Pier Paolo Pasolini en Oriana Fallaci

Juli 2021 – De wereldberoemde onderzoeksjournalist Oriana Fallaci ondervraagt zondagochtend 2 oktober 1975, direct na de brute moord op Pasolini, ter plekke getuigen. Waarom? En hoe was haar relatie met de geruchtmakende Italiaanse filmer, schrijver en publicist met wie zij jarenlang een haat-liefdeverhouding had?

Haar getuigenis wordt niet direct erkent en de rechtbank veroordeeld Fallaci zelfs voorwaardelijk. Uiteindelijk blijkt haar conclusie gevaarlijk veel waarheid te bevatten. De film La Macchinazione (2016) geeft de aanloop naar het beestachtige einde van Pier Paolo Pasolini (Bologna, 5 maart 1922 – Lido di Ostia, Roma, 2 november 1975) weer en maakt, zoals ik het zie, gebruik van belangrijke elementen uit haar verhaal. Over de moord is voldoende geschreven en ik wil daar, in dit derde deel van mijn trilogie over Pasolini, niet heel veel aan toevoegen.

Oriana Fallaci (voor velen bekend van haar interview met Ayatollah Khomeini) is samen met moeder Susanna Pasolini (1891 – 1981) en diva Maria Callas (1923 – 1977) een vreemde eend in de bijt van de drie belangrijkste vrouwen in het leven van Pasolini. Ik beschrijf kort Fallaci’s leven en diep enkele uitspraken van haar over Pasolini uit.

Oriana Fallaci, 1963 © ANSA

Oriana valt op. Vanaf haar start als voorzichtige stagaire, in 1946, tot doortastende en zelfs spraakmakende journalist. Met name bij weekblad L’Europeo (1945 – 2013), voor wie ze tussen 1951 en 1977 schrijft, gaat ze voortvarend en onconventioneel te werk. Ze wordt beroemd door uiterst openhartige en mede daardoor geruchtmakende interviews met bijvoorbeeld Indira Gandhi, Golda Meir, Yasser Arafat, Bhutto, Willy Brandt, de Shah van Iran, Henry Kissinger, Deng Xiaoping, Andreas Papandreou, Ayatollah Khomeini (het interview), Haile Selassie, Lech Wałęsa, Muammar Gaddafi, Mário Soares, Alfred Hitchcock, (president van Zuid-Vietnam) Nguyễn Văn Thiệu en (generaal) Võ Nguyên Giáp.

Internationale publicaties in toonaangevende periodieken onderstrepen het belang van haar werk. Vanaf eind jaren ’60 kan niemand meer om haar heen en is zij zonder meer een van de meest uitgesproken vrouwen van de 20e eeuw.

Interview met Ayatollah Khomeini, 1979.

Pasolini leert Oriana (Florence, 29 juni 1929 – Florence, 15 september 2006) begin jaren ’60 kennen. De mondige en moedige publicist van kritische verhalen over de gebeurtenissen in het naoorlogse Italië schuwt haar mening niet. Beroeps dissident Pasolini steekt zijn opvattingen ook niet onder stoelen of banken en de twee zijn gedoemd elkaar tegen te komen. Een korte bio voordat ik in ga op haar relatie met Pasolini.

Levensloop in een notendop

Oriana groeit op in Firenze (Toscane). Haar vader is een politieke activiste en al op piepjonge leeftijd raakt ze betrokken bij het verzet tegen het fascistisch bewind van Mussolini. Net als Pasolini’s jongere broer Guido sluit Oriana zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aan bij de Partizanen in hun strijd tegen de Duitsers. Ze is dan 14 jaar.

Oriana valt vanaf 1946, wanneer ze als voorzichtige stagiaire start, direct op. Ze gaat voortvarend en onconventioneel te werk en ontwikkelt zich tot een doortastende en spraakmakende journalist.

