Vertel een verhaal in je eigen beelden: 10 fotografie tips

Oktober 2015 – Fotografie anno nu: pak je smartphone, kader uit en druk af. Klik en klaar om je werk te delen met de wereld! Een kind kan de was doen. En dat gebeurt dan ook. Facebook en Instagram staan nokvol beeld. Een beeldenstorm. Organisaties kunnen een voorbeeld nemen aan degenen die laten zien hoe je met beeld mensen in beweging krijgt.

Een beeld zegt nog steeds meer dan 1.000 woorden

Een goed beeld zegt minstens zo veel als een slecht beeld. Een beeld kan vragen beantwoorden en vragen oproepen. Een beeld vertelt een verhaal. Altijd. Het is aan jou welk verhaal. Neem mijn openingsbeeld: ik ken het verhaal erachter. Kijk er even goed naar: wat zie jij erin?

Foto’s in opdracht

Ik snap dat je voor bijzondere beelden een vakkundige fotograaf inhuurt. Al was het maar om iemand met een andere blik naar je onderwerp te laten kijken. Bijvoorbeeld als het om een reportage, product fotografie of een professioneel portret gaat. Je kunt ook veel zelf. Bijvoorbeeld from the hip-verslaglegging voor je nieuwsbrief of zomaar een kiekje in de productiestraat van de fabriek of een verjaardag in de kantine. Authentiek. Zie Facebook en Instagram. Zo laat je zien wie je bent. En waarom.

Maak je een goede foto?

Even Googelen en je vindt 1.001 Tips & Tricks over fotografie. Leuk en aardig. Wat je echt verder helpt om betere foto’s te maken is proberen en nog eens proberen. En een beetje weten. Toepassing van kennis geeft inzicht. Want: alleen kennis is nog geen begrip… Fail forward.

Gewoon doen dus. Proberen bestaat eigenlijk niet. Meesterbassist Jaco Pastorius zei: “Don’t forget to make music while you practise music.” En ook trompettist Miles Davis oefende op het podium, gewoon door muziek te maken. Mijn tip: zorg voor een goed uitgangspunt, oefen continu en probeer altijd een zo goed mogelijke foto te maken. Aan de slag dus. Want elke poging telt en is onderdeel van je leerproces.

Wees niet te snel tevreden met je resultaat, hou vol (discipline) en ga lekker aan de slag.
Dat geldt voor eigenlijk ook voor alle andere scheppende kunsten. Als je weet wat je doet, weet wat je wil en wat er kan en heb je al snel bevredigende resultaten van je inspanningen. Ik geef je een paar basic guidelines en wat inspiratie waar je mee aan de slag kunt.

Jij en je fototoestel

Mijn tip: “Het kan altijd anders. Zoek en vind je eigen weg.”

Die zoektocht, daar gaat het mij om. Zelf hou ik erg van ‘de beperking’ en kwel mezelf met mijn apparatuur. Dat is mijn ‘weg’. Mijn trouwe 2005 Olympus E300 (Tweakers-review uit 2005) ging pas met pensioen omdat de geheugenkaarten en batterijen niet meer verkrijgbaar waren. Sinds augustus 2019 fotografeer ik met een Olympus OM-D E-M10 Mk3. De scherpstelling van mijn E300 begon te haperen en naast de aftakeling van het oude beestje speelde dus ook mijn aftakeling een rol want mijn ogen worden er ook niet beter op. Ik kijk nu een beetje half op een schermpje voordat ik afdruk. Het is allemaal nogal schetsmatig.

Grandmaster Carl de Keyzer

Een goede camera is heerlijk. Maar teveel knopjes en mogelijkheden… ik word er zenuwachtig van. Ergens midden jaren ’80 zag ik op TV meesterfotograaf Carl De Keyzer aan de interviewtafel van Regine Clauwaert*.
Wat ik me herinner, was zijn boodschap: “Ik wilde India op een reportage-achtige manier fotografisch vastleggen. Ik fixeerde de instellingen van mijn (analoge) middenformaat camera en ging aan de slag. De resultaten bevielen me.”

