Juli 2021 – Op zondagochtend 2 oktober 1975 ondervraagt de wereldberoemde onderzoeksjournalist Oriana Fallaci ter plekke getuigen direct na de brute moord op Pasolini. Waarom?
En hoe ontwikkelde zich de ingewikkelde relatie tussen haar en de spraakmakende Italiaanse filmmaker, schrijver en publicist, met wie ze gedurende jarenlang een haat-liefdeverhouding had?
Haar getuigenis wordt niet direct erkent en de rechtbank veroordeeld Fallaci zelfs voorwaardelijk. Uiteindelijk blijkt haar conclusie gevaarlijk veel waarheid te bevatten. De film La Macchinazione (sinds 2016 te zien op Netflix) geeft de aanloop naar het beestachtige einde van Pier Paolo Pasolini (Bologna, 5 maart 1922 – Lido di Ostia, Roma, 2 november 1975) weer en maakt, zoals ik het zie, gebruik van belangrijke elementen uit haar verhaal. Over de moord is voldoende geschreven en ik wil daar, in dit derde deel van mijn trilogie over Pasolini, niet nog meer aan toevoegen.
Oriana Fallaci was samen met moeder Susanna Pasolini (1891 – 1981) en diva Maria Callas (1923 – 1977) een van de drie belangrijkste vrouwen in het leven van Pasolini. Ik beschrijf in dit artikel kort haar levensloop en relatie met Pasolini.
Oriana viel op. Vanaf haar start als voorzichtige stagaire, in 1946, tot doortastende en zelfs spraakmakende journalist. Met name bij weekblad L’Europeo, voor wie ze tussen 1951 en 1977 schreef, ging ze voortvarend en onconventioneel te werk. Ze werd beroemd door uiterst openhartige en mede daardoor geruchtmakende interviews met bijvoorbeeld Indira Gandhi, Ayatollah Khomeini (het interview) en Haile Selassie. Op dat moment stuk voor stuk belangrijke spelers op het roerige wereldtoneel van nog niet zo heel lang geleden.
Internationale publicaties in toonaangevende periodieken onderstrepen het belang van haar werk. Vanaf eind jaren 60 kon niemand meer om haar heen en was zij zonder meer een van de meest uitgesproken vrouwen van de 20e eeuw.
De mondige en moedige publicist van kritische verhalen over de gebeurtenissen in het naoorlogse Italië schuwde haar mening niet. Beroeps dissident Pasolini stak zijn opvattingen ook niet onder stoelen of banken en de twee zijn gedoemd elkaar te ontmoeten. In die tijd leerde Pasolini Oriana (Florence, 29 juni 1929 – Florence, 15 september 2006) kennen.
Levensloop in een notendop
Oriana groeide op in Firenze (Toscane). Haar vader was een politieke activiste en al op piepjonge leeftijd raakte ze betrokken bij het verzet tegen het fascistisch bewind van Mussolini. Net als Pasolini’s jongere broer Guido sloot Oriana zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aan bij de Partizanen in hun strijd tegen de Duitsers. Ze is dan 14 jaar.
Wanneer Oriana in 1946 als voorzichtige stagiaire start, valt ze direct op. Ze ging voortvarend en onconventioneel te werk en ontwikkelde zich tot een doortastende en spraakmakende journalist.
In 1951 start Fallaci bij weekblad L’Europeo (looptijd: 1945 – 2013). Bij deze Italiaanse versie van LIFE magazine werkte ze tot 1977. In het sterk op fotografie leunende tijdschrift schreef ze aanvankelijk over Hollywoodsterren en gaf zo een inkijkje in de wereld waar Europeanen alleen maar van konden dromen. L’Europeo was niet zomaar een titel, en zeker tot midden jaren 70 een kwalitatieve uitgave waar bijvoorbeeld ook topfotograaf Oliviero Toscani en schrijver Alberto Moravia bijdragen aan leverden.