In 1951 begint Fallaci bij weekblad L’Europeo (looptijd: 1945 – 2013), een Italiaanse versie van LIFE magazine, waar ze tussen 1951 en 1977 voor werkt. In het sterk op fotografie leunende tijdschrift schrijft ze aanvankelijk over Hollywoodsterren en geeft zo een inkijkje in de wereld waar Europeanen alleen maar van kunnen dromen. L’Europeo is niet zomaar een titel, en zeker tot midden jaren ’70 een kwalitatieve uitgave waar bijvoorbeeld topfotograaf Oliviero Toscani en schrijver Alberto Moravia bijdragen aan leveren.

© Jorge Ramos

Oriana maakt naam met interviews met en reportages over vermaarde schrijvers en regisseurs. In 1963 en ’64 verblijft ze zelfs enige tijd bij de NASA om het ruimtevaartprogramma van dichtbij te volgen. Uiteindelijk komt ze uit bij de topstukken van het wereldtoneel en publiceert artikelen over protesten en oorlogen. Niet zonder gevaar en in 1968 wordt ze tijdens een studentenprotest in Mexico neergeschoten.

Haar ster stijgt naar onbereikbare hoogten als ze uiterst openhartige en mede daardoor geruchtmakende interviews afneemt van bijvoorbeeld Indira Gandhi, Golda Meir, Yasser Arafat, Bhutto, Willy Brandt, de Shah van Iran, Henry Kissinger, Deng Xiaoping, Andreas Papandreou, Ayatollah Khomeini (het interview), Haile Selassie, Lech Wałęsa, Muammar Gaddafi, Mário Soares, Alfred Hitchcock, (president van Zuid-Vietnam) Nguyễn Văn Thiệu en (generaal) Võ Nguyên Giáp. Deze stukken zijn geweldig om te lezen en tonen een inkijkje in ongeregisseerde journalistiek zoals die heden ten dage ondenkbaar is.

Internationale publicaties in toonaangevende periodieken onderstrepen het belang van haar werk. Vanaf eind jaren ’60 kan niemand meer om haar heen en is zij zonder meer een van de meest uitgesproken vrouwen van de 20e eeuw. Ze schrijft naast L’Europeo voor de vergelijkbare uitgave Epoca.

Oriana Fallaci met onafscheidelijke sigaret.

Op 21 augustus 1973 interviewt ze de Griekse vrijheidsstrijder Alexandros Panagoulis waarover ze later het fascinerende boek Un Uomo (Een man) schrijft. De op foto’s bijna altijd geposeerd en streng kijkende Fallaci ontspant naast Panagoulis en is op opnamen met hem zelfs glimlachend te zien. Het is duidelijk dat ze de liefde van haar leven heeft ontmoet.

De relatie is een kort leven beschoren. Panagoulis komt drie jaar later om. Onder verdachte omstandigheden wordt hij met hoge snelheid van de weg gereden. Hij ligt begraven in Athene. Naast het graf van Fallaci in Florence (Firenze) staat een gedenkteken aan haar geliefde.

Wereldburger Oriana woont afwisselend in New York en Toscane. Naast haar schrijfwerk doceert ze aan de universiteiten van Chicago, Yale, Harvard en Columbia. Na 9/11 trekken haar stukken over moslims en moslimcultuur de aandacht en worden (nog steeds) aangegrepen door extreemrechtse politici. Op 15 september 2006 overlijdt Oriana aan kanker.

Ontmoeting met Pasolini in New York

This image has an empty alt attribute; its file name is ©-L-Europeo-Archivio-RCS-Duilio-Pallottelli-03-cv.jpg
De cover van L’Europeo nr 46, het weekblad waar Fallaci van 1951 tot 1977 werkte. © L’Europeo Archivio RCS Duilio Pallottelli

Tussen 13 en 24 september 1966 bezoekt Pasolini New York. Fallaci woont in hartje Big Apple. Alleen. Een voorwaarde om goed en geconcentreerd haar werk te kunnen doen.

