De grens tussen schaamte en trots

Vroeger was niet alles beter, zo ontdekken enkele nazaten. Het verleden ontsmetten door delen weg te poetsen of door het feitelijk uit te leggen? That is the question. 

In Amsterdam-Zuid staat het Van Heutsz-monument, een statig steenwerk uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Het is een uitbundig (bijna 19 meter hoog) en prominent eerbetoon aan Gouverneur Generaal Van Heutsz die in naam van Vorst & Vaderland effectief tekeer ging in De Oost en ruim honderd jaar geleden hardhandig de basis legde voor wat de eenheidsstaat Indonesië zou worden.

De beste man verdiende tijdens de oorlog aldaar (1873 – 1912), een stukje vaderlandse geschiedenis waar menigeen nu de kriebels van krijgt, de naam ‘Pacificator van Atjeh’. Generaties geboren na 1970 hebben overigens vaak geen idee van deze inktzwarte en daarom graag vergeten bladzijde van de geschiedenisles. Lees verder en huiver.

Voortvarende onderwerpingsmethoden

De methodiek van de generaal was even effectief als nu omstreden. Met de hulp van moderne middelen als automatisch geweer, stoomschip en guerrilla-tactiek brachten Van Heutsz en kornuiten zo’n 70.000 Atjehers om het leven. Na tientallen jaren stevig doormoorden, werd het doel bereikt en had Nederland er weer een winstgevende kolonie bij om, naar goed VOC-gebruik, volledig leeg te trekken en te knechten.

Zo ging dat toen, nog niet eens zo heel lang geleden. Als beloning werd Van Heutsz benoemd tot Gouverneur Generaal van Nederlandsch-Indië. Na zijn dood was eeuwige roem zijn deel in de vorm van plakkaten en beeldhouwwerken verspreid over heel ons land. Er is nog steeds een regiment met zijn naam. Maar: hoe lang nog? De trots van toen is de schaamte van nu. 

Het Amsterdamse monument (ontworpen door architect Gijsbert Friedhoff en beeldhouwer Frits van Hall) werd in 1935 door koningin Wilhelmina feestelijk onthuld. Ik heb het zelf altijd iets aan de pompeuze kant gevonden, met z’n leeuwen, wapenschilden en bijna religieuze stralenkrans. Als klap op de vuurpijl is het werkje voorzien van een riante vijver. In ieder geval tussen 1993 en 2002, toen ik er in om de hoek woonde, was het monument regelmatig onderwerp van gesprek. Gesprekken met een bittere smaak. Ik verdiepte me in de achtergrond.

Toen en nu

Sinds de lentemaanden van 2020 zijn enkele ‘foute’ namen van destijds herontdekt. Misschien dat tijdens de coronacrisis de onderzoeker bij de mens naar bovenkwam. Hoe het ook zij, de naam van Van Heutz zag ik ook weer voorbijkomen. De jeugd van tegenwoordig denkt er het zijne, hare en onzijdige van en komt nu via Zwarte Piet en Jodenkoek uit bij de helden van weleer om verhaal te halen. Want: hoe heeft het toch kunnen gebeuren dat straten en pleinen zijn vernoemd naar deze schavuiten? In alle beschikbare media lees ik de uitgebreide verontwaardiging over ‘s vaderlands verleden en hoe boze millennials daar inmiddels blijvend driftig vorm aan geven. Ik ben benieuwd hoe lang het praalgraf van Van Heutsz op de Nieuwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam onbeklad blijft. Ik lees immers dat standbeelden hun plek in stad of park niet meer zeker zijn.

Over de capriolen die in naam van Koning en Koningin plaatsvonden, maakte ik ruim 30 jaar terug graag schurende grappen. Mijn omstanders hadden vaker niet dan wel enig idee waar ik het over had. In de geschiedenisboeken van nog niet zo heel lang geleden werden onderwerpen met een link naar Nederlandsch-Indië of de politionele acties namelijk bij voorkeur zorgvuldig vermeden. Zodoende werd generaties deze info onthouden en waren velen zich lange tijd van geen kwaad vaderlands verleden bewust. En had men wel eens een regel in boek of blad gelezen dan wist men zelden van de hoed en de rand. Geschiedenis was saai en stom en de bieb was nooit een favoriete hang-out van de zich ontwikkelende jongeling. Ik zat daar dan ook vaak omringd door oudere heren en dames.