Oriana maakte naam met interviews en reportages over vermaarde schrijvers en regisseurs. In 1963 en ’64 verbleef ze zelfs enige tijd bij de NASA om het ruimtevaartprogramma van dichtbij te volgen. Uiteindelijk komt ze uit bij de topstukken van het wereldtoneel en publiceerde artikelen over protesten en oorlogen. Niet zonder gevaar en in 1968 werd ze tijdens een studentenprotest in Mexico neergeschoten.
Haar ster stijgt naar onbereikbare hoogten als ze uiterst openhartige en mede daardoor geruchtmakende interviews afneemt van bijvoorbeeld Indira Gandhi, Golda Meir, Yasser Arafat, Bhutto, Willy Brandt, de Shah van Iran, Henry Kissinger, Deng Xiaoping, Andreas Papandreou, Ayatollah Khomeini (het interview), Haile Selassie, Lech Wałęsa, Muammar Gaddafi, Mário Soares, Alfred Hitchcock, (president van Zuid-Vietnam) Nguyễn Văn Thiệu en (generaal) Võ Nguyên Giáp. Haar arikelen zijn nog steeds geweldig om te lezen en geven een inkijkje in niet-geregisseerde journalistiek zoals die heden ten dage ondenkbaar is.
Internationale publicaties in toonaangevende periodieken onderstreepten het belang van haar werk. Vanaf eind jaren 60 kon niemand meer om haar heen en was zij zonder meer een van de meest uitgesproken vrouwen van de 20e eeuw. Naast L’Europeo schreef ze voor de vergelijkbare uitgave Epoca.
Op 21 augustus 1973 interviewde ze de Griekse vrijheidsstrijder Alexandros Panagoulis waarover ze later het fascinerende boek Un Uomo (Een man) schreef. De op foto’s bijna altijd streng kijkende en poserende Fallaci ontspande naast Panagoulis en is op opnamen met hem zelfs glimlachend te zien. Het is duidelijk dat ze op dat moment de liefde van haar leven heeft ontmoet.
De relatie is een kort leven beschoren. Panagoulis kwam drie jaar later om. Onder verdachte omstandigheden werd hij met hoge snelheid van de weg gereden. Hij ligt begraven in Athene. Naast het graf van Fallaci in Florence (Firenze) staat een gedenkteken aan haar geliefde.
Wereldburger Oriana woonde afwisselend in New York en Toscane. Naast haar schrijfwerk doceerde ze aan de universiteiten van Chicago, Yale, Harvard en Columbia. Na 9/11 trekken haar stukken over moslims en moslimcultuur de aandacht en worden (nog steeds) aangegrepen door extreemrechtse politici. Op 15 september 2006 overlijdt Oriana aan kanker.
Ontmoeting met Pasolini in New York
In de jaren 60 woonde Fallaci in het hart van The Big Apple. Alleen. Voor haar een voorwaarde om goed en geconcentreerd haar werk te kunnen doen. Tussen 13 en 24 september 1966 bezocht Pasolini New York. Net als schrijver Aldous Huxley in 1926 deed, keek PPP zijn ogen uit.
Zowel Pasolini als Fallaci deelden de liefde voor het woord, zijn schrijvers van het hoogste niveau en beiden meedogenloze polemisten. Ze zijn wars van kritiek en werden door de publieke opinie zowel vereerd als belasterd.
Ondanks hun contrasterende en botsende persoonlijkheden liggen ze elkaar vanaf het moment dat ze elkaar zien. Fallaci bewonderde Pasolini en verafschuwde zijn voortdurende tegendraadse houding, hij adoreerde en verachtte haar intense lijfelijkheid. Opposites attracts, alleen in dit geval verenigen beide persoonlijkheden tegenstellingen over en weer. Blijkbaar schiep het een band…
Ze deelden ook de gewelddadige ervaringen uit de oorlog en hadden beiden een haat tegen het fascisme. Ze waren moedig, volstrekt authentiek en hadden geen levenslange liefdespartner. Ook abortus was een gemeenschappelijk issue. Pasolini sprak zich er openlijk tegen uit. Fallaci verzweeg de dode foetus die zij tussen haar 44e en 45e levensjaar liet aborteren maar wijdde wel een heel boek aan dit thema.