Zowel Pasolini als Fallaci delen de liefde voor het woord, zijn schrijvers van het hoogste niveau en meedogenloze polemisten. Beiden zijn wars van kritiek en worden zowel vereerd als belasterd door de publieke opinie.

Ondanks hun contrasterende en botsende persoonlijkheden liggen ze elkaar. Fallaci bewondert Pasolini en verafschuwd zijn voortdurende tegendraadse houding, hij adoreert en veracht haar intense lijfelijkheid. Opposites attracts, alleen in dit geval verenigen beide persoonlijkheden tegenstellingen over en weer. Blijkbaar schept het een band…

Ze delen ook de gewelddadige ervaringen uit de oorlog en hebben een intense haat tegen het fascisme. Ze zijn moedig, volstrekt authentiek en ontberen levenslang een echte liefdespartner. Ook abortus is een gemeenschappelijk issue. Pasolini spreekt zich er openlijk tegen uit. Fallaci verzwijgt de dode foetus die zij tussen haar 44e en 45e levensjaar laat aborteren maar wijdt wel een heel boek aan dit thema.

This image has an empty alt attribute; its file name is OF.jpg
Fallaci wist precies hoe ze zich wilde laten fotograferen: met een ernstig gezicht of als een filmster.

De ook in New York woonachtige fotograaf Duilio Pallottelli maakt de foto’s voor het artikel over Pasolini dat Fallaci voor L’Europeo schrijft. Hij vergezeld Pasolini tijdens zijn omzwervingen en legt een in mijn ogen ongemakkelijk ogende vreemdeling vast. Vreemd, want Pasolini laat juist noteren dat hij zich enorm thuis voelt in The Big Apple.

Uit het artikel:

“Kijk hem eens aan komen wandelen, op Clarks en gehuld in een sjofele regenjas, gekleed als een student. Vol van zijn 1.000 verlangens. Is dit een man van 44 jaar? (…)”

Overdag ontdekt hij de stad en neemt deel aan de plichtplegingen. Na de klok van tienen vlucht hij ‘s avonds naar plekken waar de politie niet durft te komen:

Harlem, Greenwich Village, Brooklyn, de havens. In schimmige barretjes vindt hij ongemakkelijke oplossingen voor zijn toestand. Bij zonsopkomst keert hij terug naar zijn hotel, met gezwollen oogleden en een pijnlijk lichaam. Vol van het gevoel dat hij leeft.”

Oriana vraagt zich af hoe een man met dergelijke gewoontes overleeft. Hoe komt hij die tien dagen in New York door?! Op een regenachtige middag drinkt hij cola in haar appartement. Ze kijken tijdens een interview samen door de ramen hoe de stad stinkt, stuift en irriteert. “Ik wou dat ik 18 was en hier mijn hele leven kon wonen”, verzucht Pasolini. “New York is geen ontsnapping: het is een verplichting, een oorlogsgebied.”

This image has an empty alt attribute; its file name is ©-L-Europeo-Archivio-RCS-Duilio-Pallottelli-02.jpg
Pasolini in New York, 1966 © L’Europeo Archivio RCS Duilio Pallottelli

Het is met name de eerlijkheid van New York die hem treft. Jonge mensen trekken makkelijke kleren aan, er is geen overheersende stijl, formele maskers ontbreken. In New York mag iedereen zijn wie hij en zij is. Idealisme en pragmatisme overheersen. Naïviteit wellicht. Als je hier wilt leven, moet je loslaten wat je kent en het nieuwe omarmen.

“Het belangrijkste aspect van deze stad is de ellende.”

Pasolini heeft afspraken met dichter Allen Ginsberg en laat zich fotograferen door Richard Avedon. Hij ontmoet prominenten uit de kunst- en cultuurwereld maar heeft geen boodschap aan gelikte producties voor een duur Amerikaans publiek en slaat menig uitnodiging voor theater en film af. Zijn interesse en hart gaan uit naar de hel, de onderkant, de raciale mix, de ratjetoe van gelukszoekers die soms slagen en meestal mislukken. Zijn hysterische hang naar achterbuurten en haar bewoners staat voor velen haaks op zijn positie als vlijmscherpe intellectueel. Daar verandert zijn bezoek aan New York niets aan.

