Stefan Bellof: waarom daar?

Januari 2020 – Stefan Bellof (1957-1985) geldt als een van de meest veelbelovende talenten van zijn generatie. Samen met Ayrton Senna (1960-1994), en nog een handvol fantastische coureurs, rijdt hij zich begin jaren ’80 onwaarschijnlijk in de kijker en overtuigd, onverschrokken en spectaculair, vriend en vijand. Tot dat het 1 september 1985, met een keiharde klap bovenop Eau Rouge, ineens over is.

Diezelfde vrienden en vijanden vroegen zich direct af: waarom in hemelsnaam in een van de meest listige bochten aller tijden nota bene routinier Jacky Ickx links buitenom inhalen…? Bellof was in zijn Brun Motorsport Porsche 956, die hij deelde met Thierry Boutsen, op papier geen match voor de snellere Rothmans 962C van de Belg. Man, man, man wat ging er om in het hoofd van de Duitse belofte?

Jarenlang was de gruwelijke gebeurtenis tijdens de 1000 km van Spa 1985 ook voor mij een van de grote mysteries van de autosport. Stefan had niet lang voor zijn fatale race een contract binnen om in seizoen ’86 en ’87 Formule 1 voor Ferrari te rijden, naast Italiaan Michele Alboreto (1956-2001), die in het kampioenschap van 1985 tweede wordt achter Alain Prost voor McLaren-Honda. Voor velen is Bellof al in de herfst van ’85 de gedroomde eerste Duitse wereldkampioen Formule 1.

Monaco regenrace

Een jaar eerder speelt hij zich in de koningsklasse in de kijker. Alle ogen zijn gericht op Bellof als hij zich tijdens de kletsnatte GP van Monaco in 1984 zonder vrees naar voren ploegt. Stefan start de race helemaal achterin het veld. Hij is de enige met een atmosferische drieliter V8 Tyrrell Cosworth met voor zich 19 stuks superieure 1,5 liter Turbo’s. Teamgenoot Martin Brundle rost tijdens de traning in Tabac zijn bolide in de poeier en mag op de tribune plaatsnemen. Prost wint de race, die vanwege het noodweer halverwege wordt stilgelegd. Ayrton Senna steelt de show door in zijn allereerste straatrace iedereen en alles in te halen tot dat hij met zijn Toleman-Hart vlak achter leider Prost komt.

Of de Fransman de bui al zag hangen – no pun intended – en Senna in zijn dromen langs hem naar het erepodium zag rijden, zullen we nooit te weten komen. Feit is dat Alain vanuit zijn McLaren naar wedstrijdleider Jacky Ickx zwaait als hij merkt dat zijn koolstof remmen langzaam maar zeker minder worden en uiteindelijk dienst zullen weigeren. Prost’s teamgenoot Niki Lauda spint in ronde 23 en op acht coureurs na valt iedereen uit. Met vijf rijders in de 31e ronde blaast Ickx de wedstrijd af met Senna op slechts zeven tellen van Prost… Intussen is er geen TV-camera die op Bellof let. Hij zou een derde plek opeisen als hij niet uit de resultaten werd geschreven vanwege een te lichte Tyrrell. Deze ‘derde plek’ bleef zijn eerste en enige podium in de Formule 1. Enzo Ferrari zag genoeg en wil hem in zijn Scuderia. Zover zou het niet komen…

De snelste

Porschefans kennen Bellof van zijn snelste rondje Nordschleife ooit; een record dat pas in 2018 verbeterd wordt. Overigens ook door een Porsche, de hybride 919. Op zaterdag 28 mei 1983 laat Stefan Bellof oudere en meer ervaren Porscherijders als Jochen Mass, Jacky Ickx, Stefan Johansson, Bob Wollek, Jan Lammers, Jonathan Palmer, David Hobbs, Vern Schuppan, John Watson en Derek Bell de grenzen van de 956 zien en rijdt hij als 24-jarige in Rothmans 956 type-C met chassis #007 (op oude banden om nieuwe 13 inch wielen en met een zo goed als volle brandstoftank) de snelste trainingstijd tijdens de ADAC Nürburgring 1000 km en noteert 6:11.13. Dit is vijf seconden sneller dan Jochen Mass en een halve minuut sneller dan Keke Rosberg. Volgens Stefan kon het nog sneller: “Ik maakte tweemaal een fout en halverwege reed er een 911 in de weg.” Met andere woorden: Hij had er nog een tel of wat af kunnen snoepen.