Carl gebruikte het aanwezige licht als hoofdlicht. Door in te flitsen en zijn film 1 diafragmastop onder te belichten bleef er voldoende licht over om de voorgrond op te helderen met een kleine invulflits. Het resultaat imponeerde. Tot op de dag van vandaag. Bekijk zijn boek India (1987). 

Goede voorbeelden

Wow. Zo wilde ik ook fotograferen: het licht vangen en naar mijn hand zetten. Nou ja, zo fotografeerde ik al. Maar dan zonder flits. Want dat vond ik teveel gedoe. En nog steeds.
Mijn vader is een hartstochtelijk amateurfotograaf met een gave techniek die gestoeld is op de analoge fotografie en de daarbij behorende Donkere Kamer. Ik leerde van hem. En van de meesterfotografen die in mijn ogen het goede voorbeeld gaven. Ik verslond hun boeken uit de lokale bibliotheek.

Henri Cartier-Bresson, William Klein, Eugène Atget, Dorothea Lange, Robert Doisneau, André Kertész, Brassaï, Garry Winogrand en toch ook Helmut Newton. En De Keyzer dus.

Go check Google. And learn. Heerlijke fotografen, geweldige beelden. Tijdloos ook.

Maar voordat ik me verlies in heldenverering laat ik je kennismaken met de basisprincipes voor het maken van een goede foto. Nog eenmaal grootmeester Carl De Keyzer: “Aan beginnende fotografen geef ik vooral de raad om door te zetten. Techniek leer je al doende; het komt erop aan genoeg manuren te maken en je grenzen te verleggen. De drijvende kracht moet van jezelf uitgaan.”

Helemaal eens. Lekker veel doen. Fotograferen met een mobieltje sla ik even over. Mijn lijst met korte tips voor het betere camerawerk:

Tip 1. Kies een fijne camera

Een duur toestel is niet altijd goed voor wat jij wilt. Een goede lens helpt wel. Duur is dan wel goed. Nou ja, relatief. Voor € 400 heb je een prima digitale camera. Soms is de lens niet verwisselbaar. Bij de compacte en slimme Olympus PEN kan dit weer wel (sorry, ik ben fan van Olympus). Erg handig. Bijvoorbeeld voor macrowerk (kies een lens voor heel dichtbij) en veldsportfotografie (kies een telelens voor veraf).

Wil je een stapje hoger in kwaliteit, meer mogelijkheden en van lens kunnen wisselen? Kies dan voor een spiegelreflex camera (DLSR, digital single-lens reflex camera). Tegenwoordig kruipen systeemcamera’s langzaam naar de kwaliteit van een DLSR. Laat je niet verleiden door onnodige extra’s en kijk naar een basismodel van een type dat je aanstaat. In de categorie € 400 – 1.000 is waanzinnig veel keuze. Een slechte koop kan ik me niet meer voorstellen.

Een gebruikt toestel kopen kan… maar zorg voor een referentie. Koop naar je budget en denk na hoe lang je met je gear wilt doen. Duurzaam is lang met je spullen doen.

Is je budget voor een camera minder dan € 300? Geen nood. Neem genoegen met de beperkingen van je smartphone of digitale pocketcamera en probeer er het beste uit te halen. Het kan en jij kunt het!

Oh ja, vergeet niet een skylight filter voor je lens te schroeven. Ik gebruik er een voor de bescherming van mijn lens tegen krassen en vuil. Voor de ontspiegeling van glanzende oppervlakken en de kleurdiepte gebruik ik (vrijwel standaard) een polarisatiefilter. Let op: dit kost je 1 tot 3 stoppen aan licht. Een skylight filter heb je al voor € 15 en een goed (draaibaar) polarisatiefilter kost zo’n € 60 – 90. Aan goedkope rommel heb je niets.

