Albert Mensinga Creative

Pier Paolo Pasolini: zijn laatste rede (2)

Mei 2021 – In april 2019 bezochten Lilian en ik voor de tweede maal de heerlijke stad Lecce, op het schiereiland Salento in de Italiaanse regio Puglia.

Totaal onverwachts stuitte ik op een muur met een gedicht van mijn held Pier Paolo Pasolini (Bologna, 5 maart 1922 – Lido di Ostia, Roma, 2 november 1975).

Ik vroeg me af of de tekst een bijzondere betekenis voor deze plek had en ontdekte de fascinerende geschiedenis van zijn laatste publieke rede, blijkbaar hier in de stad Lecce.

Pasolini hield in de ochtend van 21 oktober 1975 zijn beroemd geworden gespreksles Volgar’eloquio (De Vulgaire Welsprekendheid, over de verdediging van het gewone spraakgebruik en dialect) in de vorm van een debat.

Zijn laatste openbare optreden krijgt extra betekenis omdat Pasolini enkele dagen later wordt vermoord. In de nacht van 1 op 2 november 1975, op het strand van Idroscalo di Ostia, 10 km ten westen van Rome, werd hij in elkaar geslagen en overreden door zijn eigen Alfa Romeo GT Veloce.

Deel Eén van mijn trilogie over Pasolini gaat over de invloed die Pasolini al sinds mijn 18e op mij heeft en zijn levensloop tot aan Volgar’eloquio, zijn laatste publieke optreden.

Lecce, 21 oktober 1975

Tussen 1968 en 1976 wees het Italiaanse Ministerie van Onderwijs literaire kopstukken aan, zoals hoogleraar Romaanse talen Mario Sansone, literatuurcriticus Giuseppe Petronio, professor Giuliano Manacorda, dichter Giorgio Barberi Squarotti, historicus Alberto Asor Rosa, schrijver Ettore Mazzali, criticus Bruno Maier, Pier Paolo Pasolini en schrijver / regisseur Ruggero Jacobbi.

Deze vooraanstaande intellectuelen leidden docenten op tot vaandeldragers van de Italiaanse cultuur middels intensieve trainingen en bijeenkomsten.

In de herfst van 1975 kregen Gustavo Buratti Zanchi (Tavo Burat, 1932 – 2009) en professor en schrijver Antonio Piromalli (1920 – 2003) de opdracht om voor leraren van het middelbaar onderwijs een cursus over het onderwerp Dialect en school te organiseren. De cursus vond plaats van 20 tot en met 26 oktober 1975.

Onderwijs kreeg op deze manier een prominente rol in dit culturele proces. In deze turbulente periode van de Italiaanse geschiedenis vonden onherhaalbare intellectuele en educatieve ervaringen plaats, zoals de cursusweek in Lecce.

Grieks

Lecce grenst aan de streek Grecìa Salentina (het Grieks sprekende deel van Salento), waar een etnische minderheid met Griekse wortels leeft. In de roerige jaren ’70 dreigden (niet alleen) in Italië dergelijke geïsoleerde streken in het verdomhoekje te belanden.

Tavo dacht voor de uitvoering van de cursus direct aan Pasolini vanwege zijn strijdbaarheid voor wat schrijver en Nobelprijswinnaar (1904) Frédéric Mistral il lengo meprisado (de verachte talen) noemde. Pasolini nam zonder aarzeling de uitnodiging aan en gaf het een plek in zijn bomvolle agenda.

Tavo Burat was een schrijver, dichter, journalist (oprichter van La Slòira, een magazine opgesteld in de Romaanse minderheidstaal Piëmontees), docent, Waldens (actief lid van de Chiesa Evangelica Valdese), neo-Dolciniaan en een politiek (socialist, milieuactivist) actieve, historicus en geleerde. Hij was tevens een verdediger van taalkundige minderheden en voorstander van lokale autonomie.