Op zondag, rijdt Bellof na 18 ronden de snelste raceronde tot dan toe: 6:25.91. Twee ronden later, inmiddels met een voorsprong van dertig seconden op de eerste achtervolger, vliegt hij volgas over Pflanzgarten, rolt met een snelheid van 200 km/u om zijn as en komt wonder boven wonder achterstevoren op vier wielen in de vangrails tot stilstand. Even later, op een paar meter van de direct aangevangen bergingswerkzaamheden, deelt Stefan ontspannen handtekeningen uit aan fans. Opnieuw wil hij een punt maken door te bewijzen dat hij Pflanzgarten volgas kan nemen. Dit in tegenstelling tot wat de ingenieurs van tot dan toe Porsche beweren. Zijn naaste omgeving bekruipt het angstige gevoel dat hij niet op de grens maar erover opereert. Die dag winnen Jochen Mass en Jacky Ickx op de Nürburgring. Het seizoen wordt afgesloten met een overwicht van Porsche: Ickx wordt kampioen met in zijn kielzog teamgenoten Bell, Mass en Bellof.

Een jaar later staat Bellof op de hoogste trede van het FIA World Endurance Championship met achter zich Mass, Ickx en Bell. Op 25 maart van dat jaar maakt Stefan in Brazilië zijn debuut in de Formule 1, voorbestemd om ook daar de top te halen. Mooier kan niet.

Hoe het begint

Net als zijn broer Georg gaat Stefan karten en in 1973 wordt hij vierde tijdens de Federal Junior Cup van de Automobilclub von Deutschland. Stefan is dan 16. ‘Stibbich’, zijn bijnaam betekent ‘kleintje’, valt op door zijn rijstijl en zijn goedlachse voorkomen. Bellof eindigt steevast in de top-5 van een wedstrijd en dat bezorgt hem in 1976 de titel van het International Karting Championship van Luxemburg. Georg blijft hem voor en Stefan richt zijn aandacht op het grotere werk, de Formule Ford, waar hij eind ’79 start. Dat gaat lekker en na acht eerste plaatsten pakt hij in 1980 de titel in de 1600-klasse. Hij schuift in 1981 400 cc op, doet het in die klasse iets minder, en rijdt in ’81 tevens zijn eerste seizoen Formule 2 voor Maurer Motorsport. Na een agressieve manoeuvre op Brands Hatch wordt Stefan uit de race gezet en laat hij zijn tanden zien: “Wacht maar: ik kom terug om te winnen!”

Na een succesvol seizoen 1982 (gevolgd door een iets minder ’83) rijdt hij vanaf ’82 in de meest spectaculaire raceserie: sports cars endurance. In 1982 deelt hij een Porsche Kremer CK5 met Rolf Stommelen. In 1983 wint hij met een Porsche Kremer CK5 de DRM Hockenheim Hessen Cup. De zegetocht begint. Samen met Derek Bell in de Porsche 956 van Team Rothmans schrijft hij geschiedenis door in chassis #7 de Silverstone 1000 en in #8 de Norisring te winnen, in #4 tweede te worden op de 1000 km van Spa en met #4 als derde te finishen op Brands Hatch. Hij is de jongste Porsche fabriekscoureur ooit en direct buitengewoon succesvol. Met #9 wint hij samen met Bell de Fuji 1000 en Kyalami 1000. Ook in seizoen ’84 is Bellof de man om rekening mee te houden. Opnieuw samen met Bell en aangevuld met John Watson. Bellof wint opnieuw en brengt Porsche wederom naar de top. Seizoen ’85 rijdt hij met de Belg Thierry Boutsen voor Brun Motorsport. Stefan is niet alleen snel en succesvol, hij is charmant en komt goed uit zijn woorden: erg belangrijk voor de media en de betalende sponsoren. Logisch dat de Formule 1 interesse in hem krijgt.

Formule 1 en einde…

In 1983 test Stefan, samen met Formule 3 rijders Martin Brundle en Ayrton Senna, voor het Formule 1 team van McLaren op Silverstone. Een jaar later stapt hij voor seizoen 1984 in bij Tyrrell. Dat gaat best lekker met als hoogtepunt de beschreven regenrace in Monaco. Vanwege getut over extra gewicht in de brandstoftanks tijdens de GP van Detroit worden zowel Brundle als Bellof uit het klassement geschreven. Qua logistiek is de combinatie F1 en langeafstandsracerij enigszins ongelukkig en het lukt Stefan niet om alle races achter het juiste stuurwiel te zitten en Stefan Johansson neemt zijn plaats in als hij zijn verplichtingen voor Team Tyrrell niet nakomt. Een opgeblazen Renault V6 Turbo is de laatste actie van Bellof in de Formule 1; na veertig rondjes Zandvoort strandt hij onfortuinlijk in de duinen. Had hij een duidelijke keus voor F1 gemaakt dan was hij, en niet Michael Schumacher een decennium later, ongetwijfeld de eerste Duitse superkampioen geworden. Maar het was niet alleen dat. Zijn roekeloosheid had hem in elke klasse de das om gedaan. 

