Zaterdag 9 april: naar Alberobello en Trulli kijken

’s Ochtends werd me duidelijk wat de cafegangers naast op straat drinken en schreeuwen nog meer uitspookten: voor onze stoep zitten en heel veel roken. Met veel misbaar maakte onze zwaar gepensioneerde en kromgegroeide buurman zich ’s ochtends vroeg nuttig en ruimde de achtergelaten sigarettenpeukjes en -doosjes op. Het viel ons tijdens de vrijdagmiddagwandeling langs de boulevard al op hoe enorm proper de (meeste) Polignanen op hun stadje zijn. Werkelijk iedere hoek en stoep zag er spic-en-span uit. Wat best logisch is voor een keurig kustplaatsje. De wind waait immers ieder propje constant overal naartoe. Geen gezicht en ontsierend. De gesegmenteerde prullenbakken – voor ieder type afval een gekleurde vuilniszak – stonden op strategische plekken en kwamen wij overal tegen. Waarom hebben wij dat niet in Punt NL? Kudos voor de bejaarde buurman.

Nog een voorbeeld van de Italiaanse reinheid. De modezaken deden pijn aan de ogen van de witfelle lampen die de moderne etalage’s keurig uitlichtte. Dit in schril contrast met de scharrige barretjes en de Tabaccheria. In Italië wordt er een strikt onderscheid gemaakt tussen wat er wel en wat er niet te verzorgd uit hoeft te zien. Mannendingen en vrouwendingen, denk ik. Maar daarover later meer. Nu verder met opstarten.

Polignano uit

Ontbijtje en twee oploskoffie erin, even afwassen en op weg naar de Trulli. Lilian had de route goed voorbereid, ik hoefden er alleen nog maar naartoe te sturen. Maar waar stond ons Tjechische hokje? Fabio had zich goed verstopt onder een dikke laag rood woestijnzand – waarschijnlijk afkomstig van een van de vele wegwerkzaamheden in ons parkeerwijkje. Nu was het al krap, maar met de werkers en hun machinetuig als extra hindernis maakten deze werkzaamheden het ons niet makkelijk om de wijk in- en uit te komen. Zonder morren sloeg Fabio aan en na een beproeving van de eerste versnelling, de schokbrekers en de concentratie van ondergetekende kwam daar godzijdank het centrale Piazza in zicht: de eerste hindernis van vandaag was weer genomen en ook Tom kwam uit de freejazz modus.

Om op onze bestemming te komen kozen we uiteraard voor de snelwegvrije optie en dat is voor iedere Pugliaganger een aanrader. Niet ieder stuk van de route was van een Toscaanse schoonheid maar wanneer de bochtjes en de ondergrond meewerkten had deze bestuurder het behoorlijk naar de zin. Jammer dat de puppy power en de puppy soundbyte geen bijdragen konden leveren aan ons plezier. Misschien dat we onze tanden eens gaan zetten in een Noord-Zuidroute. Uiteraard in een passender vervoermiddel zoals een Alfa Romeo 105 Bertone GTV. Er moet toch iets te dromen overblijven.

Goedkope koffie

Na een uurtje of twee rijden (we stopten alleen voor een Caffè Americano Senza Latte: 80 cent!) kwamen de eerste Trulli in zicht. En na enkele Chilometraggio rijden kwam ook Alberobello in beeld. De eerder genoten koffie drong driftig aan dus de eerste de beste parking met een vrij plekje onder een boom (schaduw) was voor ons. Lilian regelde het parkingticket met de parkingbeheerder – dat doen ze goed daar – en ik sprintte het belendende Ristorante in. Of we hier koffie konden drinken. Er moest met de Capo over vergaderd worden. Een nukkig Si gaf mij toestemming om naar de WC te racen. Natuurlijk viel de verlichting na enkele tellen uit maar met wilde armgebaren kreeg ik het weer terug. We zijn zuinig.

