Maandag 11 april – Matera: de Sassi in

Ontwaken met uitzicht op de Sassi is een bijna onwerkelijke ervaring, maar het kan voor wie het wil. Stuur Gerardo maar een berichtje en doe hem de groeten van ons: hij is te bereiken via zijn AirBnB-pagina.

Ontbijt in de ochtendzon op ons piepkleine terrasje, met oploskoffie – What Else? – en met dat heerlijke knapperige en voor de streek zo typische gelige brood. Pas op voor de korst, die is pittig en aan de erg stevige kant. Lilian hield het even bij een rustmomentje en koos ervoor deze ochtend lezend door te brengen op de tot Siësta-bed omgetoverde poef. Ik ging de Sassi in, voorwaar geen straf in dit mooie warme ochtendweer. Toch maar wel een trui met kol aangetrokken. In de schaduw was het gisteravond best Freddo. De lentezon was omarmend warm maar niet heet. Ik kan me zo voorstellen dat het hier in de zomermaanden niet uit te houden is. Ik negeerde de toeristische routes (die zijn keurig aangegeven) en ik koos voor de uitnodigende trappen die zonder uitzondering uitkwamen op doodlopende steegjes en patios. Zo kwam ik niet echt waar ik wezen wilde. Mijn doel was de grote kerk bovenop de oude stad, aan het Piazza Duomo. Onmiskenbaar en prominent middelpunt van iedere in de lokale toeristenshops aangeboden koelkastmagneet. Ik geef alvast weg dat de kluit middeleeuwse huisjes waarboven de kerk trots uittorent een noodzakelijke bijdrage levert aan enig visueel spektakel.

Waar een wil is is een weg en uiteindelijk stond ik aan die muur van het kerkplein. Eigenlijk recht tegenover ons balkonnetje, maar met ruim een kilometer ertussen. Vanaf deze zijde zag de Sassi er minstens zo indrukwekkend uit. Vredig en tijdloos. Ik belde Lilian die ik vanaf mijn plek in de zon ‘aan de overkant’ op ons balkon zag zitten. Erg grappig om haar terug te zien zwaaien natuurlijk. Nog grappiger was het om te merken dat ik inmiddels was omsingeld door een flinke groep Italiaanse brugpiepers die zich één voor één in charmant steenkolen Engels afvroegen wat ik toch aan het doen was. Ik wees ze op de als speldeprik zichtbare Lilian. En zwaaien natuurlijk. Lachend zwaaiden ze vrolijk terug. Later zei Lilian me niet veel meer dan een streep rode petjes te hebben gezien.

De tieners wilden van alles van me weten: waar ik vandaan kwam en wat ik hier deed. De groep was op schoolreisje naar Matera en kwam uit het 250 kilometer ten westen van Matera gelegen Napoli. Goed te horen hoe de kennis van het Nederlandse voetbal een belangrijke rol kan spelen in het contactmaken met buitenlanders. Alweer, want waar ik ook kennismaak met ‘natives’, Koeman, Van Basten en nu Van Persie zijn nooit ver weg. Ik kwam niet verder dan de in Napels geboren Sophia Loren. Dacht ik, want Wikipedia leerde me dat de diva in Rome het licht zag. Ze woonde wel een flinke tijd in Napoli. Gered! Ook hier weer suf dat ik geen groepsportret regisseerde. Misschien in een volgend leven, als reisblogger of zo…

Na deze grappige encounter met de Napolitaanse scholieren wandelde ik via de route van de vorige avond rustig door de lome stad terug naar onze Casa di Gio. Ik at samen met Lilian een bammetje en ik schreef op de laptop verder aan deze reisblog. Discipline: eigenlijk iedere dag een uurtje schrijven zou perfect zijn. Uiteraard kwam het daar niet van. Teveel verleiding en afleiding. Nou ja, ik kwam eigenlijk van mijn wandeling terug met een niet zo leuke mededeling: achter de ruitenwisser van Fabio had een parkeerwachter een bon geschoven. Blijkbaar gaven de blauwe kaders om een parkeerplek aan dat je er zondag prima kunt staan maar dat je op werkdagen je parkeerschijf moet gebruiken. Die neem ik mee voor de volgende keer. De schade bleek mee te vallen: Eu 28,40. Kom daar in Nederland maar eens om. Fanno Bene Qui!

