3-6-2026 – Mensen zijn sociale wezens. Groepen bieden veiligheid en geven een gevoel van verbondenheid. Collectieve doelen die voor een individu onbereikbaar zijn, kunnen in goed georganiseerde groepen haalbaar worden. Voor velen is dit een aantrekkelijke gedachte.
Ik zie de voordelen in een sportteam of een commando elite-eenheid. Een groep gelijkgestemden is dan fijn. Maar welke rol speelt het individu in een groep in een samenleving? Is het individu nog steeds de fundamentele bouwsteen?
In een recent blog schrijf ik: “Hegemonie is het overwicht, de leiding of de opperheerschappij van een staat, groep of klasse over anderen. Het betekent dominantie op politiek, economisch of cultureel gebied en richtinggevend in bepaling van normen en waarden. Draagvlak ontstaat als een boodschap gedragen kan worden door een invloedrijke groep. Dat lukte 100 jaar geleden niet. Het Interbellum was een tijd van politieke onzekerheid.
Ook anno nu leven er steeds meer groepen dwars door elkaar, wat zorgt voor onthechting, irritatie, bescherming van eigen belang en miscommunicatie. Hegemonie in een versplinterde, of zelfs gepolariseerde, samenleving is dan lastig of onmogelijk.”
Wat ik beschreef, gaat over het onvermogen van de moderne tijd om in een groep doelen te behalen. Dat is voor een sportclub niet fijn, voor een groep commando’s levensgevaarlijk en voor een democratie volstrekt onbespreekbaar. Maar het gebeurd natuurlijk wel.
Leiderschap
Wat helpt, is een leider. Leiderschap gaat over hegemonie, draagvlak, verbinding, vertrouwen, richting, tempo, empathie en het vermogen om een groep te informeren, inspireren en in beweging te brengen en te houden.
Wie mij kent, weet dat ik meer vertrouwen heb in de individuele mens dan in grote groepen, complexe systemen of regimes. Waarom? Ik groeide op met leiders als Václav Havel, Nelson Mandela, Mahatma Ghandi, Martin Luther King Jr., Desmond Tutu en Lech Wałęsa. Die kregen voor elkaar wat regeringen niet lukte: mensen aanspreken, mensen boeien en inspireren, en verbinden om samen collectieve doelen te halen.
Ik noem stuk voor stuk leiders die, elk in hun eigen context, politieke verandering hebben nagestreefd. Ze realiseerden dit via moreel gezag, burgerlijke ongehoorzaamheid en massamobilisatie in plaats van geweld of onderdrukking. Dat sloeg blijkbaar enorm aan, gezien de veranderingen die een Ghandi, Mandela of Havel teweeg brachten.
Die kracht sprak mij ook enorm aan, toen ik begin 20 was. Ook al kiest een meerderheid altijd voor de veiligheid van een groep, de stem en mening van een individu kan de kracht hebben om van een statische groep een actieve beweging te maken, zag ik. Wow.
Die tijden lijken voorbij. De politieke radeloosheid en het gebrek aan focus die in West-Europa al minstens drie decennia voor chronische besluiteloosheid zorgen, geeft mij geen fijn gevoel. En ja, ik maak me ook zorgen over de slopende trend die zorgt voor koren op de molen van autoritair-rechts, populisme en snelle (kortzichtige) media.
Wat meehelpt aan de afbraak van de democratie en normen en waarden zoals ik ze ken en respecteer, is de enorme welvaart. Men is gewend aan een comfortabele welvaartsroes die niemand zich meer laat afnemen. Welvaart die doorsijpelt naar landen die vinden dat ze daar nu eindelijk ook eens recht op hebben. Denk aan Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Inderdaad, voormalig koloniën die inmiddels bij machte zijn zelf hun broek op te houden.

Eerst nog even over Gramsci
De klassieke spanning, leiderschap als brugfunctie tussen het individu en de collectieve wil, lijkt verdampt. Ik zie vandaag de dag geen leiders die krachtig genoeg zijn om voor de troepen uit te lopen, acties te initiëren die vooruitgang en innovatie realiseren en mensen (groepen, volken) echt verder brengen. En doen ze dit wel, dan bekopen ze dit snel met een gifpil, een welgemikte kogel tussen de ogen of een verdwijning. Geen reclame voor de goede zaak.