Zijn dilemma is dat hij is wie hij is en graag anders gezien zou worden. Zijn gastvrouwen en -heren accepteren zijn ‘vlucht’ naar de achterbuurten van New York. Naar de wereld die hem het gevoel geeft dat hij leeft.

This image has an empty alt attribute; its file name is ©-Avendon-Foundation.jpg
Een resultaat van een urenlange fotoshoot, 1966 © Avedon Foundation

Op verzoek van de meesterfotograaf spreekt Pasolini op 24 september (?) ‘s ochtends om elf uur af met fenomeen Dick Avedon. Hij heeft zijn studio op 61st Street, tussen Madison en Park Avenue. Wegens een ontmoeting met een dronken zwerver komt Pasolini pas tegen twee uur aan. Dat hij te maken heeft met wellicht de meest beroemde fotograaf van het moment interesseert hem niet. Avedon laat hem honderden foto’s zien en verteld er boeiende verhalen bij. Die verhalen, daar gaat het Pasolini om…

Ondertussen wacht Pallottelli samen met Fallaci, die inmiddels ook is aangeschoven. Ze aanschouwen een uiterst nauwkeurige Avedon aan het werk. Na de urenlange fotosessie gaan Duilio, Oriana en Pier Paolo tegen zessen de stad in. Al snel raakt Pallottelli het wispelturige stel kwijt en gaat huiswaarts.

Pasolini aan het werk met Avedon, 1966 © L’Europeo Archivio RCS Duilio Pallottelli

Pasolini koopt voor zijn muze en ‘levensgezel’ Ninetto Davoli een shirt met het opschrift ‘State Prison, Convict Number 3678’. Niet veel later sluit hij zich aan bij een anti-Vietnam demonstratie, waar Fallaci en hij toevallig tegenaan lopen. Als een auto stopt waar drie meisjes uitstappen en een protestsong beginnen te spelen raakt Pasolini ontroert. Zodra er ‘Bomb Hanoi’ geroepen wordt, raakt hij de draad kwijt en ontvlucht het tafereel. Een gevoelige man in een stad vol prikkels.

Ik denk dat de foto’s van Duilio Pallottelli met name dit gevoel uitdrukken. New York is zo anders dan waar Pasolini vandaan komt. Hij begrijpt dat Europa min of meer ‘af’ is en gevormd tot een kapitalistisch netwerk dat de bevolking aanspoort tot consumentisme en massale eenheid. Amerika is na drie generaties immigranten nog lang niet zo ver. Het begint hier pas en hij voelt ruimte voor ‘een burgeroorlog’, die naar zijn mening voor zijn ogen aan de gang is. Het zou anders lopen…

This image has an empty alt attribute; its file name is ©-Duane-Michals-ny-harbour-1969.jpg
In 1969 bezoekt Pasolini New York opnieuw, © Duane Michals

Pasolini baalt als zijn bezoek na tien dagen al ten einde is. Hij voelt zich een kind dat een voorgeschotelde taart niet mag opeten… In 1969 bezoekt Pasolini New York nogmaals. Fotograaf Duane Michals maakt dit meesterlijke en in mijn ogen karakteristieke portret, ergens in het havengebied.

Er lijken minstens tien jaar, in plaats van slechts drie, tussen de twee bezoeken te zitten. Een verbitterde, getergde man kijkt in de lens. Zijn handen machteloos tot vuist gebald en angstig verstopt in zijn broekzak. Pasolini staat dan aan de vooravond van zijn meest productieve periode. Het lijkt alsof hij zijn oordeel klaar heeft en weet wat hem te doen staat. Op weg naar het einde.