Tip 2. Ga op je gevoel af

Superbelangrijk en een niet te onderschatte factor bij het maken van een foto. Voel je je prut, ongemakkelijk of moe? Dan zie je dat terug in je foto. Voor het maken van een portret is fris en geconcentreerd zijn een basisvoorwaarde. Jouw uitstraling op de geportretteerde is enorm. 

Zo heb ik geen affiniteit met de Tour De France. Maar in het enthousiasme van de start op het Jaarbeursplein in Utrecht – in 2015 op 3 minuten lopen van mijn voordeur – liet ik me meeslepen en me verleiden (dat was de opdracht die ik mezelf gaf).

Dit portret van de iconische renner Tony Martin bijvoorbeeld. Ik wilde èn een beeldbepalend stukje Utrecht èn een bekende renner in mijn kader. In de schaduw van het SNS-gebouw was het licht (contrast) prima om zowel de daar voorbijschietende toprenners als het door de zon felverlichte stadskantoor (als Utrechts decor) goed uit te laten komen.

In het juiste tempo (van rechts naar links) meedraaien tijdens het afdrukken, zorgt voor een scherp resultaat van het hoofdonderwerp en een achtergrond met een beetje bewegingsonscherpte. Speel met je sluitertijd en onthoud of noteer wat je goed bevalt.

Tip 3. Ga uit van een idee of concept, stel jezelf een doel

Van tevoren weten wat je gaat fotograferen is niet altijd mogelijk. Het klinkt zweverig maar het is wel zo: jouw positieve energie komt in je foto terecht. Het is aardig om een idee te hebben van de onderwerpen die je tegen gaat komen maar onbevangen zijn, bevordert weer je intuïtiviteit. Ik geef mezelf graag een opdracht (of een beperking). Focus en aandacht zijn belangrijk om je een idee van resultaat te geven. Afleiding is een slechte raadgever.

In de lente van 2015 parkeerde ik mijn auto even buiten het centrum van Amersfoort en wandelde naar De Hof. Ik had m’n camera mee voor concertfotografie. Onderweg kwam ik deze twee schitterend belichte rozen tegen. Mijn idee over bloemfotografie is eenvoudig: als het licht en de vorm en de kleur mooi zijn, klik ik. Meer hoef je niet te doen. Goed kijken: gebruik je zintuigen. Voel dat het goed is. Klik.

Tip 4. Vang het licht

En zo komen we op misschien wel mijn allerbelangrijkste advies: zet het licht naar je hand. Zonder goed licht, geen foto. Kijk goed en laat je niet verleiden door de onmogelijkheid. Dit is echt een kwestie van megavaak doen en herkennen welk licht jou bevalt. Welk licht spreekt jou het meest aan? Fotograaf Pieter Vandermeer zei me (30 jaar geleden) “Never Trust Your Eyes”. En zo is het. “Better Trust Your Heart.”


Ik hou van tegenlicht, met extreem hoge contrasten dus. En van gefilterd licht. Bijvoorbeeld onder bomen. Strijklicht is ook aangenaam. Als het licht me niet bevalt heb ik geen zin om een foto te maken. Deze foto maakte ik tijdens een heel zonnige Koninginnedag. Ik haat fel zonlicht maar wilde deze 2 enthousiaste en schitterende knapen vastleggen. Ineens verscheen er een wolk voor de zon en de contrasten werden op slag behapbaar voor mijn camera. Tja, dan grijp ik direct m’n kans: “Willen jullie even tegen de rodeo-stier leunen?”. Klik!

Tip 5. Bepaal een standpunt

Klinkt heel stom dit. Mijn vader zei altijd: “Ga es door je knieën.” Niet dat dit standpunt altijd opleverde wat ik als beeld wilde. Maar toch. Ik leerde er wel van dat je soms best halsbrekende toeren mag uithalen om je foto te maken. Op de grond liggen bijvoorbeeld. Of heul gevaarlijk half op een muurtje staan en tegen een boom hangen. Of idiote geluidjes maken als je helemaal opgaat in je fotografie. Waarom zou je je schamen? Doe lekker je ding.

