Op kerstavond 2011 reed ik met mijn gezin naar Rilly-Sur-Aisne, in Noord-Frankrijk, in het donker door de mist en met de radio op een kerstvertelling. Ik vind het één van de mooiste verhalen die ik ken. Het gaat over de Kerstvrede van 1914.
Mijn dochters waren toen tien en acht. Perfecte leeftijden voor een mooie verhaal. De aflevering over een kerstavond van bijna honderd jaar geleden maakte diepe indruk. Op mij en op mijn dochters. Het gaat dan ook over elementaire zaken als verbinding, ontroering, liefde en compassie. Tijdloos. En op dat moment in de wereldgeschiedenis extra bijzonder.
Ik vertel het verhaal regelmatig. Spoiler: ik hou het niet droog.
Donderdag 24 december 1914
Die Kerstavond was een koude, heldere avond. Er lag sneeuw rondom La Chapelle ‘d’Armentières, een dorp op 15 kilometer ten westen van Lille, of Rijssel zo je wilt.
De Eerste Wereldoorlog was een maand of vijf oud en de vooruitzichten waren niet goed. De op 8 september 2014 aangetreden Paus Benedictus XV riep op 7 december 1914 op tot een staakt-het-vuren tijdens Kerstmis. Een gebaar dat in zijn aard lag.
De vredelievende paus bracht direct na zijn aantreden zijn Ubi Primum uit. Zijn oproep richtte hij aan de leiders van de oorlogvoerende landen. Hij sprak zich uit over de oorlog en riep de strijdende partijen op tot bezinning te komen. Hij stelde voor om verder bloedvergieten te voorkomen en door onderhandelingen tot vrede te komen.
Zo’n tijdelijke wapenstilstand kwam de soldaten goed uit, want de weersomstandigheden maakten oorlogshandelingen onmogelijk. De Grote Oorlog speelde zich voor een groot deel af in en om loopgraven. Binnen was dat koud, vochtig, modderig en vies. Buiten was het levensgevaarlijk.
Duitsland ging akkoord met het voorstel van de paus.
Stille nacht
De geallieerden zagen niets in het plan. De argwanende Britse High Command hadden het vermoeden dat de Duitsers zich niet aan het bestand zouden houden en in stilte een aanval voorbereidde tijdens Kerst of Nieuwjaar. Maar niets was minder waar.
Vanuit de loopgraven zagen Britse soldaten aan de overzijde kaarslicht en al snel hoorde ze gezang. Soldaat Albert Moren, van het Second Queens Regiment, kon zijn ogen en oren niet geloven.
“It was a beautiful moonlit night, frost on the ground, white almost everywhere. About 7 or 8 in the evening there was a lot of commotion in the German trenches and there were these lights. I don’t know what they were. And then they sang Silent Night. I shall never forget it. It was one of the highlights of my life. I thought, what a beautiful tune.
Nog nooit klonk een kerstlied zo mooi.
Aan Duitse zijde inspireerden de gezamenlijke kerstliederen kapitein Josef Sewald van het 17e Beierse Regiment uit Duitsland tot een gedurfde stap. Hij riep naar de Britten dat hij en zijn manschappen niet wilden schieten. Hij wilde een kerstbestand sluiten. Josef zei dat hij uit zijn loopgraaf zou komen met de uitnodiging om samen kerstavond te vieren.
Eerst bleef het stil. Tot hij opnieuw riep en antwoord kreeg. De Britten riepen terug: ‘Niet schieten!’ Vervolgens kwamen er een voor een soldaten uit de loopgraven. Ze liepen naar elkaar, maakten kennis en schudden handen. In eerste instantie een beetje voorzichtig, maar al snel vertrouwd. De vijanden werden vrienden, zoals korporaal John Ferguson van de Second Seaforth Highlanders zich herinnerde:
“We schudden elkaar de hand, wensten elkaar een vrolijk kerstfeest en waren al snel in gesprek alsof we elkaar al jaren kenden.”
Tussen prikkeldraadversperringen en bomkraters Kerstavond vieren. Het was een aparte vertoning. Britten en Schotten en wisselden verhalen uit, en moppen natuurlijk. Ze proefden elkaars chocolade en sigaretten. Ze hielpen elkaar met vertalen om elkaar goed te kunnen begrijpen.
Op Eerste Kerstdag hielden sommige Duitsers en Britten zelfs een gezamenlijke dienst om hun doden te begraven. Tweede luitenant Arthur Pelham Burn van de Sixth Gordon Highlanders was erbij:
“Onze legerpredikant stelde de gebeden en psalmen samen. Een tolk schreef ze uit in het Duits. Ze werden eerst in het Engels voorgelezen door onze predikant en daarna in het Duits door een jongen die Duits studeerde. Het was buitengewoon en prachtig. De Duitsers stonden aan de ene kant, de Engelsen aan de andere, met de officieren vooraan.”
Er zijn verschillende verslagen die spreken over bijzondere ontmoetingen, op verschillende plekken in Niemandsland, het gebied tussen de frontlinies van de vijandelijke legers.
Er werden zelfs voetbalwedstrijden gespeeld, met geïmproviseerde ballen. Luitenant Kurt Zehmisch van het 134e Saksische Infanterieregiment was getuige van zo’n wedstrijd:
“De Engelsen brachten een voetbal uit hun loopgraven mee. Al snel ontstond er een levendige wedstrijd. Ik vond het even wonderbaarlijk mooi als vreemd. Deze bijzondere Kerstmis werd een feest van de liefde, waar vijanden voor even samenkwamen als vrienden.”
Tweede luitenant Bruce Bairnsfather van de First Warwickshires zag een nog opmerkelijker vorm van verbroedering:
“Een van mijn mitrailleurschutters was in het burgerleven een amateurkapper. Ik zag hem op de grond zitten en met een tondeuse het lange haar van een Duitse soldaat knippen.”
Generaal Sir Horace Smith-Dorrien, commandant van het Britse II Corps, hoorde van de verbroedering en was woedend:
“Ik heb de strengste orders uitgevaardigd dat er onder geen beding contact mag zijn tussen de tegenover elkaar staande troepen. Om deze oorlog snel te beëindigen, moeten we de strijdlust behouden en alles doen om vriendschappelijk contact te ontmoedigen!”
De Britse generaal Sir John French ging een stap verder. Hij noemde de situatie ‘heulen met de vijand’. Ook de streng gedisciplineerde Duitse legertop maakten zich zorgen. Wat zou het thuisfront wel niet denken?
Uiteindelijk werden er geen officiële maatregelen genomen tegen de Kerstvrede. Leidinggevenden maakten van de gelegenheid gebruik om doden en gewonden weg te brengen of te begraven, voedsel- en wapenvoorraden aan te vullen en de loopgraven van de vijand van dichtbij te bekijken.
Hoe schitterend ook, deze vredelievendheid duurde maar even. Onvermijdelijk kregen beide zijden al snel het bevel om terug te keren naar hun loopgraven. Kapitein Charles ‘Buffalo Bill’ Stockwell van de Second Royal Welch Fusiliers herinnerde zich hoe de vrede op 26 december eindigde:
“Om 8.30 uur ‘s ochtends vuurde ik drie schoten in de lucht en plaatste een vlag met ‘Merry Christmas’ op de rand van onze loopgraaf. Aan de overkant hing een Duitse soldaat een doek op met ‘Thank You’. Een Duitse kapitein klom uit zijn loopgraaf. We maakten allebei een buiging en groetten elkaar, gingen terug onze loopgraven in, en vuurden twee schoten in de lucht. De oorlog was weer begonnen.”
Wikipedia Kerstbestanden