Fallaci’s afscheidsbrief aan Pasolini

Op 14 november 1975 publiceert Oriana haar afscheidsbrief aan Pasolini, die in de nacht van 1 op 2 november in elkaar is geslagen en onder andere door zijn eigen Alfa Romeo GT Veloce wordt overreden. Zijn dood doet Fallaci zo veel dat ze direct en ter plekke op het strand van Idroscalo di Ostia, 10 km ten westen van Rome, getuigen ondervraagt. Eenmaal voor de rechter weigert ze haar bronnen prijs te geven met als gevolg dat haar onderzoek door justitie nooit serieus is genomen. Anno nu lijkt haar onderzoek uiterst waardevol en veel waarheid te bevatten.

In de ruim tien jaar dat Oriana en Pier Paolo elkaar kennen, corresponderen ze regelmatig. Oriana gebruikt citaten van deze brieven in haar in L’Europeo N° 46 gepubliceerde afscheid. Ze blikt daarin ook terug op hun ontmoeting van negen jaar eerder in New York. Haar schets is een meedogenloos portret en geeft een inkijkje in de persoon die velen alleen van ruime afstand kennen, bijvoorbeeld de filmregisseur of de schrijver van krantenartikelen. Ik citeer flarden uit haar epistel, dat een onderdeel is van haar gepubliceerde onderzoek om de moord op Pasolini uit te zoeken.

This image has an empty alt attribute; its file name is cANSA.jpg
Oriana Fallaci, 1963 © ANSA

De haat-liefdeverhouding tussen Fallaci en Pasolini is vastgelegd in hun briefwisseling, zoals dit voorbeeld over het boek dat zij over abortus schreef, Letter to a Child Never Born (Rizzoli, 1975):

“Lieve Oriana. Ik heb je laatste boek ontvangen. Ik haat je omdat je het geschreven hebt. Ik ben niet verder gekomen dan de tweede pagina. Ik wil het niet lezen, nooit niet. Ik wil niet weten wat er in de buik van een vrouw zit. Vergeef me, maar ik heb van kinds af aan een weerzin tegen het moederschap.”

Fallaci beantwoordt zijn brief aan haar niet op dat moment, omdat ze vindt dat Pasolini in feite zijn woorden aan zichzelf richt… Deze woorden in relatie met zijn dood en zijn gewelddadige wijze van leven, zijn duidelijk. Hoe kun je tegen moederschap zijn als je uit haar geboren bent en haar zelfs verafgood? Of verlang je dan bij leven al naar de dood? En als je je oorsprong en ‘de baarmoeder’ zo afwijst, hoe verhoudt zich dat tot je homoseksualiteit? Hoe ga je überhaupt met vrouwen om?

This image has an empty alt attribute; its file name is PPP-Callas.jpg
Pasolini (167 cm) en Callas (173 cm), circa 1970. Fallaci mat overigens 156 cm.

Oriana bewondert Pasolini intens en doet haar best om van hem te houden. Dat valt niet mee. Toch neemt ze naast Maria Callas een bijzonder plek in zijn leven in. Pasolini’s moeder, eens door een navelstreng met hem verbonden, is onbetwist de belangrijkste figuur in zijn leven. Haar centrale positie is dominant en te herleiden naar hoofdfiguren in veel van zijn films. Denk aan Mamma Roma, Edipo re (Oedipus) en Medea (met Callas in de hoofdrol).

Zijn kijk op vrouwen is op z’n minst gezegd apart. Maar ook weer volkomen verklaarbaar vanwege zijn extreme karakter waarin tegenpolen een hoofdrol spelen. Vermeldenswaardig is zijn verering van de Heilige Maagd Maria, de moeder van Jezus. In het gedicht Supplica a mia madre noemt Pasolini zich een slaaf van zijn moeder. En zo zijn er meer voorbeelden…

Oriana schrijft in haar postume afscheid, in de verleden tijd: “Als je vrouwen accepteerde, was dat uit medelijden. Als je vrouwen vergaf, was dat uit jouw vrije wil. Hoe dan ook, vergeet nooit de legende die vrouwen verwijt de appel te hebben geplukt en daarmee de zonde te hebben ontdekt.”