Zoals deze foto (Spa Six Hours 2010) ‘half over de muur hangend terwijl de raceauto’s zowat mijn gezicht inrijden’. Tja, ik wil dat beeld gewoon zo. Na een half uurtje muur ben ik stuk. De coureurs kennen me inmiddels als ‘the guy on the wall’. Kijk even naar het effect van een polarisatiefilter. Je kunt op deze foto ‘door’ de voorruit kijken en de chauffeur aan het werk zien. Ik vind dat iets toevoegen.

Tip 6. Begrijp je onderwerp

Het is soms best lastig om een onderwerp te doorgronden en ik vind het waanzinnig om te zien hoe goed jonge kinderen dit kunnen. Mijn tienerdochters (2015: toen 13 en 11 jaar – red.) zijn beiden bedreven in fotografie. Met hun smartphones natuurlijk. Tijdens een middagje rommelen in de keuken knutselde we o.a. deze chocolade-marshmallow-lolly’s. Benthe (11) maakte er deze foto van. Pas toen zag ik, wat zij zag. Mij lukte het niet om een bevredigend beeld van de lolly’s te maken.

Tip 7. Techniek: belichting

Vroeger moest je echt wel wat kennis van zaken hebben om een beetje kwalitatieve foto te kunnen maken. Sinds eind jaren ’80 helpt de techniek een handje, denk bijvoorbeeld aan auto-focus. Alles kan automatisch. Maak er gebruik van en maak het jezelf makkelijk. Het helpt als je een beetje weet hoe je camera het licht vangt en een beeld vastlegt.

Bovenstaande twee stadsgezichten nam ik in maart 2014, op een stille zondagochtend in Gent. De uitkadering en het standpunt bepalen hier de belichting, die bij mij altijd op A staat. Ik kies een diafragma en lichtgevoeligheid. That’s it. Beetje draaien aan m’n polarisatiefilter en klikken.

Tegenlicht is echt een bitch. Je camera raakt ervan in de war. Door de hoeveelheid lucht (= fel licht) te beperken en iets aan je belichtingscorrectie te draaien (overbelichten, anders zie je alleen een silhouet) krijg je zicht op een fatsoenlijk beeld. Door in RAW te schieten geef ik mezelf de gelegenheid om in de postproductie (nabewerking) met de kleurtemperatuur en de belichting te spelen.

Veel werk? Nee joh. Meer dan een minuut wil ik niet besteden om een beeld ‘goed’ te krijgen. Eenmaal gewend aan RAW wil je niet meer terug naar JPG.

Tip 8. Techniek: lens

Een goede lens maakt een enorm verschil. Iedere lens reageert weer anders op een situatie. Geef jezelf voldoende speeltijd met iedere nieuwe lens die je op je camera schroeft. Tip: ga op pad met 1 lens en beperk jezelf. Constant van lens wisselen is gedoe.

Naast m’n 14-45 mm (standaard) zoomlens kocht ik een 35 mm lens met macro-optie die zo’n goed beeld geeft dat het verslavend werkt ‘m te gebruiken. Eigenlijk is het erg onhandig want met deze matige telelens moet je alles van een afstand fotograferen. Of juist heel dichtbij dus. De foto is een van de eerste opnamen die ik ermee maakte. Je ziet: er is bijna geen scherptediepte.

Tip 9. Techniek: laat het los en gebruik je hart, dat klopt altijd

Tip 10. Druk af en gewoon doen

Carl De Keyzer: “… doorzetten. Techniek leer je al doende; het komt erop aan genoeg uren te maken en je grenzen te verleggen. De drijvende kracht moet van jezelf uitgaan.”

Zo, aan de slag nu. Heb je vragen over fotografie? Wil je weten hoe je je beelden voor je kunt laten werken? Heb je behoefte aan inspiratie of inzicht? Bel, app of mail en stel je vragen!

Noot

* TV-interview: Kunstzaken, BRT Belgium, Regine Clauwaert, 1987, Art Agenda, India

Afbeeldingen
© AlbertMensingaCreative.nl

© www.youtube.com > Clínica do Deficiente Musical

© Olympus