Pasolini ‘s gaf ochtends zijn Volgar’eloquio in de aula van de Giuseppe Palmieri middelbare school (Aula Magna del Palmieri, Liceo Classico Palmieri) in de wijk ten oosten van de imposante toegangspoort Porta Napoli. Een bont gezelschap ging ‘s middags verder in het nabijgelegen stadje Calimera. Samen met de organisatie at Pasolini hier tuinbonen met witlof en droeg daarna gedichten voor.

Omdat de christen-democratische gemeenteraad Pasolini absoluut niet in hun scholen wilde zien, vond de tweede bijeenkomst plaats in de Griekse cultuurclub Circolo di cultura grecanica di Calimera, destijds gevestigd in het Palazzo Mayro-Murrone aan de Via Mayro. De oude tabaksfabriek was destijds eigendom van de familie van wijlen burgemeester (van Calimera) Giannino Aprile, tevens auteur van de beste verzameling volksliederen van Calabrië, Traùdia. De plek voor de bijeenkomst was in alle haast gekozen en niet eens schoongemaakt.

Deze vieze toestand weerhield de toestroom van fans niet. In korte tijd zit en staat de fabriek vol belangstellenden. Tussen het stof en spinnenwebben luisterden zij naar Pasolini’s poëzie en optredens verzorgd door Roberto Licci van de Canzoniere Grecanico Salentino en volkszanger Cosimino Surdo. Pasolini genoot van de lokale en in Griko dialect gezongen muziek die hij alleen van tekst en horen zeggen kende. Aremu rindineddha, het volkslied van Calimera, trof hem in het bijzonder.

Aremu rindineddha door L’Arpeggiata o.l.v. Christina Pluhar

Als er iemand was die zich tegen de dan heersende bureaucratische taal keerde, was het Pasolini wel. Het industriële lexicon dat na de oorlog ontstond, werd een politiek wapen. De bevolking die deze taal niet beheerste, werd zo min of meer uitgesloten van deelname aan de maatschappij.

Pasolini realiseerde zich al tijdens zijn tienerjaren hoe waardevol en kwetsbaar lokale dialecten waren. Hij zag de directe relatie tussen communicatie en handeling en de daaruit ontstane gemeenschappen die uiteindelijk met elkaar een regio, land, volk et cetera vormen. Zijn leven lang verdedigde hij deze wortels van de cultuur en zette zich in voor behoud en gebruik.

Volgar’eloquio

Terug naar het ochtendprogramma in Lecce. Deze bijeenkomst was onderdeel van een opfriscursus voor docenten. De cursus werd ook bijgewoond door universiteitsstudenten en middelbare scholieren. De aula zat vol.

Pasolini startte met een voordracht van het slot van zijn, op dat moment nog niet gepubliceerde, monoloog Bestia di stile. Daarna volgde een lezing van zijn meest recente artikel in dagblad Corriere della Sera, getiteld Afschaffing van het leerplicht en de televisie. Hij besloot al snel tot een gesprek met zijn publiek.

De ‘les’ ontwikkelde zich, door de vragen van leraren en leerlingen over de toestand van de dialecten, langzaam naar de bekende hoofdthema’s van Pasolini:

• de rol van de school en de paradox van de massa-ontscholing, zie ook de publicatie Ontscholing van de maatschappij (1970) Ivan Illich (1926 – 2002),
• de consumptieve ‘genocide’ (massacultuur gericht op consumptie en de daar uit ontstane nieuwe mens),
• het lot van minderheidstalen en onafhankelijkheid van minderheidsgroepen,
• de retoriek van gedecentraliseerde territoriale autonomieën (bevoegdheden minder centraal geregeld, zie Wikipedia). In Italië zijn dat de vijf regio’s Valle d’Aosta, Sardinië, Sicilië, Trentino – Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia, waar Pasolini vandaan kwam,
• homologatie (goedkeuring) van ‘ondergeschikte’ culturen,
• de conservatieve mutatie van de communistische partij,
• het idee van een utopisch ‘subliem recht’ (lees bijvoorbeeld Italo Calvino, De onzichtbare steden uit 1972),
• censuur en valse tolerantie,
• en de commodificatie (verhandelbaarheid) van seks.