Fotograaf Duilio Pallottelli, net als Fallaci in New York woonachtig, maakte de foto’s voor het artikel over Pasolini dat Fallaci voor L’Europeo schreef. Hij vergezelde Pasolini tijdens zijn omzwervingen en legt een in mijn ogen ongemakkelijk ogende vreemdeling vast. Vreemd, want Pasolini liet juist noteren dat hij zich enorm thuis voelde in The Big Apple.
Uit het artikel:
“Kijk hem eens aan komen wandelen, op Clarks en gehuld in een sjofele regenjas, gekleed als een student. Vol van zijn 1.000 verlangens. Is dit een man van 44 jaar? (…)”
Overdag ontdekt Pasolini de stad en nam deel aan de plichtplegingen. ‘s Avonds na tienen vluchtte hij naar zijn wereld, naar plekken waar de politie niet durfde te komen:
“Harlem, Greenwich Village, Brooklyn, de havens. In schimmige barretjes vindt hij ongemakkelijke oplossingen voor zijn toestand. Bij zonsopkomst keert hij terug naar zijn hotel, met gezwollen oogleden en een pijnlijk lichaam. Vol van het gevoel dat hij leeft.”
Oriana vroeg zich af hoe een man met dergelijke gewoontes kon overleven. Hoe kwam hij die tien dagen in New York door?! Op een regenachtige middag dronk hij cola in haar appartement. Ze kijken tijdens een interview samen door de ramen hoe de stad stinkt, stuift en irriteert. “Ik wou dat ik 18 was en hier mijn hele leven kon wonen”, verzuchtte Pasolini. “New York is geen ontsnapping: het is een verplichting, een oorlogsgebied.”
Het is met name de schaamteloze eerlijkheid van New York die hem trof. Anders dan in Europa. Jonge mensen trokken makkelijke kleren aan, er was geen overheersende stijl, formele maskers ontbraken. In deze stad mocht iedereen zijn wie hij en zij is. Idealisme en pragmatisme overheersten. Naïviteit wellicht. Als je hier wilde leven, moest je loslaten wat je kent en het nieuwe omarmen. Die ongenuanceerde vrijheid en continue verandering bevielen hem.
“Het belangrijkste aspect van deze stad is de ellende.”
Pasolini had afspraken met dichter Allen Ginsberg en liet zich fotograferen door de beroemde Richard Avedon. Hij ontmoette prominenten uit de kunst- en cultuurwereld maar had geen boodschap aan gelikte producties voor een duur Amerikaans publiek en sloeg menig uitnodiging voor theater en film af. Zijn interesse en hart gingen uit naar de hel, de onderkant, de raciale mix, de ratjetoe van gelukszoekers die soms slagen en meestal mislukken. Zijn hysterische hang naar achterbuurten en haar bewoners stond voor velen haaks op zijn positie van vlijmscherpe intellectueel. Daar veranderde zijn bezoek aan New York niets aan.
Zijn dilemma was dat hij was wie hij was en graag anders gezien wou worden. Zijn gastvrouwen en -heren accepteerden zijn ‘vlucht’ naar de achterbuurten van New York. Naar de wereld die hem het gevoel gaf dat hij leefde.
Op verzoek van fenomeen Dick Avedon sprak Pasolini op 24 september (?) ‘s ochtends om elf uur met hem af. Hij had zijn studio op 61st Street, tussen Madison en Park Avenue. Wegens een ontmoeting met een dronken zwerver kwam Pasolini pas tegen twee uur aan. Dat hij te maken had met wellicht de meest beroemde fotograaf van het moment interesseerde hem niet. Avedon liet hem honderden foto’s zien en vertelde er boeiende verhalen bij. Die verhalen, daar ging het Pasolini om…
Ondertussen wachtte Pallottelli samen met Fallaci, die inmiddels ook was aangeschoven. Ze aanschouwen een uiterst nauwkeurige Avedon aan het werk. Na de urenlange fotosessie gingen Duilio, Oriana en Pier Paolo tegen zessen de stad in. Al snel raakt Pallottelli het wispelturige stel kwijt en gaat huiswaarts.
