmaal aan de lijn vraagt ze me vijfmaal hetzelfde en ik geef haar vijfmaal hetzelfde antwoord – je kunt niet zeker genoeg zijn. Ze vraagt ons om even te wachten, ons appartementje is enkele minuten lopen van deze Piazza Fulvia en Clodia biedt aan ons tegemoet te lopen.

Na een andere ‘Clodia’ allervriendelijkst te hebben begroet, uitgebreid onze bevindingen van het afgelopen half uur te hebben uitgelegd en vervolgens onze welgemeende excuses te hebben aangeboden komt de echte Clodia aangetrippeld. Ze spreekt verstaanbaar Engels wat in deze contreien een wonder mag heten. Enthousiast is ze ook nog eens. Als een echte Gentiluomo neem ik alle bagage mee en wandel achter de twee babbelende dames aan.

AirBnB hemel

Van het ene heerlijke plein (louter horecaf) naar het andere (minder horecaf en meer ruimte, omzoomd met vrolijke palmbomen, bankjes, zwerfkatten) lopen we ons onvindbare straatje in. De AirBnB blijkt een paradijsje (linky). Clodia legt in een paar tellen uit wat we in een oogopslag al zien: dit gaan een paar geweldige dagen worden. Het hutje is super efficïent ingericht en zo leeg mogelijk. Er is alle ruimte om niet tegen elkaar aan te botsen. In Italia weten ze hoe ze stelletjes een fijn verblijf gunnen. Uiteraard zijn we in de consternatie helemaal vergeten waar we Fabio hadden achtergelaten.

Uit eten

Wat een leuke plek is dit appartement! Een sfeervolle mix van oud en nieuw. Een perfect begin van onze week en de gedroomde ont-stress plek na onze dolle rit op de Autostrada. Lounge-bank centraal, ruime slaaphoek met harde bedden (Grazie A Dio!), ruime en slim ingerichte kasten en onze universele stekker past in de Italiaanse stopcontacten. De 3G uit de lucht komt soepeltjes door, de keuken is gaaf (met een afdruiprek boven de gootsteen, wat een uitvinding) en het water is koud, warm en zelfs heet: wat wil een mens nog meer? Lekker eten natuurlijk. En dat hadden we al in diverse soorten en smaken voorbij zien komen. Snel naar buiten voor een ontdekkingstocht.

Na een korte wandeling door ‘ons buurtje’ in de oude stad dalen de bloedsuikerspiegels tot onder acceptabele waarden zodat van een weloverwogen menukeuze geen sprake kan zijn. Een Expert View is ook niet nodig om te zien dat het Eten & Drinken in Polignano a Mare dik voorelkaar is. We zien locals op terrasjes smullen van keurig opgemaakte bordjes vleesch en visch en tevreden aan knapperige pizza’s knabbelen. Ook de omvang van de bellen Vino dragen onze goedkeuring.

Met een korte blik op een beknopte menukaart – geen idee wat er staat maar de prijzen zijn OK, is het toeristenseizoen nog niet begonnen of zo? – kiezen we een plekje op een terras aan een levendig pleintje vol Italianen en met uitzicht op twee ferme klokkentorens. Die klokken laten direct van zich horen. Acht als een smid-op-een-aambeeld luidende slagen gevolgd door een droge metalen tik die klonk alsof iemand een deuk in Fabio trapt. Kwart over acht: lekker duidelijk, elk kwartier een lel op die bel.

Wat staat er op ons menu?

Het ANWB-zakwoordenboekje brengt uitkomst en geeft vertalingen van de ene heerlijkheid na de andere. Er komt niets voorbij dat we niet lusten. Aan tafel! Als Primi kiezen we Cozza: het klinkt vies maar het is Italiaans voor mosselen. Ik neem de peperige variant en Lilian kiest voor Au Gratain. Twee deuken in Fabio later, kondigt Lilian de op ons aflopende ober aan met een welgemeend ‘kolere’. En met recht, want hij zet twee schalen met een berg Cozze voor ons neer waar ieder zichzelf respecterend Zeeuws restaurant het schaamrood van op de kaken zou krijgen. Was dit een voorgerecht? Kallum an zeg…

Helaas laten onze Doue Peroni op zich wachten tot na het afrekenen – en ik maar volhouden dat Italianen snappen hoe onkies het is om bier bij de vis te serveren. We moeten het met een diepblauwe karaf Aqua Locale doen. Ook goed.

Tijd voor gang twee. Ik maak een groot bord met een zeer dieprode entrecote soldaat. Een ruime hoeveelheid Porcini en wijnsaus zorgen voor een rijke en intense smaak. In de roos. Lilian pakt het iets lichter aan met filetreepjes en een flinke berg rucola. Riant voorzien van Pecorino, volgens de locals de lekkerste van Italië. We sluiten af met een Caffè Americano en een Ristretto. Nog even over de pleintjes dwalen, van het zeezicht genieten en ons verbazen over de ruime sortering Gelateria. Kon het erbij?

De eerste de beste

Niet elk ijs verdient onze goedkeuring. Met name de entourage moet onze blik kunnen doorstaan. Nogal wat barretjes ogen behoorlijk shabby, vanwege een ongezellig TL-sfeertje of de muffige clientèle. Lilian wil per sé Melone en ik ga voor iets dat er zo chocoladerig uit moet zien dat nee-zeggen een onmogelijke optie is.

We stoppen – simultaan, great minds think alike – bij een potsierlijke bonbonzaak waar het ijs er uitziet alsof Brancusi er 12 hoogtepunten uit de beeldhouwkunst achterliet. In alle tinten donkerbruin tot gelig wit schreeuwen de koude sculpturen om door de ijsschep verminkt te worden, op hoorntjes geprakt en geschikt gemaakt voor consumptie.

We proberen ons aan de bediening verstaanbaar te maken. Maar hoe we ook ons best doen, de dame achter al het lonkende lekkers krijgt geen idee van ons wensenpakket. De eigenaar wordt erbij geroepen om in zijn beste Engels uit te leggen dat wij de eerste ijsklanten van dit seizoen zijn!

Wat een eer… Hij wijst naar de stapel verse kartonnen dozen die nogal detoneren in het verder smetteloze chocoladeparadijs. Gewapend met onze volle hoorntjes wandelen we tevreden de avond in, vol verbazing over hoe weinig er te doen is. Het toeristenseizoen is inderdaad nog niet begonnen. Boffen wij even.

Reisverslag Dag 2. Vrijdag 8 april 2016: Polignano a Mare ontdekken >>

Terug naar het overzicht