Pasolini voorzag – in de jaren 60 al – een maatschappelijke revolutie die de Italiaanse samenleving veranderde. Hij stelde aan de kaak dat goede burgers niet langer nodig zijn, maar alleen nog goede consumenten. Dit bracht een antropologische mutatie teweeg die ten koste ging van bestaande culturen.

“Iedereen weet dat wanneer de uitbuiters goederen produceren, ze in feite sociale patronen produceren. De uitbuiters van de tweede industriële revolutie (consumptiemaatschappij gekenmerkt door kwantiteit, overtollige goederen en hedonisme) produceren niet alleen nieuwe goederen: ze produceren ook een nieuwe mensheid.”

“Consumptisme kan de nieuwe sociale patronen die de uitdrukking zijn van nieuwe productiemethoden onveranderlijk maken door via hedonistische ideologie een context van valse tolerantie en valse lekenwaarden (bij het volk horen) te creëren.”

Wat Pasolini in de jaren ’60 en ’70 opmerkte, is in feite een opmaat naar het nu allesoverheersende en alom vertegenwoordigde consumptisme waarbij een samenleving is ontstaan door goedkeuring van de consument, gevoed door het conformisme van de nieuwe geestelijken van links, geïnfecteerd met eigentijds fascisme (en opkomst van extreem rechts), waar het subproletariaat (menging van legale en illegale arbeid door vluchtelingen en gastarbeiders) vrij spel heeft gekregen en de toestand en het lot van de cultuur en taal van de ondergeschikte klassen (en minderheden) continu worden veroordeeld en naar de achtergrond gedrukt.

De taal van de TV (en massamedia, reclame et cetera) nam toen de overhand en werd in korte tijd de belangrijkste invloed op een maatschappij.

Tijdsbeeld: Europa 50 jaar geleden

In het naoorlogse Europa gaven strijdbare groepen als de ETA (Euskadi Ta Askatasuna: Baskenland en Vrijheid, Spanje), Rote Armee Fraktion (RAF, ook wel Baader-Meinhofgroep, Duitsland), Brigate Rosse (Rode Brigades, Italië) en IRA (Irish Republican Army, Ierland) gewelddadig gehoor aan rechtvaardiging van de subculturen die zij vertegenwoordigden.

In de woorden van Pasolini:

“Deze strijd om separatisme is niets anders dan de verdediging van dat culturele pluralisme, dat is de realiteit van een cultuur.”

De heersende (overheersende?) maatschappijen gaven eigenlijk geen andere alternatieven dan aanpassing of aansluiting op een massacultuur.

Volgens Pasolini ontstond in december 1964 het Italiaans als nationale taal. Giuseppe Saragat werd toen na een ingewikkelde verkiezing de eerst (linkse) president van Italië. Vanaf dat moment zijn regio’s zoals het (armere) Zuiden uitgesloten van volwaardige deelname aan de maatschappij, die in twee delen uiteenviel: het proletariaat en de welvarende burgerij die profiteren van de goedkope arbeid.

In de ca. 25 jaar na de oorlog trokken veel arme Zuid-Italianen voor werk naar het rijke Noorden. De technologische vooruitgang die plaatsvond in en rond Turijn en Milaan zette de toon voor een samenleving waar minder plek was voor authentieke gemeenschappen. Taal speelde hier een onderschatte sleutelrol.

In het Italië van de jaren ’60 en ’70 speelde een gedicteerde cultuurnorm de hoofdrol. Het rijke noorden gaf aan hoe het uit ontelbare microculturen bestaande land zich behoorde te gedragen. Dit wrong aan alle kanten en er ontstond al snel een kloof tussen het armere Zuiden en het rijke, moderne industriële Noorden. Onderwijs leek de oplossing om culturele verandering in te zetten.