Pasolini kocht voor zijn muze en ‘levensgezel’ Ninetto Davoli een shirt met het opschrift ‘State Prison, Convict Number 3678’. Niet veel later sloot hij zich aan bij een anti-Vietnam demonstratie, waar Fallaci en hij toevallig tegenaan lopen. Als een auto stopt waar drie meisjes uitstappen en een protestsong beginnen te spelen raakt Pasolini ontroert. Zodra er ‘Bomb Hanoi’ geroepen wordt, raakt hij de draad kwijt en ontvlucht het tafereel. Een gevoelige man in een stad vol prikkels.
Ik denk dat de foto’s van Duilio Pallottelli met name dit gevoel uitdrukken. New York is zo anders dan waar Pasolini vandaan kwam. Hij begreep dat Europa min of meer ‘af’ was en gevormd tot een kapitalistisch netwerk dat de bevolking aanspoort tot consumptisme en massale eenheid. Amerika is na drie generaties immigranten nog lang niet zo ver. Het begon daar toen pas en hij voelde ruimte voor ‘een burgeroorlog’, die naar zijn mening voor zijn ogen aan de gang was. Het zou anders lopen…
Pasolini baalt als zijn bezoek na tien dagen al ten einde is. Hij voelde zich een kind dat een voorgeschotelde taart niet mocht opeten… In 1969 bezocht Pasolini New York nogmaals. Fotograaf Duane Michals maakte een meesterlijk en in mijn ogen beter gelukt karakteristiek portret, ergens in het havengebied.
Er lijken minstens tien jaar, in plaats van slechts drie, tussen de twee bezoeken te zitten. Een verbitterde, getergde man kijkt in de lens. Zijn handen machteloos tot vuist gebald en angstig verstopt in zijn broekzak. Pasolini staat dan aan de vooravond van zijn meest productieve periode. Het leek alsof hij zijn oordeel klaar had en wist wat hem te doen stond. Op weg naar het einde.
Fallaci’s afscheidsbrief aan Pasolini
Zes jaar later. Op 14 november 1975 publiceert Oriana haar afscheidsbrief aan Pasolini, die in de nacht van 1 op 2 november in elkaar is geslagen en onder andere door zijn eigen Alfa Romeo GT Veloce overreden. Fallaci was zo onder de indruk van zijn dood dat ze direct na bekendmaking van de moord ter plekke op het strand van Idroscalo di Ostia, 10 km ten westen van Rome, getuigen ondervroeg. Eenmaal voor de rechter weigerde ze haar bronnen prijs te geven met als gevolg dat haar onderzoek door justitie nooit serieus is genomen. Anno nu lijkt haar onderzoek juist uiterst waardevol en veel waarheid te bevatten.
In de ruim tien jaar dat Oriana en Pier Paolo elkaar kennen, corresponderen ze regelmatig. Oriana gebruikte citaten van deze brieven in haar in L’Europeo N° 46 gepubliceerde afscheid. Ze blikt daarin ook terug op hun ontmoeting in New York van negen jaar eerder. Haar schets is een meedogenloos portret en geeft een inkijkje in de persoon die velen alleen van ruime afstand kennen, bijvoorbeeld de filmregisseur of de schrijver van krantenartikelen. Ik citeer flarden uit haar epistel, dat een onderdeel is van haar gepubliceerde onderzoek om de moord op Pasolini uit te zoeken.
De haat-liefdeverhouding tussen Fallaci en Pasolini is vastgelegd in hun briefwisseling, zoals dit voorbeeld over het boek dat zij over abortus schreef, Letter to a Child Never Born (Rizzoli, 1975):
“Lieve Oriana. Ik heb je laatste boek ontvangen. Ik haat je omdat je het geschreven hebt en ben niet verder gekomen dan de tweede pagina. Ik wil het niet lezen, nooit niet. Ik wil niet weten wat er in de buik van een vrouw zit. Vergeef me, maar ik heb van kinds af aan een weerzin tegen het moederschap.”