Met de komst van Wikipedia en een keur aan bereikbare nieuwszenders zijn de gruweldaden van weleer vandaag de dag in een oogwenk op te zoeken en te beoordelen. De weerzin die mijn generatie (geboren in de jaren ’60-‘70) ontbeerde, ontpopt zich de laatste jaren met alle welgemeende aandacht als spin-off. De recente nabrander over het zorgvuldig bedekte verleden voelt voor mij als een flinke pot mosterd na de maaltijd. Beter laat dan nooit, al zorgt ontbrekende kader bij de schreeuwende jeugd wel voor aparte interpretaties. Bemoei je met je eigen tijd, denk ik dan. Of verdiep je eerst eens voordat je je bek een duw geeft.

Wat vinden we er NU van?

Er zijn meer aha-erlebnissen die zich dit jaar opstapelen. Zo maakt discriminatie een flinke come-back. Sinds tradities, films, liedjes en voorwerpen van vroeger het deze eeuw moeilijk hebben, kijken steeds meer landgenoten terug in de tijd en vinden aanknopingspunten voor afgestofte wrevel en daaruit voortkomend galgespuug. Alles en iedereen met een kleurtje of vermeende minderheidsnaam strijdt om de aandacht en gunst van het publiek en haalt de geschiedenis aan om bakzeil te halen. Want: wat vinden we er NU eigenlijk van?

Tja, mijn trivia-gestrooi van toen bevatte – ik stopte vanwege gebrek aan intelligente bijval, zonder applaus geen stimulatie om door te gaan, nietwaar – menig verwijzing naar slavernij, recente geschiedenis van de USA en kwinkslag om de ogen te openen naar wat toen gebruikelijk was en in mijn optiek eigenlijk niet meer kon. Want wie goed kijkt en de geschiedenis kent, ziet en herkent nog steeds zaken die het daglicht eigenlijk niet verdragen kunnen. Maar ja, wie zonder zonde is, werpe de eerste steen Bovendien is een rijke geschiedenis ook iets waard, want cultuur.

Zoeken en vinden

Hoe deed ik dat dan, zo’n 40 jaar geleden? Welnu, ik bracht mijn middagen graag door in de bieb en las daar bijvoorbeeld over de ontstaansgeschiedenis van Nederland en in een breder verband, over de wortels van de moderne Westerse wereld. Om het ‘Black Lives Matter’ gepruttel van vandaag te duiden, put ik bijvoorbeeld uit mijn ‘bibliotheek-studies’ over de USA. Ik las over Malcolm X en de Nation of Islam, de verhouding tussen het conservatieve Zuiden, vrije Westen en zakelijke Oosten van de USA en kwam er al snel achter dat de Verenigde Staten verre van een eenheid waren en met recht een kokende ‘melting pot’ waar nogal eens iets overkookte.

In het buurtje waar ik opgroeide ging het eigenlijk net zo. Toen een groot deel van mijn wijkgenoten eind jaren ’70 verkaste naar de VINEX-wijk Tanthof, stroomde mijn Delftse Rooie Dorp vol met uit huis getrapte jeugd, nieuwkomers uit Indonesië, Molukken, Suriname, Turkije, Marokko, China en andere verre oorden en ‘goudzoekers’ uit belendende dorpjes als De Lier en Pijnacker. Dat samengaan ging niet zonder slag of stoot. Ik zag voor mijn ogen gebeuren wat ik in dikke boeken en oude kranten las. Een ware ‘Culture Clash’ vol onbegrip, slechte manieren en onverdraagzaamheid. Mijn vader zei: “teveel ratten in een te klein hok vreten elkaar op.”

