Duurzaam is lang met je spullen doen

Lang met je spullen doen, ons gezin gaf het goede voorbeeld. Geboren in de oorlogsjaren en opgegroeid in de schrale vijftiger jaren was duurzaamheid voor mijn ouders een vanzelfsprekendheid. De Grote Groei en De Overbodige Overdaad van de negentiger jaren moesten nog komen. Wisten zij veel.

En velen deelden hun onwetendheid dat ‘nieuw’ ook ‘beter’ zou zijn. Ik groeide zeker niet op in de kapitalistische weelde van nu. Ik schets mijn jaren ’70: vaders had een baan voor het leven (dacht hij), je kocht toen een huis om oud in te worden, ik droeg de spijkerbroeken van een verre neef omdat ze nog lang niet versleten waren en ik reed een onverwoestbare Gazelle fiets die inderdaad pas na 20 jaar de geest gaf. De wereld van mijn jeugd zag er heel anders uit dan de wereld van nu. We deden lang met onze spulletjes. We waren er zuinig op.

En ja, daar zaten nadelen aan. Die Wrangler Jeans hadden wijde pijpen en die waren best wel ‘uit’, we keken thuis zwart-wit TV en dat kon in 1984 eigenlijk niet meer, we woonden met z’n vieren in een huurflatje van 60 m2 terwijl veel klasgenootjes overgingen naar ruime koophuizen in de fris gebouwde Delftse uitbreidingswijk Tanthof. Rijtjeshuizen, klaar om volgezet te worden met de spullen van de moderne tijd. De huizencrisis (1979 tot 1983) en de bevroren ambtenarensalarissen weerhielden mijn ouders ervan te verhuizen uit Delft-Zuid. En ze waren niet de enigen. Nu ja, misschien was dit maar goed ook. De VINEX-voorbode bleek nog saaier dan de langzaam maar zeker levendiger en kleuriger wordende flattenwijken. En ik had het er best naar m’n zin.

Gewoontedieren
Elke dinsdagavond was zwemavond. Mijn moeder werd keurig afgezet bij een van mijn in Rotterdam-West wonende grootouders (Spangen, naast Het Kasteel van Sparta) en ik trok samen met mijn vader en mijn broer baantjes in het 50-meterbad van Rotterdam West. Daarna was het Big Time Time Warp theedrinken in het vijftiger jaren interieur van opa en oma. Ik hield ervan. De tuttigheid stond in schril contrast met mijn hippe tienerleven.

Waar hield ik dan zo van? De oude meubels die al een leven achter de rug hadden en nog prima voldeden. De donkere tinten die me een gevoel van warmte en behaaglijkheid gaven, de traagheid en de behoudendheid om alles zo te laten. Dat laatste druiste uiteraard rigoureus in tegen alles wat ik als 16-jarige wilde en deed. Maar het voelde wel goed toen. Ik herkende alleen niet wat er goed voelde. Nu weet ik het.

Het woord bij de daad
In 1990 verliet ik mijn ouderlijk huis en betrok ik een HAT-eenheid die ik volzette met gebruikte meubels van oma (haar Pastoekast is nu Eu 1500 waard…) en van kennissen. Op m’n 25e verhuiste ik naar Amsterdam en ook daar bestond de huisraad niet uit de allernieuwste spullen: caféstoelen uit Parijs, een jaren ’50 kast uit België en diverse afdankertjes werden gemengd met IKEA- en ander -spul. Mijn kapotte Gazelle verkocht ik aan een handige student en ik kocht een opgeknapt model uit 1973. In De Gouden Jaren ’90 kocht ik veel nieuw omdat het kon – ik verdiende lekker – en in 2003 werd er een eengezinshuis opgetoeft met spic & span Eigen Huis & Interieur meubilair, een strakke designkeuken en wederom IKEA-spul. Voor mij hoefde dat niet zo. Na mijn scheiding richtte ik mijn tijdelijke woning – probeer maar eens een woning te krijgen als zelfstandige alleenstaande vader, dat lukt je niet als je gezond en goed bij je hoofd bent – in met Kringloop en gekregen ‘rommel’. Het leverde een gezellig huisje op waar VINEX-papa’s maar al te graag een borreltje kwamen doen.

En nu? De eens duur gekochte merkkleding wil me maar niet van het lijf slijten. Sommige van mijn overhemden zijn meer dan twintig jaar en zijn – ik heb een kritische vriendin en 2 nog kritischer tienerdochters – blijkbaar nog niet uit de mode. De iMac anno 2008 doet het nog, al lukken updates sinds 2012 niet meer. Boeien. Met mijn Honda Civic reed ik 16 jaar tot ik ‘m TL reed. Zonde dat ie weg moest want hij rolde nog perfect en was goedkoop in het onderhoud. In 2011 schafte ik me een Fiat Punto aan die na 172.000 (juli 2017) zorgeloze dieselkilometers nog aanvoelt als nieuw. De 19 ct / km – inclusief alles, dus ook parkeervergunning – brengen me niet in de verleiding om naar iets anders uit te zien. Ik bel met een Samsung 3S, loop 3 jaar op m’n Adidas en minstens 8 jaar op keurige Van Liertjes. Mijn muziek komt uit een 25 jaar jonge Teac / Tannoy combi, de TomTom wijst me na 7 jaar nog steeds keurig (door heel Europa) de weg en mijn degelijke Italiaanse kwaliteitsbril wil ook maar niet stuk. Ik nam de Gazelle van mijn vader over die hij kocht toen ik de mijne kreeg. Ik was toen 13. Mijn saxofoons zijn respectievelijk uit 1926 en 1986. Mijn eerste iMac uit 2002 (het beroemde bolletje) doet dienst op de eettafel: muziek tijdens het eten. And the list goes on.

Kortom, duurzaam is lang met je spullen doen. Zolang je er tevreden mee bent – en dat ligt echt aan jezelf – is het niet nodig om iets te kopen dat Speciaal Voor Jou Gemaakt Is. En als je denkt van wel, vraag je dan af waarom.

TIP 1: koop goeie spullen en wees er zuinig op, weersta de verleiding van nieuw – waar laat je het? – en denk na voordat je materie aanschaft: heb je het echt nodig of wil je het?
TIP 2: kijk eens bij De Kringloopwinkel en laat je verrassen. Het is ongelofelijk wat mensen wegdoen en afdanken. Naast de talloze Marktplaatsen (ook op Facebook!) en eBay is de lokale Kringloopwinkel een schatkamer die je niet mag overslaan als je op zoek bent naar… eigenlijk van alles. Op deze webpagina staan alle kringloopwinkels van Nederland. 

Met dank aan mijn opvoeding!

Credits beeld:
– © AlbertMensingaCreative.nl
– © Pinterest Delft
– © Goods Den Haag
– © AlbertMensingaCreative.nl
– © Persgroep / Het Parool