Fallaci beantwoordde zijn brief aan haar niet op dat moment, omdat ze vond dat Pasolini in feite zijn woorden aan zichzelf richt… Deze woorden in relatie met zijn dood en zijn gewelddadige wijze van leven, zijn duidelijk. Aan Pasolini: hoe kun je tegen moederschap zijn als je uit haar geboren bent en haar zelfs verafgood? Of verlang je dan bij leven al naar de dood? En als je je oorsprong en ‘de baarmoeder’ zo afwijst, hoe verhoudt zich dat tot je homoseksualiteit? Hoe ga je überhaupt met vrouwen om?
Oriana bewonderde Pasolini intens en deed haar best om van hem te houden. Dat viel niet mee. Toch nam ze naast Maria Callas een bijzonder plek in zijn leven in. Pasolini’s moeder, eens door een navelstreng met hem verbonden, was onbetwist de belangrijkste vrouw in zijn leven. Haar centrale positie is dominant en te herleiden naar hoofdfiguren in veel van zijn films. Denk aan Mamma Roma, Edipo re (Oedipus) en Medea (met Callas in de hoofdrol).
Zijn kijk op vrouwen was op z’n minst gezegd apart. Maar ook weer volkomen verklaarbaar vanwege zijn extreme karakter waarin tegenpolen een hoofdrol speelden. Vermeldenswaardig was zijn verering van de Heilige Maagd Maria, de moeder van Jezus. In het gedicht Supplica a mia madre noemt Pasolini zich een slaaf van zijn moeder. En zo zijn er meer voorbeelden…
Oriana schreef in haar postume afscheid, in de verleden tijd: “Als je vrouwen accepteerde, was dat uit medelijden. Als je vrouwen vergaf, was dat uit jouw vrije wil. Hoe dan ook, vergeet nooit de legende die vrouwen verwijt de appel te hebben geplukt en daarmee de zonde te hebben ontdekt.”
“Je hield te veel van zuiverheid en kuisheid, die een verlossing voor je was. Hoe minder zuiverheid je vond, hoe meer je je wreekte door vuiligheid te zoeken en te lijden. Vulgariteit als een straf. Zoals monniken die zichzelf geselen.”
“Je zocht naar de seks die voor jou een zonde was. Naar jongens met een gezicht verstoken van intelligentie (terwijl jij de cultus van intelligentie had), van het lichaam verstoken van genade (terwijl jij de cultus van genade had), van de geest verstoken van schoonheid (terwijl jij de cultus van schoonheid had).”
“Door hen droomde je ervan gedood te worden. Om je zelfmoord te plegen.”
Fallaci beschreef hier haar verklaring van Pasolini’s tweeslachtige karakter, de tegenpolen die elkaar dag en nacht bevochten en hem uiteindelijk naar zijn dood leiden.
“Pier Paolo, jij leerde me om ten alle tijden oprecht te zijn, en eerlijk ten koste van wreed. En altijd moedig door te zeggen wat je gelooft. Zelfs als het ongemakkelijk is, schandalig of gevaarlijk.”
Het is deze omschrijving die voor mij de essentie van Pasolini weergeeft: een meedogenloze dichter, die ongeacht de omstandigheden altijd gaat voor wat hij voelt dat hij moet doen. Om vervolgens tot actie over te gaan. Actie met een aandrang die voorbij passie gaat. Onbekende grenzen over. Zijn geest en lichaam daarbij niet ontziend.
Fallaci beschreef het geloof van Pasolini waarbij De Dood de hemel is. Dit is een tegenstelling die perfect past in het beeld dat hij van de wereld had en de ethiek weergeeft hoe hij zijn leven leefde.
“Arthur Rimbaud was een schooljongen vergeleken met jou.”
Uiteraard maakte ze in haar stuk verwijzingen naar zijn bezoek in New York. Pasolini vond de wereldstad een ‘warzone’. Oriana begreep zijn omschrijving, ruim 9 jaar na dato, beter: in een oorlog is de kans om te overleven niet heel groot. Daar wist ze als oorlogscorrespondent alles van. Wat voor velen angst is, of op z’n minst iets om rekening mee te houden, had op Pasolini een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Hij miste de angstprikkel.