Pasolini ondersteunde het onderwijzen van dialect op scholen. Hij zag streek- en volkstalen als onderdeel van het grote geheel binnen een samenleving, waarbij elk dialect een vanzelfsprekende plek heeft. In de oprukkende moderne tijd leek geen plek voor lokale historische waarden en normen. Dialecten werden gestigmatiseerd en aangewezen als minderwaardig en ouderwets. Ik zag als tiener in de jaren ’70 in Nederland hoe lokale volkscultuur tegenover massacultuur stond. And it was not looking pretty.

Taal als onderdeel van je identiteit

Het is een niet te onderdrukken behoefte, van met name jeugd, om de eigen identiteit kracht bij te zetten met taal die nog geen gemeengoed is of bij een specifieke subcultuur hoort. Noem het underground. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw wordt de Nederlandse taal verrijkt met vocabulaire uit de Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische, Hindoestaanse en Amerikaanse culturen.

Bij veelvuldig gebruik mengt zich dit inmiddels als vanzelf in de gangbare spreektaal. Enkele jaren later omarmt Van Dale deze woorden voor goedkeuring in schrijftaal. Muziek-, film-, sociale media- en TV-cultuur speelt in deze taal-evolutie een grote rol.

Vreemd genoeg is adaptie van ‘eigen’ historische streektalen minder vanzelfsprekend. Denk aan het Frysk, Flakkees, Lèmbörgs en Nedersaksische dialecten zoals Twents en Achterhoeks. Stadse dialecten zoals het Haags, Amsterdams en Utrechts hebben een aparte en meer geaccepteerde plek in het Nederlands taalgebruik. Toepassing van termen of kenmerkende uitdrukkingen zijn gebruikelijk. Dit geldt in mindere mate voor het Jiddisch en het Sinti-Romanes. Om over talen van andere gesloten gemeenschappen, zoals die van Chinezen, maar te zwijgen.

Terug naar Pasolini

De situatie van het Griko is nijpender: zelfs Griekenland wist amper van het bestaan van de taal, haar gebruik en sprekers af! In feite was het een met uitsterven bedreigde taal die Pasolini graag wilde beschermen en behouden.

“Dialecten zijn een kostbaar bezit en een erfenis uit ons verleden die in het taalkundig erfgoed van de jongere generaties moet blijven”

Aldus Pasolini. Maar hij ging veel verder en mengde zijn observaties tot een totaalvisie die radicaal en resoluut moest breken met een beweging die hij abject vond en afkeurde. Dit kwam tot uiting in zijn films, artikelen en publieke optredens.

Route naar een barbaarse beschaving

Pasolini:

“Consumptisme is een absoluut nieuwe, revolutionaire vorm van kapitalisme, omdat er nieuwe elementen in zitten die kapitalisme revolutioneren. Zo ontstaat er een hedonistische functie (bron van esthetisch plezier, vreugde) vanwege de productie van overtollige goederen op immens grote schaal.

Door deze ontdekking zal er een nieuw type mens opstaan.”

Zoals iedere westerling kan zien, is dit in de 21e eeuw een dominante beweging die niet meer af te remmen is.

Zijn aanklacht keerde zich tegen de Italiaanse maatschappij die via TV, de nieuwe totem, massacommunicatie spuwde, op weg naar een marktgerichte samenleving:

“Productieprocessen produceren niet alleen goederen, maar ook sociale betrekkingen, die in feite niets anders zijn dan ‘menselijkheid’.”

Teksten van Pasolini ontleden, valt niet mee. Zeker niet omdat zijn filosofie gezien moet worden in de tijd waarin hij leefde. In mijn eerste deel schreef ik hoe en waar hij opgroeide, in het noordoosten van Italië, op de grens met Slovenië, in een gebied waar al eeuwenlang culturen en talen samenkomen. Een plek die verre van op zichzelf staat. Het is er aan de ene kant vlees nog vis en tegelijkertijd ook een melting pot.

