Equipment en setup

Mei 2015 – Ik bezit twee altsaxofoons. Mijn eerste instrument kocht ik in 1986. Het is een Yanagisawa die er na 30 jaar intensief gebruik behoorlijk ruw uitziet. De klank van deze in feite Japanse remake van de legendarische Selmer Mk6 is vol en robuust en ik kan (kon) er in alle muziekstijlen mee uit de voeten. Tien jaar later kocht ik een Buescher True Tone serie 3 altsax uit 1926. Ook die toeter zit vol gebruikssporen. Patina, heet dat. 

Na een klassieke training van twee jaar stortte ik me in de jazz en geïmproviseerde muziek. Voor een beperkt volume (kamermuziek) en klassieke muziek kies (koos) ik in eerste instantie een Selmer E mondstuk met Vandoren rieten, sterkte 3.

Voor een grotere dynamiek gebruik ik een Meyer Medium 6, Medium 8 of Otto Link 6*, uitgevoerd in eboniet. Ik speel bij voorkeur akoestische muziek in een kleine bezetting en met beperkte versterking. Sinds 2015 gebruik ik vintage mondstukken uit de jaren ’30. Een groot voordeel hiervan vind ik de beperking in volume en daarmee de grotere dynamische mogelijkheden binnen akoestische muziek. Mijn vintage mondstuk is een Woodwind & Co NY ’36’ Nr. 2 of Meliphone Special met grote kamer. Dit mondstuk past prima op alle altsaxen en vereist een aangepaste blaastechniek.

Vintage saxofoon

Na een jaar of tien saxofoon spelen krijg ik interesse in vintage saxofoons (pre-1940). Ik kom na een korte zoektocht uit op de Buescher True Tone serie 3 altsax uit 1926. Met deze ex-reserve altsax van de op 31 maart 2015 overleden saxofoonvirtuoos Robert Veen kom ik terecht in een compleet andere wereld. Het duurt dan ook even voordat ik tevreden ben over mijn geluid. Het geluid is diep en toch helder en warm met op commando een scherp randje. Naar mijn mening is het is geen instrument voor de beginnende speler.

Vintage mondstuk

Op mijn oude Buescher gebruik ik in principe dezelfde mondstukken als op mijn moderne Yanagisawa. De oldtimer sax voldoet prima op jamsessies, in kamermuziek en klassieke etudes. Sinds 2015 experimenteer ik met vintage mondstukken. Met zo’n mondstuk komt mijn Buescher beter tot z’n recht. Er komt dan echt de klank uit zoals de makers het 100 jaar geleden voor ‘oren’ hadden.

Met vintage bedoel ik ‘van voor ca. 1960’. Mondstukken gemaakt na die tijd spreken makkelijker aan en zijn consistenter van kwaliteit. Als er geen beschadigingen zijn, speelt een Otto Link uit 1960 zonder dat er aanpassing aan je techniek nodig zijn. Met een vintage mondstuk moet je maar afwachten wat er gebeurd.

Moderne saxofonisten vinden vintage vaak maar niets omdat een oud mondstuk aanpassing van techniek behoeft en in orkestbezetting meestal onbruikbaar is. In volume doe je al snel een stapje terug en intonatie en zuiverheid zijn niet egaal. Na een zoektocht kom ik uit bij de Woodwind & Co NY ’36’ Nr. 2 of Meliphone Special met grote kamer en kleine tip. Gekregen van een reparateur… Want ‘niemand kan of wil er iets mee’.

Een groot verschil met moderne mondstukken is de ronde en relatief grote kamer. De kamer heeft een groot effect op het geluid. Een grote kamer klinkt warmer en kan minder luid zijn. Een moderne kleine en smalle kamer heeft een eenvoudige projectie en klinkt zonder veel kracht te zetten al gemakkelijk luid. Fluweelzacht spelen is met een kleine kamer lastig. Het is geen wet van meden en perzen maar voor mij werkt een mondstuk met een grote kamer erg goed. 

Qua techniek moet je echt aan de slag want je maakt het geluid helemaal zelf. Zonder ademsteun blijft er weinig van je geluid over. De projectie is anders en het kost moeite om je geluid echt goed te richten. In een akoestische setting kan ik prima mee uit de voeten met mijn Woodwind. Menging met onversterkte instrumenten is geen probleem. In een big band verdwijnt het geluid tussen de luide moderne instrumenten. Dan pak ik de Yanagisawa met Link of Meyer mondstuk.

Sopraan sax

In 2015 kreeg ik van mijn muziekvriend Chris Petter een Grassi sopraansax. Een mooi, zwaar en vol klinkend instrument. Op de opnamen voor BeesAndUs ben ik op dit instrument te horen. De sopraan is vals en stemt niet met correct gestemde instrumenten. In de postproductie past de opnameleiding de pitch van mijn spel aan.

Leave a Reply

Your email address will not be published.