Tegelijkertijd keek ik TV en zag op Het Journaal kommer en kwel in het Midden-Oosten, Zuid-Afrika, Noord-Ierland, Baskenland, Midden-Amerika, enkele Aziatische landen en behoorlijk wat Europees terrorisme tussen groeperingen die elkaar niet konden luchten of zien. De aanleiding was vaak afkomst, haat en nijd over een stukje grond, godsdienst, onduidelijke afspraken uit het verleden, kortom: zaken die vaak al eeuwenlang speelden en waar de jeugd telkens opnieuw over viel. Of voor viel, want stenen naar de juten gooien blijft een machtig mooi vermaak. En voor groepsgevoel valt ook wat te zeggen.

Digging deeper

Vanaf mijn 16e (1983) dook ik in de jazzgeschiedenis en die gaf me een fascinerend aanvulling op het 20e eeuwse Afrika en Amerika. Naadloos liep mijn kennis van de eeuwen ervoor door in de tegenwoordige tijd. Via de naoorlogse New Yorkse straatfotografen en poezie van o.a. de beatniks en Jules Deelder verklaarde mij de toenmalige situatie in Westerse landen. De wereldpolitiek werd mij langzaam maar zeker duidelijk. Gedrag en afkomst speelde en speelt een belangrijke rol. En dat zal altijd wel zo blijven.

Ook Nederland ontkwam niet aan mijn grondige vivisectie en ik schaam me nog steeds over het ontbreken van het hoofdstuk Politionele Acties in mijn geschiedenisles op de middelbare school. En wat bleek? De kids kregen 25 jaar later nog steeds geen fatsoenlijk beeld van onze vaderlandse geschiedenis voorgeschoteld. Ik kan me goed voorstellen dat je bij het lezen van Het Nieuws Van Nu denkt ‘wat erg dat die zwarte meneer door de politie werd doodgedrukt’ zonder te weten dat dit een gevalletje ‘common practise’ was. Hij was niet de eerste dode en zal ook niet de laatste zijn. Inmiddels blijkt politiegeweld een onderdeel van de Amerikaanse cultuur geworden, zo leerde ik ook uit de rapmuziek van de jaren ’80.

Incident of karaktereigenschap?

Als je weet dat jazzgrootheid Miles Davis nota bene op de top van zijn roem (in 1959, enkele maanden na het uitkomen van het beroemde album Kind of Blue) tijdens de pauze van zijn concert door de politie de peuk uit het gezicht werd gemept – want neger – begrijp je misschien beter dat dergelijke incidenten karakteristiek voor de Amerikaanse samenleving zijn.

Hoe ver terug in de geschiedenis moet je gaan om de geschiedenis te begrijpen? Hoe veel of hoe weinig context mag je daarbij als motief gebruiken? Welke rol speelt je eigen oordeel? En kennis: wat heb je aan kennis nodig om begrip te hebben van de situatie waar je wat van wilt vinden? Je zult in elke tijd smetten vinden. Laat ze. Laat ze met rust en interpreteer ze voor wat ze zijn. Wellicht een waarschuwing: ‘zo ging het vroeger’.

En dat monument in Amsterdam-Zuid? Laat dat lekker staan…

Van mij mag het Van Heutsz monument lekker blijven staan. Leren van voorbeelden, slechte en goede, vind ik een beter idee dan vermeende slechte voorbeelden weg te gummen uit de geschiedenis. Ik begrijp de schaamte. Ik voelde het zelf tijdens mijn vele ontdekkingen in de leeszaal. Een rimpelloze geschiedenis is een illusie.

Een maakbare maatschappij – denk Derde Weg en Utopia – is een streven naar perfectie die in de weg wordt gezeten door de toenemende complexiteit. De feiten zijn zoals ze zijn. Lees ze na, leer er van, probeer te begrijpen en blijf nadenken. Ik zie de sporen van vroeger als gedenktekens. Bakens die mij helpen deze tijd in perspectief te zien en te begrijpen.

John Coltrane Quartet – Alabama (1963) / achtergrond

Randy Newman – Birmingham (1974) / achtergrond

Van Kooten & De Bie – Foute jeugdboeken (1981) / achtergrond