…………………………………
Zoals ik het zie is leiderschap geen macht over een groep, maar het vermogen om een groep zichzelf te laten herkennen in een richting. Het gaat dan dus niet om sturing. Er komt meer bij kijken. En ja, ik geloof in de visie van Gramsci die uitgaat van macht via culturele invloed en instemming. In zo’n culturele hegemonie behoudt de heersende klasse haar macht doordat haar waarden en ideeën als ‘normaal’ of ‘gezond verstand’ kunnen worden gezien.
Elke sociale groep heeft haar eigen ‘organische intellectuelen’, individuen die ideeën formuleren en verspreiden en die de groep samenhang geven. Deze ‘influencers’, vinden uiteindelijk de weg naar de media en kunnen politici, denkers en industriëlen beïnvloeden. Met alle gevolgen van dien.
Macht zit dus niet alleen in de staat (regering, handhaving, wetgeving), maar ook in scholen, kerken, online en offline media, verenigingen, vakbonden (arbeiders) en cultuur. Daar wordt (los van elkaar) instemming met het systeem geproduceerd.
Een nadeel is dat er een ‘lange strijd om ideeën’ nodig is voor een culturele en intellectuele opbouw, voordat politieke macht kan veranderen. Dat hoeft ook niet snel. Tenminste, zolang de nood niet aan de man is. Een ander nadeel is dat extreme partijen (radicaal rechts, godsdienstwaanzinnigen, revolutionairen, terroristen) in de tussentijd voldoende momentum kunnen krijgen om wortel te schieten, te beinvloeden en te ondermijnen. Een fragiele bloem is snel vertrapt, zeg maar.
Ander leiderschap
Leiderschap wat niet alleen over sturen gaat, gaat ook over:
- Hegemonie (richting geven aan wat als normaal en wenselijk wordt gezien)
- Draagvlak (legitimiteit, niet alleen steun)
- Verbinding en vertrouwen (sociale cohesie)
- Tempo (wanneer versnellen of vertragen, geen haast)
- Empathie (het vermogen om de groep van binnenuit te lezen)
- Mobiliserend vermogen (in beweging brengen én houden)
Uitleg: do it ………………………………………………………………………………
Ik geloof in het individu als knooppunt, niet als bron. Leiders als Gandhi of Mandela functioneren niet als de oorsprong van een verandering, maar als condensatiepunt van de energie in een groep. Het individu wordt zo de drager van iets collectiefs dat nog geen vorm heeft.
Hegemonie als stil leiderschap > Volgens Antonio Gramsci is hegemonie niet alleen macht, maar vooral de productie van consensus. Leiderschap is dan het vormgeven van wat vanzelfsprekend lijkt.
De groep als medeauteur > In mijn framing is een groep niet passief. Draagvlak is geen goedkeuring achteraf maar een co-productie, co-creatie. Leiderschap werkt alleen als de groep mede vormgeeft aan de richting die het individu belichaamt.
Empathie als politieke technologie > Empathie is niet alleen een morele eigenschap, maar een instrument om de interne logica van een groep te lezen: waar zit angst, waar zit energie, waar zit weerstand die nog geen taal heeft?
Leiderschap is niet het overwinnen van de groep door het individu, maar het tijdelijk samenvallen van beiden in een gedeelde verbeelding van richting…
,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
De spanning tussen de groep (sociale cohesie, collectivisme) en het individu (zelfbeschikking, uniciteit) is een fundamenteel thema in de psychologie en sociologie. Het balanceert continu tussen groepsdruk en conformiteit enerzijds, en persoonlijke identiteit en autonomie anderzijds.
Hier liggen de belangrijkste inzichten kort op een rij:De kracht van de groep:
De kracht van het individu: Het individu vormt de basis van uniciteit, creativiteit en persoonlijke verantwoordelijkheid.
Dynamiek: Te veel nadruk op de groep leidt vaak tot groepsdenken en verlies van de eigen mening. Te veel nadruk op het individu kan leiden tot egocentrisme en verlies van maatschappelijke verbinding.