“Je hield te veel van zuiverheid en kuisheid, die een verlossing voor je was. Hoe minder zuiverheid je vond, hoe meer je je wreekte door vuiligheid te zoeken en te lijden. Vulgariteit als een straf. Zoals monniken die zichzelf geselen.”

This image has an empty alt attribute; its file name is OF2.jpg

“Je zocht naar de seks die voor jou een zonde was. Naar jongens met een gezicht verstoken van intelligentie (terwijl jij de cultus van intelligentie had), van het lichaam verstoken van genade (terwijl jij de cultus van genade had), van de geest verstoken van schoonheid (terwijl jij de cultus van schoonheid had).”

“Door hen droomde je ervan gedood te worden. Om je zelfmoord te plegen.”

Fallaci beschrijft hier haar verklaring van Pasolini’s tweeslachtige karakter, de tegenpolen die elkaar dag en nacht bevechten en hem uiteindelijk naar zijn dood leiden.

“Pier Paolo, jij leerde me om ten alle tijden oprecht te zijn, en eerlijk ten koste van wreed. En altijd moedig door te zeggen wat je gelooft. Zelfs als het ongemakkelijk is, schandalig of gevaarlijk.”

Het is deze omschrijving die voor mij de essentie van Pasolini weergeeft: een meedogenloze dichter, die ongeacht de omstandigheden altijd gaat voor wat hij voelt dat hij moet doen. Om vervolgens tot actie over te gaan. Actie met een aandrang die voorbij passie gaat. Onbekende grenzen over. Zijn geest en lichaam daarbij niet ontziend.

This image has an empty alt attribute; its file name is ppp.jpg
Voor de camera wist Pasolini, net als Fallaci, perfect voor de dag te komen. Hij was echter minder gedisciplineerd en de foto’s die op onbewaakte momenten gemaakt zijn, tonen een flink contrast met geposeerde opnamen van hem.

Fallaci beschrijft het geloof van Pasolini waarbij De Dood de hemel is. Dit is een tegenstelling die perfect past in het beeld dat hij van de wereld had en de ethiek weergeeft hoe hij zijn leven leefde.

Arthur Rimbaud was een schooljongen vergeleken met jou.”

Uiteraard maakt ze in haar stuk verwijzingen naar zijn bezoek in New York. Pasolini vond de wereldstad een ‘warzone’. Oriana begrijpt zijn omschrijving, ruim 9 jaar na dato, beter: in een oorlog is de kans om te overleven niet heel groot. Daar weet ze als oorlogscorrespondent alles van. Wat voor de een angst is, of op z’n minst iets om rekening mee te houden, heeft op Pasolini een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Hij mist de angstprikkel.

Ze typeert zijn voorkomen: een vrouwelijke lieflijkheid gehuld in een keihard, atletisch, droog mannelijk uiterlijk. Vrouwelijk en zachtaardig in beweging en op zijn tijd beestachtig en niets ontziend in zijn handelen. Fallaci voelt zich aangetrokken tot Pasolini als ware hij een vrouw…

Wellicht is deze aantrekkingskracht de verlokking die Callas ook voelt in haar relatie met Pasolini. De pers spreekt destijds (tijdens de opnamen van en na de première van Medea) zelfs van ‘geliefden’. Niet vreemd, want Pasolini helpt Callas met werkelijk alles. Het is op foto’s van hen samen duidelijk zichtbaar hoe hij haar vereert. Er is in ieder geval een verbond tussen de twee, waarschijnlijk om de pijn te verzachten omdat Aristoteles Onassis (1906 – 1975) Callas in 1968 verlaat om te trouwen met Jacqueline Bouvier Kennedy, de weduwe van president John F. Kennedy.