Sinds het begin van de 20e eeuw eisten Europese landen niet alleen hun grenzen op, maar ook hun volken, met nare gevolgen van dien. Wie met die bril naar de wereld kijkt, ziet waar Pasolini vlak voor zijn dood over sprak.

“Het nieuwe tijdperk van de mensheid, het tijdperk van de toegepaste wetenschap, valt samen met de technocratisch-technologische taal die onnatuurlijk gevormd en massaal omarmd is. Alle woorden zijn technische termen. (…) Wanneer de mensen op dezelfde wijze getemd zijn, zullen hun woorden verwijzen naar verhoudingen die voor allen gelijkelijk bepaald zijn.”

“De consumptiemaatschappij vermaalt een cultuur tot een universele eenheidsworst. Alles wat authentiek is, verdwijnt. De antropologische ramp die zich onder onze ogen voltrekt, is een dictatuur die veel effectiever is dan het fascisme.”

Het derde deel van mijn trilogie gaat over de relatie tussen Pasolini en Oriana Fallaci.

NB 1

Het beschreven bezoek van Pasolini was niet zijn eerste aan het schiereiland Salento. In 1959 reisde hij in een Fiat 1100 naar het Zuiden, richting Magna Graecia voor de reisreportage La lunga strada di sabbia voor Successo magazine. Hij viel voor het gebied ten zuidoosten van de stad Lecce, een van de twee Italiaanse streken waar Griekse invloeden aanwezig zijn, en bezocht onder andere Gallipoli en Capo di Leuca.

Geïnspireerd schreef hij teksten voor de korte documentaire Stendalì, geregisseerd door Cecilia Mangini (1927 – 1921). Zoals in de clip hieronder te zien is, gaat de film over begrafenisliederen. Mangini wordt beschouwd als de eerste vrouwelijk Italiaanse documentairemaker. Pasolini was ook betrokken bij haar eerste film Ignoti alla città uit 1959.

Al eerder, in 1955, raakte Pasolini geïnteresseerd in de tweede door Griekse invloeden geraakte Italiaanse streek, in het uiterste puntje van Calabria. In 1974 keerde hij terug om stemacteurs te vinden voor zijn film Il fiore delle mille e una notte. Iets later maakte hij in Calimera opnamen met volkszanger Cosimino Surdo die hij opnieuw ontmoette tijdens het optreden in de middag van 21 oktober 1975.

NB 2

De dialogen van die dag werden opgenomen door Gabriella Chiarcossi, die inmiddels al ruim 45 jaar de werken van Pasolini bestudeert, conserveert en archiveert. Op Youtube is een opname van een deel van het optreden van Pasolini te beluisteren.

NB 3

Op de website van Antonio Piromalli is Volgar’eloquio in boekvorm (uitgave 2015) te bestellen.

NB 4

Pasolini’s rede Volgar’eloquio (De Vulgaire Welsprekendheid, over de verdediging van het gewone spraakgebruik en dialect) verwijst naar het boek De vulgari eloquentia van de Italiaanse dichter, schrijver, moraalfilosoof en politicus Dante Alighieri (Florence, 14 mei of 13 juni 1265 – Ravenna, 14 september 1321). Dante is bekend van La divina commedia uit circa 1320.

Aremu rindineddha door Ghetonìa, Roberto Licci, Emanuele Licci en Salvatore Cotardo
NB 5

Grecìa Salentina bestaat tegenwoordig uit elf dorpen met een totale bevolking van ongeveer 40.000 mensen. Ongeveer 25.000 spreken Griko. In het armere Calabrië wonen ongeveer 9.000 mensen in negen dorpen die samen de regio Grecano vormen. Via de Europese Unie lopen er ontwikkelings- en stimuleringsprogramma’s.

Trilogie