Naar het postkantoor, of het gemeentehuis. Of toch het politiebureau? We besloten er een uitje van te maken. Eerst de auto op een legale plek zetten. Alle witbekaderde plekken geven in Italië Parcheggio Gratuito aan. Niet ver rijden van ons stoute plekje schoof ik de Skoda zo tussen twee lokale Fiats. Voor de zekerheid vroegen we aan twee pauzerende schoonmaaksters, een met en een zonder snor, of deze plek… Sì, Non è Un Problema Così. Fijn.

Maar nu verder: waar moesten we zijn om onze parkeerbon te verzilveren? De dames gaven min of meer uitsluitsel over een mogelijke lokatie. De besnorde dame besloot dwars door haar collega te gaan praten, als die het woord nam. Ook als wij ons niet tot haar richtte. Ze irriteerde ons, omdat ze geen duidelijke informatie gaf. De dame zonder snor, in oogverblindend rood, bleef er kalm onder en praatte rustig zodat we haar goed konden volgen. We verstonden Madonnino, Banco en een frequent A Destra. Dat ging wat ons betreft sowieso al in de juiste richting. Namelijk richting stad, denk aan Caffè. We bedankte beide dames, die nog lang niet uitgekibbeld bleken. Het was erg verleidelijk maar wij hadden geen zin om op de uitkomst van hun bekvechterij (Battibecco) te wachten. Het klonk spectaculair, dat dan weer wel.

Eerst het gemeentehuis (Municipio) dan maar. Dat bleek niet de plek om onze boete te betalen. Een stoffige ambtenaar met ditto riekende adem hield de voordeur op een wel heul zuinige kier open, sprak ons toe en dirigeerde ons naar het postkantoor (Posta). Uit zijn wirwar aan instructies was geen touw vast te knopen. Halverwege zijn verhaal begrepen we in ieder geval de juiste richting. Even verderop hielp de VVV (Informazioni Turistiche) ons verder. En meer: want we kregen er de uitnodiging bij om de volgende ochtend in een open tourbus de grotten aan de andere zijde van De Sassi te gaan bekijken. Verder met onze bon. A Destra en na het park A Sinistra. De borden bleken het al aan te geven. Een postkantoor – in Italië bestaan ze nog – in het centrum van de stad: wow. Eenmaal binnen bleek het interieur van een bijzondere kwaliteit. Google op ‘La Nuova Posta’ om een idee te krijgen. Huisstijl op z’n Italiaans. Even een genietmomentje. Oude liefde, and all that.

Drie knoppen. Na een van de 3 keuzen gegokt te hebben hoorden we een harde piep en ging er een lampje boven een loket branden. Ons loket. Een beambte die eruitzag als een kruising tussen een voetballer op z’n retour en een argeloze passant die voor de grap achter het loket had plaatsgenomen hielp ons verder. Dat ging vlotjes en amicaal. Er ontspon zich een driegesprek dat bij de overige 5 klanten de nodige irritatie opwekte. We hadden lol – de boete was niet hoog genoeg om bedrukt te zijn en bovendien waren we op vakantie – en al snel ging het over onze volgende bestemming: Corato. Hoe hadden we die stad kunnen uitkiezen! Per l’Amor Del Cielo!

De beambte raadde ons aan om ter plekke in de auto te blijven slapen want auto’s waren in Corato beslist niet veilig. Zeker een nieuw uitziende huurauto niet. Even dacht ik op een gemakkelijke manier van onze Fabio af te kunnen komen. Ik zette e.e.a. een beetje aan en begon op een geheimzinnige manier te praten. Lilian begon zelfs over De Maffia. Onze hulpvaarde postbeamte ging er helemaal in mee. Op een gegeven moment vonden we het welletjes en keerden we de sfeer om. Vrolijk namen we afscheid. Grazie Per Fare Affari.

Na zoveel enerverende avonturen werd het de hoogste tijd voor een versnapering. Ik had tijdens mijn ochtendwandeling een zalig pleintje gespot, even voorbij het Piazza Giovanni Pascoli. Net niet in de volle zon genoten we van een perfecte koffie en een Americano Cocktail (wat een aanrader is dat, a classic), een Peroni en uiteindelijk de onvermijdelijke lokale pasta. We kwamen weer bij Hemmingway’s uit: eerst het terras, en met het verstrijken van de tijd en het dalen van de temperatuur naar binnen voor de lekkere en best vette pasta’s. Buone Notte!

Verder naar Reisverslag Dag 6. Dinsdag 12 april – Naar Corato >>

Terug naar het overzicht