Callas en Pasolini, Griekenland 1969

Fallaci ontmoet Pasolini opnieuw in maart 1970, in Rio de Janeiro. Samen met Callas stelt hij Medea aan het publiek voor tijdens het Internationale Filmfestival van Mar del Plata in Argentinië. Daarna proeft hij Brazilië in de vorm van Rio en Salvador. Hij herkent een vergelijkbare tweedeling als in zijn geboorteland: rijk versus arm leven naast en zelfs door elkaar. Het Europese model voor verstedelijking lijkt een-op-een geïmporteerd en overgenomen.

Ik vind het zelf niet helemaal geloofwaardig en leer Pasolini beter kennen als ik lees dat hij zich, net als in 1966 in New York, vergelijkbaar verbonden voelt met de onderlaag van de maatschappij. Hoe kan hij nog helder kijken en beoordelen naar iets wat hij zo dwangmatig najaagt? Aan de ene kant uit hij kritiek op zijn analyse (en hij is niet de enige die het ziet) van de moderne cultuur en aan de andere kant stort hij zich nacht na nacht in de krochten en uitwassen van deze hel.

Ja, ook hier in Rio en Salvador vormen technologische industrialisering, gentrificatie en schaamteloos consumentisme de basis voor een nieuwe aflevering van De Welvarende Samenleving. Het resultaat is identiek aan wat hij in Europa ziet: een culturele standaardisatie en een sociale transformatie naar een gehoorzame gelijkvormige burger en afnemer van massaal aangeboden goederen. Met dank aan TV en overal aanwezige reclame-uitingen. Het hoofdthema van Pasolini tussen 1968 en 1975 verovert de wereld…

Enfin, Fallaci zit er met haar neus bovenop en bestudeert Callas bij Pasolini en schrijft er bijna geërgerd over in haar afscheid. De volgende strandscene intrigeert mij:

This image has an empty alt attribute; its file name is 1969-Medea.jpg
Opnamen voor Medea, 1969

“Maria is gehuld in een zwart badpak en ligt te dommelen op het zand. Ik (Fallaci) vertel je hoe de Brazilianen politieke gevangenen martelden. Je luistert aarzelend, alsof mijn woorden je irriteren en de schitterende zonsondergang verstoren. Je antwoordt niet eens. Pas als je beseft dat dit mij kwetst, veer je op. Ik val je aan door te zeggen dat je niet oprecht bent in je protesten. En dat je een Narcissus bent die tegen het onrecht strijdt om je ijdelheid te voeden.”

“Je begint over Jezus Christus, de heilige Franciscus (Franciscus van Assisi, 1182 – 1226) en Sint Augustinus (354 – 430). Ik begrijp uit je verhaal dat je de zonde bedrijft om verlossing te zoeken, volstrekt zeker van het feit dat verlossing alleen uit zonde kan voortkomen. Hoe groter de zonde is, des te bevrijdender is de verlossing.”

“Jouw uitleg liet een litteken op me achter. Je maakte me duidelijk dat je niet gelooft in leven. Ik gebruikte dit fragment in mijn uitgave Letter to a Child Never Born (Rizzoli in 1975). Mijn boek (over abortus) dat je niet wilde lezen.”

This image has an empty alt attribute; its file name is Salo.jpg
Pasolini tijdens de set van zijn laatste film Salo, 1975

Niemand kon Pasolini weerhouden in zijn gevecht tegen leven en voor dood. Hij was de enige die zo duidelijk en krachtig kon verwoorden hoe Italië, of de westerse wereld, er op dat moment aan toe was.

“Er was geen persoon in Italië die de waarheid zo kon onthullen zoals jij deed, ‘ons’ zo aan het denken kon zetten en die zo aan ‘ons’ burgerlijke geweten knaagde als jij deed.”