Ze typeerde zijn voorkomen: een vrouwelijke lieflijkheid gehuld in een keihard, atletisch, droog mannelijk uiterlijk. Vrouwelijk en zachtaardig in beweging en op zijn tijd beestachtig en niets ontziend in zijn handelen. Fallaci voelde zich aangetrokken tot Pasolini als ware hij een vrouw…
Wellicht was deze aantrekkingskracht de verlokking die Callas ook voelde in haar relatie met Pasolini. De pers sprak destijds (tijdens de opnamen van en na de première van Medea) zelfs van ‘geliefden’. Niet vreemd, want Pasolini hielp Callas met werkelijk alles. Het is op foto’s van hen samen duidelijk zichtbaar hoe hij haar vereert. Er was in ieder geval een verbond tussen de twee. De reden voor Callas was waarschijnlijk om de pijn te verzachten omdat Aristoteles Onassis (1906 – 1975) haar in 1968 verlaat om te trouwen met Jacqueline Bouvier Kennedy, de weduwe van president John F. Kennedy.
Ontmoeting in Brazilië
Fallaci ontmoette Pasolini opnieuw in maart 1970, in Rio de Janeiro. Samen met Callas stelde hij tijdens het Internationale Filmfestival van Mar del Plata in Argentinië Medea voor aan het publiek. Daarna proeft hij Brazilië in de vorm van Rio en Salvador. Hij herkende een vergelijkbare tweedeling als in zijn geboorteland: rijk versus arm leven naast en zelfs door elkaar. Het Europese model voor verstedelijking leek een-op-een geïmporteerd en overgenomen.
Ik vind het zelf niet helemaal geloofwaardig en leer Pasolini beter kennen als ik lees dat hij zich, net als in 1966 in New York, vergelijkbaar verbonden voelde met de onderlaag van de maatschappij. Aan de ene kant uitte hij kritiek op zijn analyse (en hij was niet de enige die het zag) van de moderne cultuur en aan de andere kant stortte hij zich nacht na nacht in de krochten en uitwassen van deze hel. Hoe kon hij nog helder kijken en beoordelen naar iets wat hij zo dwangmatig najoeg?
Ja, ook in Rio en Salvador vormden technologische industrialisering, gentrificatie en schaamteloos consumptisme de basis voor een nieuwe aflevering van De Welvarende Samenleving. Het resultaat was identiek aan wat hij in Europa zag: een culturele standaardisatie en een sociale transformatie naar een gehoorzame gelijkvormige burger en afnemer van massaal aangeboden goederen. Met dank aan TV en overal aanwezige reclame-uitingen. Het hoofdthema van Pasolini tussen 1968 en 1975 veroverde de wereld…
Enfin, Fallaci zat er met haar neus bovenop. Ze bestudeerde Callas bij Pasolini en schreef er bijna geërgerd over in haar afscheid. De volgende strandscene intrigeert mij:
“Maria is gehuld in een zwart badpak en ligt te dommelen op het zand. Ik (Fallaci) vertel je hoe de Brazilianen politieke gevangenen martelden. Je luistert aarzelend, alsof mijn woorden je irriteren en de schitterende zonsondergang verstoren. Je antwoordt niet eens. Pas als je beseft dat dit mij kwetst, veer je op. Ik val je aan door te zeggen dat je niet oprecht bent in je protesten. En dat je een Narcissus bent die tegen het onrecht strijdt om je ijdelheid te voeden.”
“Je begint over Jezus Christus, de heilige Franciscus (Franciscus van Assisi, 1182 – 1226) en Sint Augustinus (354 – 430). Ik begrijp uit je verhaal dat je de zonde bedrijft om verlossing te zoeken, volstrekt zeker van het feit dat verlossing alleen uit zonde kan voortkomen. Hoe groter de zonde is, des te bevrijdender is de verlossing.”
“Jouw uitleg liet een litteken op me achter. Je maakte me duidelijk dat je niet gelooft in leven. Ik gebruikte dit fragment in mijn uitgave Letter to a Child Never Born (Rizzoli, 1975). Mijn boek (over abortus) dat je niet wilde lezen.”