Ickx stopt

Maatje Derek Bell windt er geen doekjes om: “Iedereen mocht Stefan erg graag. Iedereen, behalve misschien Jacky Ickx.” De Belgische zesvoudig winnaar van Le Mans, winnaar van acht F1-races en de Bathurst 1000 en Paris-Dakar Rally reed 1 september ’85 op Spa met een fonkelnieuwe Porsche 962. Stefan negeerde de teamorders van Tyrrell en verscheen aan de start in de snelle maar verouderde 956 van Walter Brun. Na een rijderswissel rijden de rivalen in ronde 78 achter elkaar, na hairpin La Source het rechte stuk op. Bellof is de beslissing van Ickx tijdens de regenrace van Monaco niet vergeten en voelt dat het moment gekomen is om Jacky terug te pakken. Stefan gaat opnieuw over zijn grenzen en vergrijpt zich aan een onmogelijke passeeractie. Hij mikt op links maar raakt uiteraard de 962 die de ideale lijn volgt: voor het einde van het rechte stuk en onder aan de heuvel moet je immers al de beslissing maken hoe bovenop Eau Rouge (een blinde en razendsnelle bocht!) te sturen om voor het immer steile Raidillon goed uit te komen. Met 225 km/h raken beide Porsches elkaar en rammen de vangrails. Dat pakt voor de Belg goed uit vanwege de hoeveelheid beschikbare ruimte maar Bellof knalt linksaf recht op het meedogenloze staal, met daarachter een betonnen steun. Direct vat de auto vlam. Ickx stopt, stapt direct uit zijn 962 en sprint naar zijn rivaal maar is te laat.

Uit tweede hand liet ik me vertellen wat een onthutste marshall ter plekke ziet: de voet van Bellof achter zijn helm… Ickx moest zijn seizoen bij Porsche afmaken en rijdt de resterende drie races uit. Daarna is het welletjes en hangt hij zij helm aan de wilgen. Heeft dit te maken met de tragische septemberdag op Spa? Ickx (1945) praat er zelden en niet graag over.

Geen plek voor risico’s

Norbert Singer, ontwerper van de 956, bekeek de film van de boordcamera in de 962 van Ickx. Elke ronde reed Jacky precies dezelfde lijn. Hem treft geen blaam. Toch is het begrijpelijk dat het ongeluk Ickx niet lekker zat en hem destijds zelfs verweten werd. Het was immers vergelijkbaar met de actie van Jochen Mass die in 1982 tijdens de training van de Belgische GP op diezelfde plek de wielen van de Ferrari van Gilles Villeneuve raakt, met diens dood als gevolg. Eau Rouge is geen plek om risico te nemen. Vandaag de dag is er veel meer ruimte met een enorme uitloop en zandbak. Wie nu ongewenst rechtdoor gaat knalt nog steeds hard maar tenminste met een iets subtielere snelheid tegen de barrière.

Martin Brundle, die vanuit de pits het noodlot voor zijn ogen zag voltrekken: “Stefan ging zij aan zij met Jacky en wilde zijn voet niet van het gas halen. Zo was hij gewoon.” Derek Bell: “Het was een volkomen onnodig ongeluk. Wat Bellof daar deed was niet goed. En ik zou het zijn ouders vertellen als ik moest. Niemand haalt het in zijn hoofd om in een van de moeilijkste bochten van de wereld in te halen.”

Stefan Bellof hoort in het rijtje thuis van illustere collega’s die nooit zullen sterven: Jim Clark, Jochen Rindt, Ayrton Senna… Hij reed altijd op het scherp van de snede, had soms mazzel en soms iets minder. Zijn succes van de dag hing af of hij het geluk aan zijn zijde had en dat was 34 jaar geleden, op 1 september 1985 op Spa-Francorchamps, niet het geval… Stefan Bellof werd 27.

Beeld: Porsche AG

Eerder in verkorte vorm gepubliceerd in RS Porsche Magazine 4/2019, mutatie 23-12-2019 / 24-01-2020