Op zaterdag 1 november spreken Oriana Fallaci en haar partner Alexandros Panagoulis af met politicus Giancarlo Pajetta en zijn vrouw schrijfster Miriam Mafai om zondag 2 november in de buurt van Piazza Navona (Rome) met Pasolini te eten en samen vooraf een aperitief te drinken. Ze belt hem voor die avond meerdere malen maar zijn telefoonnummer geeft een fout.

De volgende ochtend, op de bewuste zondag, drinkt het viertal koffie op een terras. Een krantenjongen schreeuwt het verschrikkelijke nieuws: “Pasolini is vermoordt!”. Ze geloven hun oren niet en lopen Rome door. In een bar volgen ze de RAI-uitzending op TV. Fallaci start direct haar onderzoek.

Al vrij snel heeft ze door dat de vrijwel direct opgepakte verdachte Giuseppe Pelosi (1958 – 2017, Pelosino of Pino la rana, Pino de Kikker, vanwege zijn in de gevangenis gezwollen ogen) een afleiding moet zijn om de echte toedracht verborgen te houden. De onderste steen moet boven en Oriana sleurt de redactie van L’Europeo (Paolo Berti, Duilio Pallottelli, Gian Carlo Mazzini) mee om uit te zoeken wat uitgezocht moet worden.

Vlnr Franco Citti, Pier Paolo Pasolini, Ninetto Davoli en Ettore Garofolo voor zijn woning in Rome, begin jaren ’70

Pas op 7 mei 2005 (tijdens het TV-programma Ombre sul giallo) bekent de tot 9½ jaar gevangenisstraf veroordeelde Pino dat hij onder dwang van de echte (twee) moordenaars de misdaad op zich moest nemen. In 2011 komt het boek uit waarin Pelosi de daders bij naam noemt. Franco en Giuseppe Borsellino, broers uit Catánia, de tweede stad in Sicilië, zijn door de ultra-rechtse en neo-fascistische MSI (Movimento Sociale Italiano – Destra Nazionale) aangespoord Pasolini uit de weg te ruimen. De film La Macchinazione uit 2016 geeft deze versie min of meer integraal weer.

Nooit meer

Het leven van Pasolini eindigt in zijn meest creatieve periode. In zijn werkkamer in Rome hamert hij op zijn Olivetti 22 aan het dreigende en onthullende Io so (Ik weet) voor de voorpagina van Corriere della Sera, voltooit het filmscript voor Salò en schrijft aan Petrolio, de roman die bijna vijftig jaar na dato nog altijd als een zwart spook boven Italië hangt. Vriend en vijand zijn het er die zondagochtend over eens: dit is een politieke moord zonder weerga. Tot op de dag van vandaag is zijn eind in mysterie gehuld.

Mijn mening? Een publiek figuur die zo openlijk, schaamteloos en zonder angst leeft en nota bene op de voorpagina’s onthult wat er verborgen moet blijven, loopt de kans om vroeg of laat tegen de lamp te lopen. Lees Io so (Corriere della Sera, 14 november 1974), huiver en begrijp waarom zijn dood niet onverwachts kwam. Ik dank Oriana Fallaci voor haar doortastende vasthoudendheid en gevoel voor rechtvaardigheid.

Pasolini voor zijn 1972 Alfa Romeo 2000 GTV, Ponte di Morandi (Via Principe di Piemonte), vlak bij zijn woning bij Lungomare di Sabaudia, tussen Roma en Napoli.

NB 1. In 1980 komt Il Poeta delle Ceneri (Dichter van de as) uit, met fragmenten uit zijn New Yorkse periode. De Engelstalige titel is Who is me.

NB 2. In 2015 komt postuum het boek Pasolini, un uomo scomodo (Pasolini, an uncomfortable man) van Fallaci uit.

> Pier Paolo Pasolini trilogie:
Deel 1, levensloop Pasolini
Deel 2, zijn laatste rede in Lecce en Calimera
Deel 3, relatie met Oriana Fallaci