Niemand kon Pasolini weerhouden in zijn gevecht tegen leven en voor dood. Hij was de enige die zo duidelijk en krachtig kon verwoorden hoe Italië, of de westerse wereld, er op dat moment aan toe was.
“Er was geen persoon in Italië die de waarheid zo kon onthullen zoals jij deed, ‘ons’ zo aan het denken kon zetten en die zo aan ‘ons’ burgerlijke geweten knaagde als jij deed.”
Zondagochtend 2 november 1975
Op zaterdag 1 november spraken Oriana Fallaci en haar partner Alexandros Panagoulis af met politicus Giancarlo Pajetta en zijn vrouw schrijfster Miriam Mafai om zondag 2 november in de buurt van Piazza Navona (Rome) met Pasolini te eten en samen vooraf een aperitief te drinken. Ze belde Pasolini voor die avond meerdere malen maar zijn telefoonnummer gaf een fout.
De volgende ochtend, op de bewuste zondag, dronk het viertal koffie op een terras. Een krantenjongen schreeuwde het verschrikkelijke nieuws: “Pasolini is vermoordt!”. Ze geloven hun oren niet en liepen Rome door. In een bar volgden ze de RAI-uitzending op TV. Fallaci startte direct haar onderzoek.
Al vrij snel had ze door dat de vrijwel direct opgepakte verdachte Giuseppe Pelosi (1958 – 2017, Pelosino of Pino la rana, Pino de Kikker, vanwege zijn in de gevangenis gezwollen ogen) een afleiding moest zijn om de echte toedracht verborgen te houden. De onderste steen moet boven en Oriana sleurde de redactie van L’Europeo (Paolo Berti, Duilio Pallottelli, Gian Carlo Mazzini) mee om uit te zoeken wat uitgezocht moest worden.
Pas op 7 mei 2005 (tijdens het TV-programma Ombre sul giallo) bekende de tot 9½ jaar gevangenisstraf veroordeelde Pino dat hij onder dwang van de echte (twee) moordenaars de misdaad op zich moest nemen. In 2011 kwam het boek uit waarin Pelosi de daders bij naam noemt. Franco en Giuseppe Borsellino, broers uit Catánia, de tweede stad in Sicilië, zijn door de ultra-rechtse en neo-fascistische MSI (Movimento Sociale Italiano – Destra Nazionale) aangespoord om Pasolini uit de weg te ruimen. De film La Macchinazione uit 2016 (Netflix) geeft deze versie min of meer integraal weer.
Nooit meer
Het leven van Pasolini eindigde tijdens zijn meest creatieve periode. In zijn werkkamer in Rome hamerde hij op zijn Olivetti 22 aan het dreigende en onthullende Io so (Ik weet) voor de voorpagina van Corriere della Sera, voltooide het filmscript voor Salò en schreef aan Petrolio, de roman die bijna vijftig jaar na dato nog altijd als een zwart spook boven Italië hangt. Vriend en vijand zijn het er die zondagochtend over eens: dit is een politieke moord zonder weerga. Tot op de dag van vandaag is het einde van Pasolini in mysterie gehuld.
Mijn mening? Een publiek figuur die zo openlijk, schaamteloos en zonder angst leeft en nota bene op landelijke voorpagina’s onthult wat er verborgen moet blijven, loopt de kans om vroeg of laat tegen de lamp te lopen. Lees Io so (Corriere della Sera, 14 november 1974), huiver en begrijp waarom zijn dood niet onverwachts kwam. Ik dank Oriana Fallaci voor haar doortastende vasthoudendheid en gevoel voor rechtvaardigheid.
Beelden: Bing Image Creator
NB 1
In 1980 komt Il Poeta delle Ceneri (Dichter van de as) uit, met fragmenten uit zijn New Yorkse periode. De Engelstalige titel is Who is me.
NB 2
In 2015 komt postuum het boek Pasolini, un uomo scomodo (Pasolini, an uncomfortable man) van Fallaci uit.
NB 3
– De antropologische mutatie volgens Pasolini en Veronesi, door Monica Jansen
NB 4
Afsluitende woorden eindejaar conference Pieter Derks, 31 december 2024



