Vrijdag 8 april: Polignano a Mare ontdekken

Altijd spannend, zo’n eerste nacht. Over de bedden niets dan lof en ook de douche werkte naar behoren. Binnen 5 minuten warm water wat in de Mediteranée een klein wonder mag heten. De cabine is iets aan de krappe kant en wij vroegen ons af hoe de gezettere gast hierin kon douchen, laat staan zijn of haar voeten wassen. Zo krap dus. Na een oploskoffie gingen we op zoek naar een artisanaal brood, artisanaal beleg en een Caffè Americano. Artisanaal klinkt enger dan het is. Het is eigenlijk een raar woord voor niet door de voedselindustrie verziekt voer. Zonder ontbijt de stad door was nog wel een dingetje maar toen de buit eenmaal binnen was bleek het de horror van een lage bloedsuikerspiegel en een knorrende maag meer dan waard. Op ons ontbijt konden we niet wachten dus bij de verplichte koffiestop in een retrozaakje – zo zagen wij het – kozen we alvast flink besuikerde croissantjes om de tocht van minstens een halve kilometer naar de AirBnB aan te kunnen.

Dolce far niente

Op het programma van vandaag stonden, naast boodschappen doen en lunchen, een beetje door Polignano a Mare rondsjokken en terrasjes pakken. Dat ging ons prima af en we ontdekten al snel dat je met een paar rondjes om de oude stad Polignano wel gezien hebt. Dat krijg je er nu van als je op de beste plek van de stad bivakeert aan een pleintje dat zo de TripAdvisor Top-10 in kan. Wat we erg waardeerden was de lokale gewoonte van de uitbaters om bij een bestelde consumptie tevens lokale knabbels (Taralli) en de allerlekkerste olijven ooit te serveren, zonder deze op de altijd uiterst schappelijk Conto te vermelden. De prijzen waren sowieso aan de lage kant. Nice.

Zonder nu overdreven uit te wijden over de onweerstaanbare kwaliteit van de stadssuper – even buiten het centrum, dus even Fabio aantrappen – is het toch wel vermeldenswaardig om aan te stippen dat Neerlands speciaalzaken een voorbeeld kunnen nemen aan de in Zuid-Italië aangeboden supermarktwaar. Die bleek naast ‘uitmuntend en overdadig’ ook nog eens op niveautje Aldi geprijsd te zijn. Let wel, we hebben het hier over een supermarkt voor heel gewone mensen. Gino & Gina zijn gewend om hun Fiatje Panda vol te laden met dagverse vis, artisanale kazen en broden en een overdaad aan vlees en groente waar Jonnie Boer hebberig van zou worden. Over glutenvrij doen ze hier niet moeilijk en ook eerlijke biospulletjes waren zonder meerprijs uit de schappen te trekken. Midden in de zaak trok een met dikke brokken Parmesan gevulde kruiwagen onze aandacht. Afgeprijsd en bijna voor niets en klaar om in ons winkelwagentje gemikt te worden. Net als de ontelbare soorten Salame, de – met de handgesneden: Prego! – knetterverse Pane en de voorraad Bevande Alcoliche waar blijkbaar in Italia geen taks op wordt geheven. Letten we even op? Het spreekt voor zich dat Lilian ’s avonds weer een wereldmaaltje ging bereiden.

Oostenrijkse bejaarden

Wat ook nog wel aardig is om te vermelden is DE trekpleister van Polignano a Mare, de baai met uitzicht op de op de rotsen gebouwde oude stad. Bekend van de lokaal aangeboden koelkastmagneten en sneeuwbollen, voor de liefhebbers in ruime mate verkrijgbaar in de tientallen toeristenwinkeltjes en Tabacchi, is deze Must-See ook uitgelicht als plaatje bij het Wikipedia-artikel over Polignano a Mare. Maar niets haalt het bij ‘the real deal’ en ook wij werden als een koelkastmagneet aangetrokken door deze pittoreske attractie. Nu is het toeristenseizoen nog niet aangebroken – al werden we bij een uitzicht wel al weggeduwd door een groepje enthousiaste Oostenrijkse bejaarden – maar ik durf te wedden dat vanaf mei horen en zien je vergaat en je struikelt over zwermen dagjesmensen gehuld in kleurig fleece en exotische footwear. Niets dan classy geklede Italiani was nu ons deel en het sprak voor zich dat we niet uit de toon vielen. Laten we het erop houden dat mijn SS-Rotterdam cap een hint was om de locals bezig te houden. “Vieni Dall’Olanda?”