Vanaf een winderig terrasje – “Hebben ze hier niet van tafelkleedklemmen gehoord?” – probeerden we de punten van onze tafelbedekking met onze koffie en thee in bedwang te houden. Het gewicht van de thee was verre van adequaat. “Wat is dit voor thee: twee slokken en daar rekenen ze tweevijftig voor?” Lilian was Not Amused. Mijn ristretto – het was inmiddels ruim na twaalven – was wel OK maar hier geen 80 eurocent. Het uitzicht stemde minder vrolijk. Alberobello bleek een toeristische trekpleister van jewelste te zijn. De Trulli’s zagen er op internet schattig en mega-authentiek uit. Maar ‘in het echt’ en behangen met koelkastmagneten en Iron Maiden-shirts gaf dit toch een iets andere indruk. Wat wij in ons hoofd hadden was een soort kruising tussen de Heilige Land stichting en het Arnhems Openlucht museum en dit was duidelijk geen van beiden. De stroom aan lage voorhoofden en vormloze en felgekleurde lijven konden ons niet van het tegendeel overtuigen. Doorbijten. Oh ja, ook omdat de route steil omhoog liep.

Met moeite slaagde ik erin om het aantal Neanderthalers uit mijn fotokader te houden en te beperken tot hier en daar een afgesneden torso. Lilian kon haar lachen niet inhouden en wees mij op exemplaren die in Naturalis niet zouden misstaan. Op de afdeling Dit Is Echt Bijzonder wel te verstaan. Ik vraag me altijd af waar dergelijke schepsels hun outfitten kopen. Internet zal ook hier wel uitkomst bieden. Enfin. Intussen was het zonnetje achter de grijze wolken vandaan gekomen en verlichtte het Trulli-daklandschap op toverachtige wijze. Met het stijgen van de temperatuur kwamen ook de prikkeltjes uit de maagstreek. Een parkje tegenover de verplichte kerk – waarom voelt iedereen zich toch altijd geroepen om daar een foto van te maken? – bleek de uitgelezen plek om in de schaduw onze bammetjes met Emmenthaler te nuttigen. Wat een ongelofelijk goed brood verkopen ze in Puglia.

Dezelfde route teruglopen was voor ons geen optie. Opnieuw de confrontatie aangaan met het koopgootpubliek, nee dank je. En ik heb het niet zo op brandend maagzuur. Gelukkig bleek de tourbusderrie eenvoudig te omzeilen door een parallelroute naar beneden te nemen. Niet naar de parking – waar die tourbussen dus staan – maar rechtstreeks naar een terrasje waar de luifeltjes uitnodigend Peroni riepen. Niet dat dat een optie was maar de Foccacia’s ruikten ook lekker. We kozen een Pannini Enzo en een Fabio. What’s in a name?

De feeststemming daalde enigszins toen bleek dat al snel een buslading Oostenrijkse bustoeristen ons terrasje ontdekte. Niet alleen hielden ze het toilet onnodig en veel te lang bezet, Duitschs klinkt toch minder naar een leuke vakantieverpozing dan pittig en vrolijk Italiaans. Wel weer prettig was de ook hier uiterst schappelijke rekening. Zitten we middenin een toeristenkit en worden we niet eens bedonderd! Alhouwel, het terras tegenover ons prees een Peroni met een Foccacio aan voor drie euro. Da’s nog es smullen als een baas boven baas. Ach, zo is er altijd wat.

’s Avonds kookte Lilian weer een heerlijke maaltijdsalade bij elkaar en vermaakte we ons tot in de niet al te kleine uurtjes in ons rustige Poligniano, dat we inmiddels al bijna uit ons hoofd kende. Moe en voldaan gingen we lekker vroeg ons mandje in. De nacht verliep iets rustiger. Buone Nocche.

Verder naar Reisverslag Dag 4. Zondag 10 april : naar Matera >>

Terug naar het overzicht