In het lage tempo en in deze aangename temperatuur was het goed toeven. Voor we er erg in hadden was het alweer tijd voor de avondmaaltijd. Een belofte. Tot grote schrik kwamen we achter de culinaire misdaad dat er zonder peper en zout gekookt moest worden. Dat gaf helemaal niets. De combinatie van de rijke smaak van de kip en de tomaten en de vaardigheid van Chef Havermans zorgde voor toverpasta die tot op de laatste Penne opging. Afwassen, omkleden en de vrijdagavond in. Dat gaf even een heel ander stadsbeeld dan overdag. Opeens bleken er overal barretjes open te zijn, vulden nog meer Macchinas de hoofdstraat Via Pompeo Sarnelli en was er vooral heel veel volk op de been. Om dit eens goed te bekijken vleidden we ons neer op een van de vele witstenen bankjes van het hoofdplein, Piazza Aldo Moro.

Niet zo maar een naam. De bekende in 1978 door de Rode Brigades vermoorde Italiaanse premier werd in Lecce (Puglia) geboren. Ik ga er niet verder op in maar Italië was tijdens zijn 2 ambtsperioden om vele redenen ongelofelijk interessant. Wel noem ik nog de naam Kissinger die in verband werd gebracht met deze laffe misdaad. Denk aan andere politieke moorden zoals die op de kunstenaar Pier Paolo Pasolini. De wereld zag er in de jaren 70 beslist grimmiger uit dan nu, en de massa had geen idee wat er allemaal achter zat. Misschien schrijf ik er nog eens een longread over.

Aldo Moro

Even terug naar de paradijselijke werkelijkheid. Wat ons tijdens onze avondwandeling opviel was dat de oudere mannetjes eindeloos het Piazza Aldo Moro op en neer liepen. De dames pakten het slimmer aan en bezetten de witstenen bankjes smikkelend van romige Italiaanse ijsjes, een versnapering die ze wellicht koesterden voor een vrijdagavond. De functie van een plein: een ontmoetingsplek. Wat een armoe dat moderne planologen ons hiervan onthouden. Ook hier: bij zin en tijd schrijf ik er eens over.

Al dat gekijk maakte dorstig en dus gingen we op zoek naar een bar met terras. ’s Middags was de Peroni ons uiterst goed bekomen dus de keuze was snel gemaakt: Dove Servono Birra Qui? De bediening vond het iets vreemd dat Lilian ook voor een Forte ging. Dames drinken in Italia wijn, water of een soft drink, maar zeker geen bier. Dikke pech Angelo en bedankt voor de gastvrijheid, fijne olijven en de onmisbare Tarallini. Ook hier weer een rekening die we even tweemaal moesten bekijken. Je kunt met een broekzak vol losse muntjes een fijn avondje stappen.

We zaten midden in de levendigheid van het avondleven van Polignano. Het werd ons duidelijk dat hier heel andere wetten golden dan in het Westerse en geregelde Nederland. Met een beetje oog voor de omgeving vielen ons de vaste rituelen op: mannetjes die vanuit strategische plekken – en vast al tientallen jaren – hun vrijdagavondvrienden begroetten, een Nazionali Senza Filtri rookten of een glaasje dronken. De Tutti Giovani liepen meestal in groepjes, luidruchtige jongens of smartphone volgende meisjes, en op de Via Roma waren de wat hippere wijnbarretjes waar de jeugd staand aan de Bianco of Aperol nipte.

Na enkele rondjes hoofdstraat, met af en toe een uitstapje naar een lonkende damesmode- of schoenenzaak in een van de ontelbare zijstraatjes, sloten we de avond af met een glaasje Rosatto en een lokaal bittertje op het terras van ons restaurantje op Piazza Fulvia. De zwangere eigenaresse herkende ons en verbeterde in steenkolen Engels ons steenkolen Italiaans. Tegen twaalven was het welletjes. Met aangepaste tred schuifelden we huiswaarts. Tot onze grote schrik ontdekten we dat er schuin onder ons fijne kamertje een lel van een bar achter een garagedeur tevoorschijn was gekomen. Tot in de kleine uurtjes besloot de clientele dat het buiten ook gezellig was. Maar hoe luidruchtig ook, het lukte het volk niet ons uit de slaap te houden.

Next: Verder naar Reisverslag Dag 3. Zaterdag 9 april: naar Alberobello: Trulli kijken >>

Terug naar het overzicht